374 research outputs found

    45CaCl2 autoradiography in brain from rabbits with encephalopathy from acute liver failure or acute hyperammonemia

    Get PDF
    In experimental hepatic encephalopathy and hyperammonemia, extracellular levels of glutamate are increased in hippocampus and cerebral cortex. It has been suggested that overstimulation of glutamate receptors causes a pathological entry of calcium into neurons via receptor-operated (NMDA- and AMPA-type) or voltage-dependent calcium channels leading to calcium overload and cell death. Neurodegeneration as a result of exposure to excitotoxins, including glutamate, can be localized and quantified using45CaCl2 autoradiography. This approach was used to study cerebral calcium accumulation in rabbits with acute liver failure and acute hyperammonemia. Acute liver failure was induced in 6 rabbits, acute hyperammonemia in 4 rabbits; 4 control rabbits received sodium-potassium-acetate. At the start of the experiment 500 µCi45CaCl2 was given intravenously. After development of severe encephalopathy, the animals were killed by decapitation. All rabbits with acute liver failure or acute hyperammonemia developed severe encephalopathy, after 13.2±1.7 and 19.3±0.5 hours respectively (mean±SEM). Plasma ammonia levels were 425±46 and 883±21 µmol/l, respectively (p<0.05). Control rabbits maintained normal plasma ammonia levels (13±5 µmol/l), demonstrated normal behaviour throughout the study and were sacrificed after 16 hours.45Ca2+-autoradiograms of 40 µm brain sections were analyzed semiquantitatively using relative optical density and computerized image analysis. As compared to background levels45Ca was not increased in hippocampus or any other brain area of rabbits with severe encephalopathy from acute liver failure or acute hyperammonemia. This suggests that, despite increased extracellular brain glutamate levels in these conditions, glutamate neurotoxicity was not important for the development of encephalopathy in these rabbits

    Modelgebruik in de Natuurverkenning 2010-2040

    Get PDF
    Modellen spelen in de Natuurverkenning 2010-2040 een belangrijke rol bij het uitwerken en doorrekenen van toekomstscenario’s. Waar eerdere verkenningen gebruik maakten van procesmodellen om effecten van omgevingsscenario's door te rekenen, zijn nu met eenvoudige modellen de gevolgen van normatieve opvattingen of wensbeelden ten aanzien van natuur in beeld gebracht. Dit artikel beschrijft deze nieuwe toepassing van modellen en evalueert de meerwaarde ten opzichte van de aanpak in eerdere verdenningen

