research article

Rb. Overijssel (Ktr. Almelo) (rolnummer 2127916\CV EXPL 13-3492, ECLI:NL:RBOVE:2014:1214: payrollovereenkomst is arbeidsovereenkomst met inlener; geen uitzendovereenkomst, want geen allocatiefunctie)

Abstract

Op 8 januari 2013 heeft de werknemer op het kantoor van MCMInnovation een als arbeidsovereenkomst fase A aangeduide overeenkomst getekend, een inschrijfformulier op briefpapier van MCMInnovation met onderaan de vermelding Stafflease Employment Benefit, een formulier Gedragsregels MCMInnovation en een formulier Variabele Beloning. In de arbeidsovereenkomst is vermeld dat deze is aangegaan met Stafflease BV, dat sprake is van een payrollovereenkomst en dat de werknemer tewerkgesteld zal worden bij MCMInnovation. Ook is een uitzendbeding opgenomen en is de CAO voor uitzendkrachten van toepassing verklaard. De werknemer heeft over januari en februari 2013 geen loon ontvangen. In kort geding heeft hij doorbetaling van loon gevorderd. De kantonrechter heeft MCMInnovation en Stafflease bij verstek hiertoe hoofdelijk veroordeeld. MCMInnovation stelt verzet in tegen dit vonnis.De kantonrechter gaat eerst na of sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en inlener MCMInnovation. Op basis van literatuur, rechtspraak en wetsgeschiedenis concludeert de kantonrechter dat inderdaad sprake is van een dergelijke arbeidsovereenkomst. Stafflease heeft geen enkele andere rol vervuld dan het "op papier" zijn van werkgever. De werknemer heeft zelfs niemand van Stafflease gesproken of gezien. MCMInnovation heeft de werknemer geworven om in haar opdracht werkzaamheden te verrichten. De gekozen constructie lijkt geen enkel ander doel te hebben dan de ontslagwetgeving te omzeilen. Daarom moet door de papieren constructie worden heengekeken. De overeenkomst tussen partijen kan evenmin beschouwd worden als een rechtsgeldige uitzendovereenkomst in de zin van art. 7:690 BW. Hiervoor is namelijk vereist dat de uitzendwerkgever een allocatiefunctie vervult op de arbeidsmarkt. In onderhavig geval is daarvan niet gebleken. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst bij MCMInnovation in dienst is getreden. Het feit dat MCMInnovation medio februari 2013 aan Stafflease zou hebben meegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomst met de werknemer wilde beëindigen, heeft niet tot een einde van de overeenkomst geleid, aangezien geen sprake is van een rechtsgeldig overeengekomen uitzendovereenkomst. MCMInnovation moet het loon doorbetalen tot het dienstverband rechtsgeldig zal zijn geëindigd.NB. Rechters toetsen elk payrollcontract inmiddels op zijn merites. Daarbij wordt nagegaan of sprake is van een arbeidsovereenkomst met de inlener («JAR» 2013/193 en in casu), van een arbeidsovereenkomst met het payrollbedrijf of van een overeenkomst sui generis («JAR» 2013/144 en «JAR» 2013/252). Zie over de allocatiefunctie ook «JAR» 2013/95.<br/

    Similar works