21,935 research outputs found
Bestrijding van Phoma in Sedum
In het gewas Sedum kan de schimmel Phoma telephii veel schade aanrichten. Phoma kan als een sluipmoordenaar in het gewas te gaan werken en is in staat om het gehele gewas te vernietigen als niet direct een goede bestrijding van de schimmel wordt uitgevoerd. Omdat de toelating van het middel Topsin M is ingetrokken, is gezocht naar nieuwe middelen voor de bestrijding van deze hardnekkige schimmel in de bloementeelt van Sedum
Effect van bestrijding van de tarwegalmug op fusarium in wintertarwe
De Nederlandse akkerbouw zal de komende jaren moeten voldoen aan strikter wordende eisen met betrekking tot voedselveiligheid. In de graanteelt speelt de voedselveiligheid een belangrijke rol omdat graan als grondstof dient voor een reeks uiteenlopende voedingsmiddelen en diervoeders. Maar de voedselveiligheid kan onder druk komen te staan doordat schimmels het graan kunnen koloniseren en gifstoffen, ook wel mycotoxinen genoemd, kunnen produceren. Een belangrijke mycotoxine in tarwe is deoxynivalenol (DON). Dit mycotoxine wordt geproduceerd door een aantal fusariumschimmels die de aren en graankorrels tijdens de teelt koloniseren. De bestrijding van deze schimmels is complex omdat geen fungicide voor handen is dat deze schimmels volledig bestrijdt. Bestrijding moet dus een samenspel zijn van factoren zoals het telen van resistente/tolerante rassen, kerende grondbewerking, ruime vruchtwisseling enzovoorts. Uit de praktijk kwamen signalen dat insecten, waar onder tarwegalmuggen, mogelijk ook een rol kunnen spelen bij de besmetting van de aren door de schimmel. Bestrijding van tarwegalmuggen zou het risico op besmetting van het graan door de schimmel en daardoor DON-productie kunnen verlagen. In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van onderzoek in 2004 t/m 2007, waarin telkens in een vijftal praktijkpercelen in Noordoost Groningen een spuitvenster werd aangelegd ter bestrijding van tarwegalmuggen (en bladluis
Bewuste middelenkeuze komkommer : raadpleeg de milieu-effectenkaarten
Voor het bestrijden van ziekten en plagen kan een komkommerteler kiezen uit verschillende mogelijkheden zoals: biologische bestrijding, chemische bestrijding of een combinatie hiervan. Welke gewasbeschermingsmiddelen zijn er beschikbaar en toegelaten? En waar moet een teler op letten bij het maken van een keuze uit die middelen? Voor verschillende gewassen zijn milieu-effectenkaarten opgesteld. Deze geven informatie over de beschikbare middelen, effect op natuurlijke vijanden, resistentie, herbetreding, veiligheidstermijn en milieubelasting
alternatieve middelen voor de bestrijding van tulpengalmijten en bollenmijt in lelie - Resultaat van onderzoek 2006 - 2007
Het middel Actellic wordt in bloembollen gebruikt om ernstige plagen zoals bollenmijt (Rhizoglyphus soorten) en tulpengalmijt (Eriophyes tulipae) te bestrijden tijdens de opslag. De bestrijding van galmijten en bollenmijten met Actellic is in de praktijk niet altijd meer afdoende. Het wegvallen van Actellic, zonder een alternatief voor een bestrijding van gal- en bollenmijten, kan tot grote economische schade leiden bij zowel de teelt- , handel- als broeierijbedrijven. Om het mijtenprobleem op te lossen is in dit onderzoek gezocht naar alternatieven voor bestrijding van gal- en bollenmijt
Onderzoek naar ‘Lissers’ bij hyacint van start
Het verschijnsel ‘Lissers’ veroorzaakt al enkele jaren achtereen schade in de broei bij hyacint. Oorzaak is een fytoplasma, dat vroeger slechts incidenteel voor kwam. Hierdoor is nog weinig bekend over beschermende maatregelen. PPO start daarom onderzoek naar de bestrijding van de overbrenger (dwergcicade) en bestrijding van het fytoplasma, dat de schade veroorzaakt. Daarbij speelt ook de vraag wanneer de planten besmet worden en wanneer en in welke teeltgebieden van hyacint de cicade aanwezig is
Verbetering bestrijding van stengelaaltjes door koud-stomen, voorafgaand aan de cultuurkook
Ter bestrijding van stengelaaltjes worden narcissen jaarlijks gekookt gedurende minimaal 2 uur bij 45°C. De bestrijding van deze stengelaaltjes door de warmwaterbehandeling is te verbeteren door voorweken. Omdat voorweken praktisch lastig uitvoerbaar is en kans geeft op verspreiding van Fusarium heeft PPO onderzocht of bollen koud-stomen in een cel vooraf aan de warmwaterbehandeling een alternatief is voor voorweken en of de bestrijding daardoor verbetert. Tevens werd onderzocht hoe lang koud-stomen moet worden toegepast om een betere bestrijding te bereiken en of de bollen vooraf aan het koud-stomen moeten worden bevochtigd om de bollen sneller voldoende nat te krijgen. Uit het onderzoek bleek dat de bollen het water tijdens koud-stomen relatief traag opnemen; na 48 uur koud-stomen was iets meer water opgenomen dan na 5 minuten dompelen gevolgd door 12 uur koudstomen
Veelbelovende alternatieven voor spintmijtbestrijding in aardbei
Resultaten uit lopend onderzoek naar de mogelijkheid roofmijten in te zetten bij de biologische bestrijding van spintmijt in de aardbeienteel
Fundamental Moral Attitudes to Animals and Their Role in Judgment: An Empirical Model to Describe Fundamental Moral Attitudes to Animals and Their Role in Judgment on the Culling of Healthy Animals During an Animal Disease Epidemic
In this paper, we present and defend the theoretical framework of an empirical model to describe people’s fundamental moral attitudes (FMAs) to animals, the stratification of FMAs in society and the role of FMAs in judgment on the culling of healthy animals in an animal disease epidemic. We used philosophical animal ethics theories to understand the moral basis of FMA convictions. Moreover, these theories provide us with a moral language for communication between animal ethics, FMAs, and public debates. We defend that FMA is a two-layered concept. The first layer consists of deeply felt convictions about animals. The second layer consists of convictions derived from the first layer to serve as arguments in a debate on animal issues. In a debate, the latter convictions are variable, depending on the animal issue in a specific context, time, and place. This variability facilitates finding common ground in an animal issue between actors with opposing conviction
- …
