WODC Repository
Not a member yet
    3476 research outputs found

    Risk assessment for Dutch perpetrators of transnational child sex offences (full text only available in Dutch)

    No full text
    Dit onderzoek biedt empirisch inzicht in de kenmerken en werkwijze van plegers van Transnationaal seksueel kindermisbruik (TSK), zodat kan worden verkend of, en zo ja hoe, risicotaxatie beter kan worden toegespitst op deze groep zedendelinquenten. Daarnaast moet het onderzoek verhelderen hoe risicotaxatie-instrumenten op het moment in de praktijk worden ingezet bij deze doelgroep, en hoe de inzet van deze instrumenten kan worden verbeterd. Het uiteindelijke doel is om met verbeterde risicotaxatie bij te kunnen dragen aan het beperken van het risico op herhaald daderschap, en daarmee herhaald slachtofferschap, van TSK. In dit onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: Wat zijn de kenmerken van plegers van TSK (o.a. leeftijd, criminele carrière, seksuele preferentie)? Wat is de werkwijze van plegers van TSK en in hoeverre verschillen online en offline plegers, intentionele en situationele, en first-offenders en recidivisten hierin? In hoeverre sluiten bestaande risicotaxatie-instrumenten voor de inschatting van zedenrecidive aan op de kenmerken van en werkwijze van plegers van verschillende vormen van TSK? Welke organisaties passen op welke momenten risicotaxatie-instrumenten toe in de aanpak van TSK en tegen welke uitvoeringsproblemen, wettelijke en/of juridische vraagstukken lopen zij hierbij aan? Welke aanbevelingen kunnen worden gedaan met betrekking tot (a) de inhoud, en (b) het gebruik van risicotaxatie-instrumenten ten behoeve van het inschatten van het seksueel recidiverisico van plegers van TSK? INHOUD Inleiding Methoden Kenmerken en werkwijze plegers TSK volgens professionals Transnationaal seksueel kindermisbruik door Nederlandse mannen: Een bevolkingsonderzoek Aansluiting risicotaxatie-instrumenten met TSK-plegers De uitvoering: Risicotaxatie-instrumenten in de praktijk Conclusie en aanbevelinge

    Public registers, their accessibility and data protection law

    Get PDF
    Het doel van dit onderzoek was om de openbaarheid van persoonsgegevens in dertien specifieke openbare registers te toetsen aan het Europese gegevensbeschermingsrecht en om privacybeschermende maatregelen te identificeren die deze registers in overeenstemming kunnen brengen met de regels of toekomstbestendig kunnen maken in het licht van technologische ontwikkelingen. De centrale vraag in dit onderzoek luidt: Is de openbaarheid van de persoonsgegevens in de onderzochte openbare registers in overeenstemming met het gegevensbeschermingsrecht? En welke privacybeschermende maatregelen zijn nodig om deze registers in overeenstemming te brengen en/of te houden? Voor de beantwoording hebben de onderzoekers een toetsingskader ontwikkeld op basis van jurisprudentie en relevante regelgeving, bestaande uit vier kernvragen: Voorzienbaarheid en voorspelbaarheid: Is er een duidelijke wettelijke grondslag voor de openbaarheid? Doelstelling en passendheid: Dient het register een erkend algemeen belang en is openbaarheid een geschikt middel? Subsidiariteit: Zijn er minder ingrijpende alternatieven mogelijk? Proportionaliteit: Is de praktische toegankelijkheid evenredig en zijn er voldoende waarborgen? INHOUD Inleiding Toetsingskader Lijst vergunninghouders Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) Nederlands register gerechtelijke deskundigen (NRGD) Centraal Insolventie Register – Faillissement Centraal Insolventie Register – Surseance van betaling Centraal Insolventie Register – WSNP Centraal Insolventie Register – WHOA Het huwelijksgoederenregister (HGR) Boedelregister Centraal gezagsregister (CGR) Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) Centraal curatele en bewindsregister (CCBR) Registers nevenbetrekkingen rechterlijke ambtenaren: rechters en leden OM Privacybeschermende maatregelen ConclusieThe aim was of this study was to test the public accessibility of personal data in 13 specific public registers against European data protection law and to identify privacy-protecting measures that could bring these registers into compliance where needed or future-proof them in light of technological developments

