University of Groningen

University of Groningen Digital Archive
Not a member yet
    68907 research outputs found

    Medication safety through information technology: a focus on medication prescribing and administration

    No full text
    Elektronisch voorschrijven voorwaarde voor medicatieveiligheid Ziekenhuizen die IT-toepassingen als beslissingsondersteuning en barcodering gebruiken bij het voorschrijven en toedienen van medicijnen, werken efficiënter én maken minder fouten. Dit concludeert ziekenhuisapotheker Pieter Helmons in zijn proefschrift. Zijn onderzoek kan helpen bij het selecteren en configureren van deze nieuwe technologieën en biedt methodes om de effecten op medicatieveiligheid te meten. Op 1 januari 2014 is de KNMG-richtlijn ‘Elektronisch voorschrijven’ van kracht geworden. Hierdoor mogen artsen alleen nog elektronisch medicatie voorschrijven. Bovendien is het verplicht dat deze elektronische voorschrijfsystemen de arts op het moment van voorschrijven attenderen op mogelijke problemen. Bij dit laatste is bijvoorbeeld te denken aan ongewenste combinaties van medicijnen of de melding dat een patiënt bijkomende ziekten heeft waarvoor een medicijn wordt afgeraden. De huidige elektronische voorschrijfsystemen en apotheeksystemen zorgen echter voor veel irrelevante meldingen, omdat deze systemen niet alle gegevens gebruiken die noodzakelijk zijn om een relevante melding voor de arts of apotheker te genereren. Kortom, er worden wel veel gegevens elektronisch vastgelegd, maar deze worden niet omgezet in bruikbare informatie voor de voorschrijver. Helmons deed zijn promotieonderzoek in samenwerking met het UMCG in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven, het Ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk en in het University of California San Diego Medical Center (UCSD) in San Diego (VS). Hij richtte zich op de effecten van IT-toepassingen op de kwaliteit van het voorschrijven en toedienen van medicatie in het ziekenhuis. Uit zijn onderzoek blijkt dat systemen die laboratorium-, demografische- en medicatiegegevens van de patiënt aan elkaar koppelen via klinische beslisregels, de zogeheten beslissingsondersteunende systemen, essentieel zijn om de juiste informatie aan de behandelaar te presenteren. Dit maakt een nieuwe en efficiëntere manier van medicatiebewaking mogelijk. De juiste toediening van medicatie wordt met name in Amerikaanse ziekenhuizen ondersteund door het scannen van barcodes op medicatie. Helmons ging na wat het effect hiervan was op medicatie-toedienfouten. Hij toonde een grote reductie hiervan aan op de verpleegafdeling, maar ook dat er geen effect op de Intensive Care-afdeling was. Verder bleek bar-codering het aantal verkeerd gevulde medicijnen in een geneesmiddeluitgifte apparaat met bijna 80% te verminderen. Helmons concludeert dat bar-codering niet een one-size-fits-all oplossing is voor medicatie toedienfouten. Helmons ziet elektronisch voorschrijven van medicatie als een essentiële voorwaarde om technologieën te implementeren die als doel hebben de medicatieveiligheid te verhogen tijdens de meest kritische stappen van het medicatiegebruik in ziekenhuizen, namelijk het voorschrijven en toedienen van medicatie. The delivery of hospital care is changing: the aging population results in more patients being admitted to hospitals, but are discharged sooner. As a result, hospitals invest in information technology to assure safe and effective treatment and facilitate rapid patient turnover. In this thesis we describe the consequences of clinical decision support systems (CDSS) and bar-code technology on the most error prone steps of hospital medication use: medication prescribing and administering. We focus in our research on quality (e.g. quality of antimicrobial dosing, medication administration errors and automated dispensing cabinet refill errors) and efficiency aspects (e.g. cost of excess antimicrobial dosing, return on investment of CDSS assisted drug-drug interaction checking and workflow optimization). We describe and research the shortcomings of our current information systems and the barriers to adoption of effective clinical decision support. As an example of our work, we used a CDSS to augment conventional drug-drug interaction checking. Adding a CDSS decreased the number of alerts by 55%, resulting in a decreased time investment by the pharmacist. We also investigated bar-coded medication administration (BCMA) technology to improve the safety and quality of medication distribution and administration. BCMA implementation decreased medication administration errors on general medicine floors, but not on the Intensive Care Unit. To summarize, increased availability of electronic data in hospitals opens many doors for technologies aimed at increasing medication safety in those areas that are most critical; medication prescribing and administering. This thesis can help in selecting and configuring these technologies and measuring its effects.

