Abstract
The overall aim of this dissertation was to contribute to the conceptualization of teachers’ professional identity. Based on the literature and previous research, teachers’ job satisfaction, self-efficacy, occupational commitment, and change in level of motivation were perceived as indicators of teachers’ sense of their professional identity. The relationships between these indicators were explored using data of 1214 teachers working in secondary education in the Netherlands. Teachers’ relationship satisfaction (referring, for instance, to teachers’ satisfaction with the support they receive or their satisfaction with their co-workers) and teachers’ classroom self-efficacy play a pivotal role in the relationships between the indicators. By further analysing the same dataset, three distinct professional identity profiles were identified: an unsatisfied and demotivated identity profile consisting of teachers who scored relatively low on the indicators, a motivated and affectively committed identity profile consisting of teachers who scored relatively high on the indicators, and a competence doubting identity profile consisting of teachers with a more diverse score pattern. Differences between the profiles were observed regarding teachers’ beliefs about the objectives of education: ‘stimulating personal and moral development’ and ‘importance of qualification and schooling’. No differences between the profiles were observed regarding the teachers’ amount of experience. An additional exploratory study among eighteen teachers showed that the students of teachers with an unsatisfied and demotivated identity profile observed their teachers’ behaviours ‘providing clear instruction’ and ‘efficient classroom management’ more often than students’ ratings of teachers with a motivated and affectively committed or a competence doubting identity profile.
Samenvatting
De professionele identiteit van docenten moet gezien worden als het resultaat van de voortdurende interactie tussen de persoonlijke kenmerken van een docent en de kenmerken van diens werkomgeving. Deze voortdurende interactie wordt weerspiegeld in de motivatie, het vertrouwen in het eigen kunnen, de arbeidssatisfactie en de professionele betrokkenheid van de docent. De relaties tussen deze indicatoren zijn onderzocht met behulp van gegevens van 1214 leerkrachten in het voortgezet onderwijs in Nederland. De tevredenheid met de contacten op het werk (verwijzend naar, bijvoorbeeld, de tevredenheid met de ontvangen ondersteuning) en het vertrouwen in het eigen kunnen in de klas spelen een centrale rol in de relaties tussen de indicatoren. Op basis van dezelfde dataset werden drie verschillende professionele identiteitsprofielen onderscheidden: een unsatisfied and demotivated profiel, (docenten met dit profiel scoren relatief laag op de indicatoren), een motivated and affectively committed profiel (docenten met dit profiel scoren relatief hoog op de indicatoren) en een competence doubting profiel (bestaande uit docenten met een divers score patroon). Verschillen tussen de profielen werden waargenomen ten aanzien van opvattingen over de doelstellingen van het onderwijs: ‘bevordering van de persoonlijke en morele ontwikkeling’ en ‘belang van kwalificatie en scholing’. De docenten behorende tot de drie profielen verschilden niet in hun hoeveelheid ervaring in het onderwijs. Uit een extra verkennende studie onder achttien leraren bleek dat de leerlingen van de leerkrachten met een unsatisfied and demotivated profiel vaker het gedrag ‘duidelijke instructie’ en ‘efficiënt klasmanagement’ waarnamen bij hun docent dan leerlingen van leerkrachten met een ander identiteitsprofiel.