    Coffeeshops in the Netherlands 2024

    No full text
    Dit rapport bespreekt de resultaten van de zeventiende meting van het aantal gedoogde verkooppunten van cannabis (coffeeshops) in Nederland en het gemeentelijk coffeeshopbeleid. Het onderzoeks- en adviesbureau Breuer&Intraval volgt sinds 1999 de ontwikkelingen rond coffeeshops met deze monitor. Voor deze meting is in de periode april 2025 tot en met juni 2025 aan de verantwoordelijke ambtenaren van alle Nederlandse gemeenten een vragenlijst voorgelegd. De respons bedraagt 100%. De volgende onderwerpen vallen onder de monitor: aantal coffeeshops, gemeentelijk coffeeshopbeleid, gedoogcriteria, toezicht, controle en handhaving. INHOUD Inleiding Aantal coffeeshops Gemeentelijk beleid Criteria, toezicht en controle Handhaving ConclusiesThis report discusses the results of the seventeenth measurement of the number of tolerated cannabis sales points (coffeeshops) in the Netherlands and municipal coffeeshop policy. Commissioned by the Scientific Research and Data Center (WODC) of the Ministry of Justice and Security, the research and consultancy agency Breuer&Intraval has been monitoring developments related to coffeeshops since 1999. For this measurement, a questionnaire was distributed to responsible civil servants in all Dutch municipalities between April and June 2025. The response rate was 100%. The monitor covers the following topics: number of coffeeshops, municipal policy, toleration criteria, surveillance, compliance monitoring, and enforcement

    Lay justice in Western Europe (full text only available in Dutch)

    No full text
    Aanleiding voor dit onderzoek is een in 2022 door de Tweede Kamer aangenomen motie, waarin wordt verzocht in kaart te brengen welke vormen van lekenrechtspraak momenteel worden toegepast in West-Europese landen. De achterliggende gedachte is dat lekenrechtspraak mogelijk kan bijdragen aan het vertrouwen in en het begrip van de rechtspraak in Nederland. Nederland is één van de weinige landen in Europa die geen lekenrechtspraak hebben bij de berechting van commune strafzaken. Onderzoek naar de mogelijke invoering van lekenrechtspraak in de Nederlandse strafrechtspleging is al in 2006 uitgevoerd naar aanleiding van een eerdere, soortgelijke motie. De nieuwe motie geeft aanleiding om de verschillende vormen van lekenrechtspraak in West- Europa opnieuw te inventariseren, met als doel een debat mogelijk te maken over de eventuele invoering van een vorm van lekenrechtspraak in het Nederlandse (straf)rechtssysteem. INHOUD Inleiding Methodologie Rechtstheoretische argumenten voor en tegen lekenrechtspraak Verkennend onderzoek in diverse Europese landen Eerder empirisch onderzoek naar lekenrechtspraak, vertrouwen en democratische participatie Verdiepend onderzoek in België, Zweden en Engeland en Wales Nederlandse burgers over lekenrechtspraak ConclusieThis research originates from a motion adopted by the House of Representatives in 2022, which requested to provide an overview of the different forms of lay justice that are currently being applied in Western European countries. The underlying idea is that introducing a form of lay justice would lead to improved public confidence and trust in the judiciary in the Netherlands. The Netherlands is one of the few countries in Europe that does not have any form of lay representation in criminal justice (except for military tribunals). Research into the possible introduction of lay representation in the Dutch criminal justice system was already carried out in 2006 in response to an earlier, similar motion. The new motion provides an opportunity to conduct an update of the earlier research study into the various forms of lay justice in Western Europe, with the aim of facilitating a debate on the possible introduction of a form of lay justice in the Dutch (criminal) legal system