    Natuurkwaliteit van het agrarisch gebied

    Get PDF
    Dit werkdocument geeft een beschrijving van de methode en de eerste resultaten van de natuurkwaliteit van het agrarisch gebied. Hiermee is een eerste kaart en graadmeter van de natuurkwaliteit van het agrarisch gebied op nationaal schaalniveau gereedgekomen. Het beeld vormt een aanvulling op de kaart van de actuele natuurkwaliteit van natuurreservaten, die al eerder beschikbaar is gekomen. De nu beschikbare indicator en kaart van de natuurkwaliteit van het agrarisch gebied voorziet in een belangrijke kennisleemte. Het belang van het agrarisch gebied in het behoud van biodiversiteit kan nu worden geduid. De ruimtelijke variatie in de natuurkwaliteit is ook inzichtelijk gemaakt. Het beleid kan bij het leggen van prioriteiten voor het behoud en bescherming van agrarische biodiversiteit nu rekening houden met het voorkomen van huidige natuurwaarden. Een van de belangrijkste conclusies is dat de natuurkwaliteit van het agrarisch gebied veel lager is dan in de natuurgebieden. Laagveengebieden hebben binnen het agrarische gebied de hoogste natuurkwaliteit, terwijl de centrale en noordelijke zeekleigebieden de laagste natuurkwaliteit bevatten. De aanwezige natuurkwaliteit in het agrarisch gebied, wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van broedvogels en veel minder door vaatplanten en dagvlinders. Het ruimtelijke patroon van aanwezige kwaliteit komt overeen binnen de verschillende soortgroepen broedvogels, vaatplanten en dagvlinders. De resterende natuurkwaliteit in het agrarisch gebied bevindt zich vooral in natuurlijke elementen zoals heggen, bosjes, sloten, dijken en perceelranden. Voor weidevogels is juist de mate van openheid van belang. Beschikbare landelijk dekkende verspreidingskaarten van doelsoorten dagvlinders, broedvogels en vaatplanten zijn gebruikt om de natuurkwaliteit te bepalen. Om dekkende landelijke verspreidingskaarten te maken zijn interpolatiemodellen gebruikt. De natuurkwaliteit is afgemeten aan een natuurlijke referentie, conform de systematiek van het Handboek Natuudoeltypen en daarmee ook coform de methode gebruikt voor de bepaling van de natuurkwaliteit van natuurreservaten. Elke 10-15 jaar zijn de verspreidingskaarten van dagvlinders, broedvogels en vaatplanten voldoende gedekt om een update van het landelijke beeld en de graadmeter mogelijk te maken. Tussentijdse veranderingen in de natuurkwaliteit kunnen worden gevolgd met het Netwerk Eologische Monitoring. De methode en resultaten hebben een voorlopig karakter. Er zijn nog een aantal methodische verbeteringen noodzakelijk om tot een definitief resultaat te komen. Tevens is het wenselijk om de natuurkwaliteit ook af te meten aan de hand van een meer cultuurlijke referentie

    Seasonal diet changes in elephant and impala in mopane woodland

    Get PDF
    Elephant and impala as intermediate feeders, having a mixed diet of grass and browse, respond to seasonal fluctuations of forage quality by changing their diet composition. We tested the hypotheses that (1) the decrease in forage quality is accompanied by a change in diet from more monocots in the wet season to more dicots in the dry season and that that change is more pronounced and faster in impala than in elephant; (2) mopane (Colophospermum mopane), the most abundant dicot species, is the most important species in the elephant diet in mopane woodland, whereas impala feed relatively less on mopane due to the high condensed tannin concentration; and (3) impala on nutrient-rich soils have a diet consisting of more grass and change later to diet of more browse than impala on nutrient-poor soils. The phosphorus content and in vitro digestibility of monocots decreased and the NDF content increased significantly towards the end of the wet season, whereas in dicots no significant trend could be detected. We argue that this decreasing monocot quality caused elephant and impala to consume more dicots in the dry season. Elephant changed their diet gradually over a 16-week period from 70% to 25% monocots, whereas impala changed diets rapidly (2-4 weeks) from 95% to 70% monocots. For both elephants and impala, there was a positive correlation between percentage of monocots and dicots in the diet and the in vitro digestibility of these forage items. Mopane was the most important dicot species in the elephant diet and its contribution to the diet increased significantly in the dry season, whereas impala selected other dicot species. On nutrient-rich gabbroic soils, impala ate significantly more monocots than impala from nutrient-poor granitic soils, which was related to the higher in vitro digestibility of the monocots on gabbroic soil. Digestibility of food items appears to be an important determinant of diet change from the wet to the dry season in impala and elephants

    Herijking van de Ecologische Hoofdstructuur : quick scan van varianten

    Get PDF
    Het kabinet wil de Ecologische Hoofdstructuur herijkt realiseren en de verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid verder decentraliseren naar de provincies. Het ministerie van EL&I heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) verzocht om voor dit proces een aantal door het ministerie aangedragen varianten door te rekenen. In deze quick scan zijn de uitgaven en de effecten op natuurkwaliteit in beeld gebracht. De kabinetsbesluiten over de financiële en inhoudelijke ombuigingen en het voornemen om te voldoen aan de internationale verplichtingen voor natuur zijn als harde randvoorwaarden meegenome

