8,299 research outputs found
Mobiele operators niet goed verstaan: Onderzoek naar het bewijsrecht voor boetebesluiten van de NMa, zoals ontwikkeld door de bestuursrechter
Moral reactions to judicial errors: Preserving sacred values and the role of attachments style.
In een toepassing van het Value Protectie Model van Skitka (2002) op vermeende justitiële dwalingen werden in een experimentele vignetstudie de hypothesen onderzocht of een conditie van sterke overtreding van morele waarden tot meer woede (hypothese 1) en wantrouwen (hypothese 2) zouden leiden dan een conditie van zwakke overtreding (controleconditie). Tevens werd de vraag gesteld of deelnemers, gekenmerkt door een onveilige hechtingsstijl (angstig, gepreoccupeerd en vermijdend), sterker met morele woede en wantrouwen zouden reageren op een sterke vs. zwakke overtreding van morele waarden dan deelnemers met een veilige hechtingsstijl (moderatiehypothesen 3en 4). De deelnemers (N = 97), geworven via internet, kregen een fictief krantenbericht te lezen over een al dan niet gerechtelijke dwaling, waarna ze verschillende vragenlijsten moesten invullen. MANOVA gaf geen ondersteuning voor hypothesen 1 en 2. De moderatiehypothesen 3 en 4 werden eveneens niet ondersteund. Wel werd een moderatie-effect gevonden van de veilige hechtingsstijl op de afhankelijke variabele vertrouwen in autoriteiten in de zwakke schendingsconditie van morele waarden. Voor vervolgonderzoek wordt aanbevolen om een grotere steekproef te nemen en het vignet beknopter en eenvoudiger te presenteren
Financiële toezichtwetgeving en nietige overeenkomsten
In deze bijdrage wordt als het ware ingezoomd op de verhouding tussen
financiële toezichtwetgeving en een van de hoekstenen van het vermogensrecht:
artikel 3:40 BW. In dat artikel biedt de wetgever namelijk een
algemeen kader voor de beoordeling van nietigheid (c.q. vernietigbaarheid)
van rechtshandelingen wegens strijd met een wetsbepaling. Het artikel
gaat terug op een lange, typisch civielrechtelijke traditie om een van
beide partijen of zelfs beide partijen de mogelijkheid te bieden zich te onttrekken
aan ‘contracten met een luchtje’.3 Omdat de toezichtwetgeving
bepaalde contracten indringend reguleert en er dus al snel ‘luchtjes’ te ontdekken
zijn, rijst de vraag of contracten gesloten in strijd met die toezichtwetgeving
ook werkelijk nietig zijn en of ze nietig zouden moeten zijn
De dreiging van negatieve publiciteit: Is reputatieschade een alternatief voor handhaving?
De dreiging van negatieve publiciteit vormt voor ondernemingen een belangrijke drijfveer voor regelnaleving. Deze dreiging is vele malen groter dan de afschrikwekkende werking die uitgaat van de handhaving. In deze bijdrage is de vraag aan de orde of en hoe handhavers hier hun voordeel mee kunnen doen. Vormt negatieve publiciteit een alternatief voor de handhaving? In deze bijdrage wordt nader licht geworpen op het belang van reputatie voor bedrijven. Ik onderzoek, aan de hand van wetenschappelijke theorieën en onderzoeksresultaten, in hoeverre de angst voor reputatieschade een motief vormt voor naleving. Vervolgens bespreek ik mogelijke consequenties voor de handhaving.
Een goede reputatie is voor een bedrijf van levensbelang. Regelovertredingen kunnen die reputatie een gevoelige slag toebrengen, en negatieve publiciteit hierover kan grote schade veroorzaken. De krachtige invloed die van de sociale omgeving uitgaat, biedt perspectieven voor de publieke handhaving. De overheid kan inspelen op sociale controle die al wordt uitgeoefend om de naleving van regelgeving te bevorderen. Zo kunnen publieke handhaving en sociale controle elkaar versterken.