    The Netherlands Commercial Court

    Get PDF
    Op 1 januari 2019 is de Netherlands Commercial Court van start gegaan. De oprichting werd mogelijk gemaakt door de Wet Netherlands Commercial Court. Het primaire doel van deze wet is om het in bepaalde gevallen mogelijk te maken dat partijen in burgerlijke zaken, niet-zijnde kantonzaken, op verzoek in de Engelse taal procederen en een Engelstalige uitspraak verkrijgen, mits dit uitdrukkelijk is overeengekomen. Een randvoorwaarde is dat deze voorziening budgetneutraal wordt aangeboden. Daarnaast beoogt de wet door deze nieuwe voorziening de reguliere handelskamers binnen de rechtspraak te ontlasten. Dit onderzoek biedt een tussenstand van de ontwikkeling van de Netherlands Commercial Court. In dit kader zijn twee internationale handelskamers opgericht en in gebruik genomen. Eén kamer voor de behandeling van zaken in eerste instantie (Netherlands Commercial Court: NCC) en een andere kamer voor de behandeling van zaken in hoger beroep (Netherlands Commercial Court of Appeal: NCCA). Beide handelskamers zijn organisatorisch en fysiek ondergebracht bij het gerechtshof van Amsterdam. De NCC valt onder het bestuur van de rechtbank Amsterdam en de NCCA onder het bestuur van het gerechtshof. Er is een periode van tien jaar uitgetrokken om deze handelskamers volledig te laten ontwikkelen en hun beoogde rol binnen het rechtsbestel te vervullen. Dit onderzoek maakt een voorlopige balans op van de werking van de NCC en NCCA. Het richt zich in het bijzonder op de instroom van zaken in de periode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2024. INHOUD Inleiding Ontwikkelingen in aantal zaken en financiële stromen Duiding van de ontwikkeling in aantal zaken Conclusiehe Netherlands Commercial Court (NCC) was launched on 1 January 2019. The esta blishment was made possible by the Netherlands Commercial Court Act. The objective of this Act is to make it possible, in certain cases, for parties in civil matters that are not subdistrict court cases, to litigate in the English language upon request and to obtain a judgment in English, provided this has been explicitly agreed upon by the parties. A precondition is that this provision must be offered on a budget-neutral basis. In addition, the Act aims to reduce the caseload of the regular commercial chambers within the judiciary. This study presents an interim assessment of the development of the Netherlands Commercial Court. To achieve the objectives, two international commercial chambers were established and brought into operation. One chamber for handling cases at first instance (Nether lands Commercial Court - NCC), and another for cases on appeal (Netherlands Com mercial Court of Appeal - NCCA). Both chambers are organizationally and physically housed within the Amsterdam Court of appeal. The NCC is administratively part of the District Court of Amsterdam, while the NCCA falls under the authority of the Amster dam Court of Appeal. A ten-year period has been allocated for the full development of these chambers and for them to fulfil their intended role within the Dutch judicial system. This research provides a preliminary assessment of the functioning of the NCC and NCCA, with a particular focus on the inflow of cases during the period from January 1, 2019, through December 31, 202

    Gambling participation in the Netherlands - Survey 2025 (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het doel van dit onderzoek is om inzicht te bieden in: Het aandeel en aantal Nederlanders dat deelneemt aan kansspelen De mate waar spelers van kansspelen risicovol speelgedrag vertonen De eventuele veranderingen van de hiervoor genoemde zaken ten opzichte van de meting die in 2024 in opdracht van het WODC is uitgevoerd INHOUD Inleiding Deelname aan kansspelen Risicovol gokgedrag Ontwikkelingen in deelname aan kansspelen en risicovol gokken Online kansspelen Casino en speelhallen Reclame voor kansspele

