Vergelijkende beeldanalyse als epistemologisch gefundeerd alternatief (‘historisch formalisme’) voor zowel de traditionele kunstgeschiedenis als de postmoderne cultural en visual culture studiesKijken is voor alle wetenschappers die visuele artefacten
uit de geschiedenis onderzoeken – fotografie, schilderijen,
film, architectuurtekeningen, prenten en reclame – een
eerste vereiste. Maar om te weten wat men ziet moet men
beschikken over begrippen om gelijktijdig en gelijksoortig
beeldmateriaal te kunnen vergelijken. Gedisciplineerd kijken
vraagt dan ook om reflectie ten aanzien van het kunst-
historisch taalgebruik: de woorden en de concepten die
men gebruikt om beeldmateriaal te benoemen en te
beschrijven doen er toe.
Zonder kennis van de woorden en hun samenhang in
historische teksten kan er geen kunsthistorische analyse
van schilderijen plaatsvinden. De schilderijen zijn immers
temidden van bepaalde opvattingen over kunst ontstaan.
Hoe men de status van de kunstenaar aanduidt (in termen
van ingenium of in termen van psychologische zelfexpressie),
of men de imitatio van een schilderij vermakelijk noemt
vanwege het vermogen lelijkheid en schoonheid weer te
geven of vanwege de ideale schoonheid die het oproept,
hoe over schilderen wordt gedacht, als een handwerk of
een ars (waartoe naast een leerbaar systeem, ook aanleg
en oefening behoort), dan wel als een systeem van
academische schoonheidsidealen of als het product van
een maatschappelijke voorhoede die per definitie culturele
grenzen overschrijdt – dat alles is historisch gedateerd