1,572 research outputs found

    Kwaliteit van natuurlijke verjonging in relatie tot de moederopstand

    Get PDF
    Natuurlijke verjonging wordt steeds vaker toegepast. Er wordt verondersteld dat de kwaliteiten van de moederopstand (m.b.t. de houtproductie) een indicatie vormen voor de kwaliteiten van de verjonging. In dit onderzoek blijkt echter dat dit nauwelijkshet geval is. De moederopstand levert slechts een gedeelte van het genetische materiaal, de verjonging en de moederopstand zijn niet onder gelijke omstandigheden opgegroeid en kwaliteitsaspecten hebben slechts een geringe genetische basis. Het is aan te raden te sturen op voldoende verjonging en eventueel, bij onvoldoende kwaliteit, in latere fasen in te grijpen of bij te planten

    Verjonging in douglasbos neigt weer naar douglas

    Get PDF
    Het Nederlandse bos is nog steeds voor het grootste deel gelijkjarig en weinig gemengd, zo blijkt uit metingen over de periode 2001-2005 van het Meetnet Functievervulling Bos. Bosbeleid en -beheer zijn er al decennialang op gericht om de voormalige plantagebossen op een natuurgerichte wijze om te vormen en te beheren. In het bos kom je dan ook veel natuurlijke verjonging tegen die opkomt op plaatsen waar flinke gaten in het kronendak zijn gemaakt. Verjonging die vaak mooi gemengd is. De natuur doet zijn werk na een initiële beheersmaatregel; doel bereikt dus? Uit metingen aan verjongingen in een douglasmonoculture blijkt dat in eerste instantie berk, lariks en douglasspar het goed doen, en dat grove den het van het begin af moeilijk heeft. Op langere termijn neigt deze verjonging echter weer naar douglas, tenzij flink en vaak ingegrepen wordt

    Effecten van dunning en vraat op spontane verjonging in eiken-dennenbossen

    Get PDF
    Bosbeheerders sturen spontane bosontwikkeling door dunning. Een dergelijke ingreep in het kronendak brengt meer licht in het bos en heeft daardoor effect op de bodemvegetatie. Behalve licht is begrazing door herbivoren een belangrijke factor in de bosontwikkeling. Met name loofbomen worden sterk bevreten, waardoor spontane verjonging van gemengde loofbossen in door herten en reeën begraasde terreinen op de hogere zandgronden in Nederland weinig voorkomt. In dit onderzoek is bekeken hoe natuurlijke verjonging van loofboomsoorten door middel van dunning kan worden bevorderd, en welke rol vraat door grote herbivoren daarbij speelt. Belangrijkste conclusies zijn dat sterke dunning in dit bostype leidt tot een spontane verjonging van met name de lichteisende soorten ruwe berk, zomereik en grove den. Meer schaduwverdragende soorten als wintereik en beuk komen in kleinere aantallen voor en lijken bovendien minder afhankelijk van de openheid van de opstand. Begrazing door grote herbivoren leidt tot meer licht op de bosbodem (ten gunste van de bodemvegetatie), tot een snellere toename van de bedekking van blauwe bosbes en tot een geringere afname van bochtige smele dan in onbegraasde situaties. Door vraat nemen de soorten smalle stekelvaren, liggend walstro en bochtige smele in bedekking af. Grote herbivoren beonvloeden tevens de samenstelling van de verjonging. Beuk en wintereik worden minder bevreten en dus bevoordeeld boven berk, zomereik en grove den. Beuk zal op termijn (ook of juist bij de huidige wilddruk) het bos op deze groeiplaats gaan domineren. Lijsterbes en vuilboom worden sterk bevreten; beide soorten kunnen alleen doorgroeien bij lage wilddichtheden. De lokale wilddichtheid in het gebied is gemiddeld, maar wel dermate hoog dat spontane verjonging sterk belemmerd wordt. Bij uitsluiting van begrazing zal een verjonging ontstaan, eerst gedomineerd door ruwe berk en lijsterbes, later door beuk

    Fosfaat: sleutelfactor bij natuurontwikkeling op voormalige landbouwgronden?

    Get PDF
    Bij de realisering van de ecologische hoofdstructuur en bij de reconstructie van gebieden met intensieve veehouderij komt veel landbouwgrond vrij voor natuurontwikkeling. De bodems hiervan zijn vaak rijk aan voedingstoffen door langdurige bemesting en zijn verdroogd door ontwatering. Verschralende maatregelen vinden vaak plaats om condities te creëren voor voedselarme vegetatie. Maar helaas zijn de pogingen vaak zonder succe

    Opkomst of ondergang van de beuk; een modelstudie naar de effecten van beheer op bosontwikkeling en functievervulling

    Get PDF
    Beuk dreigt in bossen op holtpodzolgronden een te dominante rol te krijgen. De vrees bestaat dat dit negatieve gevolgen heeft voor de biodiversiteit in deze bossen. Er is daarom behoefte aan inzicht in de mogelijkheden die er zijn om de rol van beuk te verminderen. Daartoe zijn met behulp van modellen de effecten van een aantal beheersscenario's op de bosontwikkeling (model FORGRA) en het financieel resultaat (model KD-fire) doorgerekend. Bovendien zijn handmatig de gevolgen van de veranderingen in het bos voor de functievervulling bepaald

    Inhoud en functionaliteit Koepelvisie Bos : een verkenning naar een hernieuwde benadering voor het verbinden van doelstellingen aan terreinbeheer van bossen

    Get PDF
    De koepvisie van Staatsbosbeheer geeft algemene handvatten aan het beheer door doelstellingen te koppelen aan maatregelen die in het terreinbeheer mogelijk, wenselijk of noodzakelijk zij

    Het Nederlandse bos in 2001

    Get PDF
    De opnamen van de Vierde Bosstatistiek dateren alweer van de periode 1980-1983. Dat betekent dat de resultaten inmiddels aardig zijn verouderd. In de afgelopen 20 jaar is er door allerlei processen veel veranderd in het Nederlandse bos. Ook het bosbeleid en de daaraan gekoppelde informatiebehoefte is sindsdien ingrijpend gewijzigd. Dit heeft ertoe geleid dat is gestart met de ontwikkeling van een nieuwe bosstatistiek. Dit rapport vat de resultaten samen die het Meetnet Functionaliteit (MFV) bos in 2001 behaald

    Overzicht van een eeuw onderzoek naar groei en opstandontwikkeling in relatie tot groeiplaats en beheer

    Get PDF
    Deze publicatie omvat een overzicht van het onderzoek naar groei en opstandontwikkeling dat gedurende de laatste honderd jaar is verricht door het toenmalige bosbouwkundig onderzoeksinstituut De Dorschkamp (later IBN, thans Alterra) en de toenmalige LH (later LUW, thans Wageningen Universiteit). Dit onderzoek bestond voor een groot deel uit groei- en opbrengstonderzoek en groeiplaatsonderzoek. Aan de orde komen de proef- en meetperkseries en de belangrijkste producten. Tenslotte wordt ingegaan op de vraag aan welke informatie op het gebied van groei en bosontwikkeling de hedendaagse en toekomstige bosbouwpraktijk behoefte heeft. Het overzicht wordt afgesloten met een lijst van publicaties over onderzoek naar groei en opstandontwikkeling in relatie tot groeiplaats en beheer
    corecore