    Explosive trade-Offender types and interventions in economic firework crime

    Get PDF
    Het gebruik van professioneel vuurwerk is voor consumenten verboden. Desondanks wordt regelmatig gebruikgemaakt van professioneel vuurwerk door consumenten, bijvoorbeeld rondom de jaarwisseling of bij sportevenementen, waarbij het vuurwerk overlast veroorzaakt en een groot veiligheidsrisico vormt. Verder neemt het aantal aanslagen waarbij professioneel vuurwerk als explosief wordt ingezet de afgelopen jaren sterk toe. Voordat het vuurwerk bij deze eindgebruikers terechtkomt, heeft het een lange weg afgelegd vanuit het buitenland naar de illegale handel in zwaar vuurwerk binnen Nederland. De personen die betrokken zijn bij deze handel vormen de focus van dit onderzoek naar economische vuurwerkcriminaliteit. Onder professioneel vuurwerk valt momenteel al het vuurwerk met de categorie F4 en F3 van de Europese Pyrorichtlijn. Daarnaast valt F2-vuurwerk onder professioneel vuurwerk als dit niet in de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk (RACT) als consumentenvuurwerk wordt aangemerkt. Het onderzoek geeft verder inzicht in welke interventies voor het tegengaan van economische vuurwerkcriminaliteit effectief (kunnen) zijn, toegespitst op specifieke daderprofielen. In dit onderzoek wordt speciale aandacht besteed aan jeugdige daders in de leeftijd tot 23 jaar, mede vanuit de wens om scherper te krijgen wat de instroom en doorgroei van jongeren in deze criminele wereld kan voorkomen. Het onderzoek kent op grond van het voorgaande de volgende twee doelen: Het vergroten van het inzicht in de verschillende typen daders van economische vuurwerkcriminaliteit. Het vergroten van het inzicht in de bedoelde/onbedoelde effecten van straffen/interventies, zowel repressief als preventief en gespecificeerd naar typen daders. INHOUD Inleiding Huidige kennis Onderzoeksopzet Dadertypen economische vuurwerkcriminaliteit Jurisprudentieonderzoek Analyse van politie- en OBJD-data Experts over effecten van interventies Economische markt- en gedragsanalyse SyntheseRegular consumers are not permitted to use professional fireworks. Nevertheless, these types of fireworks are routinely set off by consumers in the Netherlands, for instance during New Year’s Eve and at sporting events, causing disturbance and posing a major safety risk. Also, the number of attacks using professional fireworks as explosives has increased strongly over the last few years. Before reaching the end users, these professional fireworks were imported from abroad to the illegal fireworks trade within the Netherlands. The people behind this illegal trade in professional fireworks are the focus of this current study on economic firework crime. In the Netherlands professional fireworks currently in clude all fireworks with the F4 and F3 category of the European Pyro Directive. In addition, F2-fireworks are considered professional if they are not classified as consumer fireworks in the Consumer and Theatre Fireworks Act (RACT). The current study provides insight into which interventions for combating economic fire work crime are (or can be) effective, focusing on specific offender profiles. In this research, special attention is paid to young offenders aged 22 and under, to (among other things) shed light onto what can prevent the influx and progression of young people in organized crime. Based on the above, the study has the following two objectives: Increasing understanding of the different types of perpetrators of economic fire work crime. Increasing understanding of the intended/unintended effects of punishments/in terventions, both repressive and preventive and specified by types of offenders

    With combined forces? - Dutch lessons from practical experiences with public-private partnerships in police duties

    Get PDF
    Binnen de democratische rechtsstaat speelt de politie van oudsher een belangrijke rol. De afgelopen decennia is er sprake van een pluralisering van politietaken waarbij de politie haar taken uitvoert in samenwerking met andere private en publieke partijen. De politie heeft bij herhaling het voornemen tot verdere samenwerking met private en maatschappelijke partners geformuleerd, terwijl private en maatschappelijke partijen onder meer door nieuwe technologieën beter in staat zijn politietaken op zich te nemen. Er bestaat behoefte aan kennis over hoe in de praktijk oplossingen zijn gevonden die doorontwikkeling van publiek-private samenwerking (PPS) mogelijk maken, met oog voor de beginselen van de rechtsstaat. Dit onderzoek voorziet in die behoefte door het beantwoorden van de volgende onderzoeksvraag: Wat is nodig voor de doorontwikkeling van publiek-private samenwerking ten bate van de politiefunctie? INHOUD Inleiding Bevindingen vanuit de scoping review Bevindingen vanuit het casusonderzoek Conclusie en reflectiesWithin constitutional states governed by the rule of law, the police have traditionally played an important role – as is the case in the Netherlands. In recent decades, there has been a pluralisation of police duties that led the police to perform their duties in cooperation with other private and public parties. In recent times, the Dutch police have repeatedly expressed the intention to further enhance cooperation with private and societal partners. At the same time, these private and societal parties have shown increasing abilities to take on police duties, due to new technologies, among other things. As such, there is a need for knowledge on how solutions have been found in practice that enable the further development of public-private partnerships (PPPs), while respecting the principles of the rule of law. This research meets that need by answering the following research question: What is needed for further development of public-private partnerships to the benefit of policing in the Netherlands