    Wat natuur de mens biedt : ecosysteemdiensten in Nederland

    Get PDF
    De natuur levert op een haast onmerkbare manier allerlei diensten aan de mens. Zo beschermen duinen ons land bijvoorbeeld tegen overstromingen en slaan bossen CO2 op. In Nederland zijn er diverse kansen om deze door de natuur geleverde diensten, of wel ecosysteemdiensten, te benutten. Om de discussie over ecosysteemdiensten, en de kansen die zij bieden, te stimuleren en te verdiepen heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) samen met Wageningen UR een brochure uitgebracht. Deze biedt ook enkele aanknopingspunten voor het beleid

    Frequencies of circulating MAIT cells are diminished in chronic hCV, HIV and HCV/ HIV Co-Infection and do not recover during therapy

    Get PDF
    Objective Mucosal-associated invariant T (MAIT) cells comprise a subpopulation of T cells that can be activated by bacterial products and cytokines to produce IFN-&gamma;. Since little is known on MAIT cells during HCV infection, we compared their phenotype and function in comparison to HIV and HCV/HIV co-infected patients, and determined the effect of IFN-&alpha;-based and direct-acting antiviral therapy on MAIT cells of HCV patients. Methods Blood samples from patients with chronic HCV (CHCV), virologically suppressed HIV, acute HCV/HIV co-infection (AHCV/HIV) and healthy individuals were examined by flowcytometry for phenotype and function of MAIT and NK cells. Results and Conclusions Compared to healthy individuals, the frequency of CD161+ V&alpha;7.2+ MAIT cells was significantly decreased in patients with CHCV, HIV and AHCV/HIV co-infection. CD38 expression on MAIT cells was increased in AHCV/HIV patients. MAIT cells were responsive to IFN-&alpha; in vitro as evidenced by enhanced frequencies of IFN-&gamma; producing cells. IFN-&alpha;-based therapy for CHCV decreased the frequency of IFN-&gamma;+ MAIT cells, which was still observed 24 weeks after successful therapy. Importantly, even after successful IFN-&alpha;-based as well as IFN-&alpha;free therapy for CHCV, decreased frequencies of MAIT cells persisted. We show that the frequencies of MAIT cells are reduced in blood of patients with CHCV, HIV and in AHCV/ HIV co-infection compared to healthy individuals. Successful therapy for CHCV did not normalize MAIT cell frequencies at 24 weeks follow up. The impact of HIV and HCV infection on the numbers and function of MAIT cells warrant further studies on the impact of viral

    Natuurverkenning 2010-2040 : visies op de ontwikkeling van natuur en landschap

    Get PDF
    De Natuurverkenning verschijnt in een turbulente tijd waarin natuur en landschap sterk gepolitiseerd zijn. Met de verkenning wil het PBL een bijdrage leveren aan het structureren van het debat over de vernieuwing van het langetermijnbeleid en een impuls geven aan de politieke afwegingen. Nieuw is het gebruik van normatieve toekomstscenario’s als hulpmiddel om de achterliggende drijfveren voor natuurbeleid te verhelderen

    Graadmeter Diensten van Natuur : Vraag, aanbod, gebruik en trend van goederen en diensten uit ecosystemen in Nederland

    Get PDF
    De Nederlandse samenleving maakt gebruik van verschillende goederen en diensten die ecosystemen leveren – de zogeheten ecosysteemdiensten. Door zichtbaar te maken wat de status en trends zijn van ecosysteemdiensten in Nederland kunnen ze beter onderdeel worden van de besluitvorming door de overheid en bedrijfsleven. Resultaten laten zien dat voor veel ecosysteemdiensten de trend de afgelopen circa 20 jaar negatief is; het aanbod van diensten uit de natuur neemt af of blijft stabiel, terwijl de vraag groeit. In geen enkel geval voorzien ecosystemen in de hele vraag. Ondanks de inzet van technische alternatieven en import om in de vraag te voorzien, blijft een deel van de vraag onvervuld. Natuurgebieden leveren, ondanks de beperkte oppervlakte, het grootste aandeel bij de meeste ecosysteemdiensten in Nederland
    corecore