    ChristenUnie en SGP: Gemeenteraadsverkiezingen 2014, Goes

    No full text

    Imaging neurophysiology of human sexuality using positron emission tomography

    No full text
    Neurofysiologie is een combinatie van de fysiologie en neurologie die zich richt op het functioneren van de verschillende delen van het zenuwstelsel. Het doel van dit proefschrift is om ons begrip van de neurofysiologie van de menselijke seksualiteit te verbeteren door middel van het gebruik van functionele beeldvorming en dan met name Positron Emissie Tomografie (PET). In hoofdstuk 1 wordt een korte introductie gegeven van de neurofysiologie van de seksualiteit, PET-beeldvorming en de gebruikte methoden voor analyse van de gegevens in dit proefschrift. In hoofdstuk 2 wordt een meer gedetailleerde beschrijving gegeven van de menselijke hersenactiviteit tijdens seksuele stimulatie, ejaculatie en orgasme. Tevens wordt een verband gelegd met de hersenencircuits die betrokken zijn bij het paargedrag van katten. In hoofdstuk 3 wordt de belangrijkste bevinding gemeld en besproken; de deactivering van de visuele cortex bij vrouwen tijdens het kijken naar hoog erotische films, maar niet bij het kijken naar laag erotische en neutrale films. In hoofdstuk 4 staat beschreven dat voor het eerst is aangetoond dat beeldvormingstechnieken een activatie van de hypofyse kon identificeren in 11 gezonde vrouwen tijdens een echt orgasme kon herkennen, maar niet bij 11 gezonde mannen tijdens ejaculatie. In hoofdstuk 5 wordt beschreven dat het dorsolaterale pons-tegmentum en de ventrolaterale pons geactiveerd zijn bij zowel ejaculatie en orgasme als bij urinelozing. Wij stellen voor om deze regio’s respectievelijk het bekkenorgaanstimulerend centrum (POSC) en het bekkenbodemstimulerend centrum (PFSC) te noemen. Beide centra fungeren als de regulerende centra van de spieractiviteit in het zenuwstelsel, betrokken bij mictie, ejaculatie en orgasme. Neurophysiology is a branch of physiology and neuroscience that focuses on the functioning of the different parts of the nervous system. The aim of this thesis is to improve our understanding of the neurophysiology of human sexuality by using functional neuroimaging, in particular Positron Emission Tomography (PET). In chapter 1, a short introduction is given to neurophysiology of sexuality as well as PET imaging and the data analysis methods employed in this thesis. In chapter 2, a more detailed description of the human brain activations during sexual stimulation, ejaculation and orgasm is given and linked to brain circuits involved in the mating behavior of cats. In chapter 3, the important finding of the deactivation of the visual cortex in women during high erotic movies, but not low erotic and neutral movies, is reported and discussed. Chapter 4, we demonstrated for the first time that neuroimaging techniques could identify increases in pituitary activation in 11 healthy women during real orgasm but not in 11 healthy men during ejaculation. In chapter 5, the dorsolateral pontine tegmentum and the ventrolateral pons that we found to be activated in ejaculation and orgasm are also involved in micturition. We propose to name these regions respectively the pelvic organ stimulating center (POSC) and the pelvic floor stimulating center (PFSC) which both act as the final brain output for muscle activity involved in micturition, ejaculation and orgasm.

    1,198

    full texts

    68,908

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    University of Groningen Digital Archive is based in Netherlands
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