    Beyond Bounds - Learning Evaluation of the C2000 Renewal Implementation Program (IVC) (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het communicatiesysteem C2000 is van vitaal belang voor de veiligheid in Nederland. Tienduizenden hulpverleners maken dagelijks gebruik van dit systeem, zowel bij reguliere werkzaamheden als bij grootschalige incidenten en rampen. Sinds de introductie van C2000 in 2004 wordt continu gewerkt aan de verdere verbetering van het systeem. Onder regie van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) is in 2016 de technische vernieuwing van C2000 gestart binnen het programma Implementatie Vernieuwing C2000 (IVC). Dit programma is op 31 december 2023 formeel afgerond. Het WODC heeft namens het ministerie van JenV aan Andersson Elffers Felix (AEF) de opdracht gegeven om een evaluatie uit te voeren van het programma IVC. Doel van deze evaluatie is om de aanpak en resultaten te evalueren en lessen te trekken voor toekomstige trajecten, zowel voor de verdere optimalisatie en continuering van C2000, als voor de voorbereiding en uitvoering van het opvolgende programma VMX. Bijzondere aandacht is besteed aan de ervaringen van eindgebruikers van C2000, met als doel inzicht te verkrijgen in de praktische werking van het vernieuwde systeem en het signaleren van eventuele knelpunten vanuit de praktijk. INHOUDSOPGAVE Inleiding Context en vernieuwingen C2000 Voorafgaande keuzes Governance, samenwerking en communicatie Planning, aanpak en budget Perspectief eindgebruikers C2000 Conclusies en aanbevelingenThe C2000 communication system is of vital importance for safety in the Netherlands. Tens of thousands of emergency responders use this system daily, both in routine operations and during large-scale incidents and disasters. Since the introduction of C2000 in 2004, continuous efforts have been made to further improve the system. In 2016, under the direction of the Ministry of Justice and Security (JenV), the technical renewal of C2000 started as a part of the Implementation of the C2000 Renewal Program (IVC). This program was formally completed on December 31, 2023. The WODC, on behalf of the Ministry of Justice and Security, commissioned Andersson Elffers Felix (AEF) to conduct an evaluation of the IVC program. The aim of this evaluation is to assess the approach and results, and to draw lessons for future projects, both for the further optimization and continuation of C2000, and for the preparation and implementation of the subsequent VMX program. Special attention has been paid to the experiences of end users of C2000, with the aim of gaining insight into the practical functioning of the renewed system and identifying any bottlenecks from practice

    From suspicion to imprisonment - A statistical study into the influence of migration background on outcomes in the Dutch criminal justice system (Full text only available in Dutch)

    No full text
    Dit onderzoek richt zich op de invloed van migratieachtergrond en nationale herkomst op uitkomsten binnen de Nederlandse strafrechtketen. Het is al langer bekend dat bepaalde groepen met een migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in Nederlandse detentiecentra. Bevindingen uit eerder onderzoek suggereren dat een deel van deze oververtegenwoordiging te wijten is aan selectieprocessen nadat personen met het justitiële systeem in aanraking zijn gekomen. Etnische selectiviteit in het strafproces kan ertoe leiden dat de oververtegenwoordiging van personen met een migratieachtergrond in gevangenissen hoger is dan bij aanhouding door de politie; we spreken dan van cumulatieve oververtegenwoordiging. In deze studie is nagegaan 1) of er onder minderjarigen en volwassenen sprake is van dergelijke patronen van cumulatieve oververtegenwoordiging in de strafrechtketen en 2) wat de achtergronden zijn van dergelijke patronen. INHOUD Inleiding Selectiviteit in de strafrechtketen Doelstellingen en bijdragen van deze studie Data & Methode Cumulatieve oververtegenwoordiging: beschrijvende statistieken Resultaten van verdiepende analyses Conclusie Discussi

    2,592

    full texts

    3,476

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository is based in Netherlands
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