Empowerment – het tegenovergestelde van beheersing – is een centraal element
in de ideologie van sociale bewegingen geworden. Maar ook daarbuiten
is het een populair concept. Het concept wordt vaak enthousiast gepresenteerd
als een win-win formule, waarbij zowel activisten als degene waarmee
zij strijden profiteren. Het is echter ook vaak verworpen als een versluierende
term waarachter het tegenovergestelde schuil gaat: zowel voor activisten als
degene waarmee zij strijden, pakt empowerment uiteindelijk nadelig uit. Het
concept is echter zelden systematisch bekeken.
In dit artikel geef ik eerst aan wat empowerment inhoudt en waarom het
moeilijk in zijn geheel door meer gangbare concepten vervangen kan worden.
Ook laat ik zien dat het concept zijn wortels heeft in sociale bewegingen.
Vervolgens ga ik in op interne tegenstellingen binnen het concept, en stel
voor empowerment te zien als een balanceeract. Voorbeelden ontleen ik aan
sociale bewegingen in Nederland, maar ook ver daarbuiten. Ten slotte ga ik
in op de weerklank die empowerment – weliswaar vervormd – bijna overal in
de samenleving heeft gevonden. Ik bekritiseer het idee dat sociale bewegingen
als wegbereiders voor het neoliberalisme hebben gefungeerd en stel daartegenover
dat de verspreiding van empowerment buiten de sociale bewegingen
ook interventiemogelijkheden met zich meebrengt