Bij de kracht van reputatiesancties moeten echter belangrijke kanttekeningen worden geplaatst. In de eerste plaats is in deze bijdrage duidelijk geworden dat een goede informatie-uitwisseling over overtredingen een voorwaarde is voor reputatiesancties. Het is immers lang niet altijd bekend dat bedrijven overtredingen plegen. Dit vereist een informatiecircuit waarin reputatie-informatie over bedrijven wordt uitgewisseld. Indien nodig, kan de overheid trachten dit circuit te versterken of zelfs te organiseren. Daarbij kan worden gedacht aan het actief publiceren van gegevens over overtredingen, of door eisen te stellen aan informatieverstrekking vanuit ondernemingen. Verspreiding van informatie over overtredingen is echter beslist geen voldoende voorwaarde voor het ontstaan van reputatieschade. Reputatie-effecten zullen alleen optreden als een overtreding ook negatief wordt gewaardeerd. Dit laatste punt is voor de overheid veel moeilijker te beïnvloeden
Ontdubbelde handhaving
Met het doel om de administratieve lasten voor ondertoezichtgestelden te reduceren, worden veel inspecties ‘ontdubbeld’: soortgelijke groepen burgers worden op dezelfde wijze behandeld en soortgelijke activiteiten worden op dezelfde wijze uitgevoerd binnen één (grotere) inspectiedienst. Het gedroomde gevolg: de ondertoezichtgestelde krijgt nog maar te maken met één inspecteur die op elk domein regels handhaaft. En die inspecteur is op verschillende domeinen inzetbaar. Van de nieuw opgerichte inspecties, zoals de Autoriteit Consument & Markt (ACM), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT), wordt daarom verwacht dat deze flexibeler en doelgerichter kunnen opereren. Of samenvoeging van inspecties inderdaad tot ‘ontdubbeling’ leidt, is afhankelijk van het vervullen van twee voorwaarden. In de eerste plaats moeten de handhavingsinstrumenten (de bevoegdheden die inspecties hebben) per domein niet te veel verschillen. In de tweede plaats moeten deze instrumenten over de domeinen heen enigszins uniform worden gebruikt. Een case study naar (het gebruik van) handhavingsinstrumenten van de Inspectie Verkeer en Waterstaat illustreert dat weliswaar de handhavingsinstrumenten veelal gelijk zijn, maar het gebruik ervan per domein verschilt. Juist de stijl van regelhandhaving laat zich niet gemakkelijk te standaardiseren en staat in de weg aan een serieuze ‘ontdubbeling’ van de handhaving, waarbij inspecteurs op elk domein werkzaam kunnen zijn. DOI: 10.5553/NALL/.00001
De bijkomende kosten van een verkeersboete
Sinds 1990 worden lichte verkeersovertredingen bestuursrechtelijk afgedaan via de Wet administratiefrechtelijke afdoening verkeersdelicten (Wahv). De verkeersovertredingen waarvoor dit geldt worden in de bijlage bij de Wahv genoemd. Tevens bevat deze bijlage de per overtreding op te leggen boete. Deze boete is gefixeerd , zodat de kosten van een lichte verkeersovertreding voor de overtreder gelijk zijn aan het bij de overtreding voorziene boetebedrag. Daarnaast kan de verkeersovertreder tijdens de afdoening krachtens de Wahv worden geconfronteerd met bijkomende kosten. Het gaat dan om de verplichte zekerheidstelling in de beroepsfase, wettelijke verhogingen en invorderingskosten tijdens de inning van de opgelegde sanctie en griffierechten tijdens de verzetsprocedure. Bovendien wordt sinds 1 juli 2009 bij elke opgelegde boete een vast bedrag aan administratiekosten (€ 6) in rekening gebracht. Deze doorberekening van administratiekosten is onlangs door een kantonrechter te Amsterdam niet toelaatbaar geacht. Deze beslissing is om diverse redenen opmerkelijk
Openbaarmaking in het toezicht : afwegingen bij het publiceren van toezichtsinformatie door twee nieuwe toezichthouders
In deze bijdrage gaan we in op openbaarmaking van toezichtsresultaten door toezichthouders. We onderscheiden twee doelen van openbaarmaking: een marktordeningsdoel of een toezichtsdoel. In deze bijdrage zijn we geïnteresseerd in de wijze waarop toezichthouders in de praktijk invulling geven aan deze doelstellingen. Op welke wijze maken toezichthouders gebruik van openbaarmaking om marktordeningsdoelen of toezichtsdoelen te realiseren, welke problemen of dilemma’s ondervinden zij daarbij, en laat de doelstelling van marktordening zich verenigen met het toezichtsdoel? We proberen een eerste antwoord te formuleren op deze vragen op basis van de empirische bestudering van twee markttoezichthouders: De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Voor beide toezichthouders geldt het marktordeningsdoel en het toezichtsdoel, maar de AFM en de NZa geven in de praktijk een verschillende invulling aan deze doelen
Aantekening bij het Voorstel voor Onderzoek en een Perscommuniqué
Aantekening bij het Voorstel Voor Onderzoek van de Commissie Deetman
- …
