7,352 research outputs found
Evaluatie in de instrumentles: pleidooi voor systematisering en explicitering
Aan de vooravond van de hervormingen die het Deeltijds Kunstonderwijs idealiter moeten leiden naar een inhoudelijke vernieuwing, is een reflectie over evaluatie in de instrumentles bijzonder op zijn plaats. Evaluatie is immers onlosmakelijk verbonden met lesgeven. “To teach is to assess”, zei Keith Swanwick (1988) . Evaluatie is dan ook een weerspiegeling van de inhoudelijke keuzes die zowel de school als de individuele leraars maken om het leerproces van de aanstormende muzikanten in goede banen te leiden. Bovendien is het zo dat leerlingen hun leerproces afstemmen op de wijze waarop ze geëvalueerd worden. Nadenken over evaluatie brengt ons daarom naar de kern van pedagogie en didactiek
Evaluatie in het deeltijds kunstonderwijs: het schietlood in actie
Leerlingenevaluatie wordt in het deeltijds kunstonderwijs op zeer diverse wijze ingevuld. Ze gebeurt veelal op het niveau van de klas, gekarakteriseerd door de intuïtieve aanpak van elke individuele leraar. Deze tekst bevat een pleidooi voor een evaluatiesysteem dat werkzaam is op alle niveaus van de school en zowel het leerproces van de leerling, het didactisch handelen van de leraar, het inhoudelijk beleid van de school als de communicatie met de ouders ondersteunt. Op basis van een theoretische uitwerking die aansluit bij de didactiek van het ‘begeleid zelf-
standig leren’ (uitgangspunten) wordt evaluatie gesystematiseerd in een
geheel van elementen (mogelijkheidsvoorwaarden) die bijdragen tot de
creatie van een krachtige leeromgeving. Vervolgens wordt een prototype
van een evaluatieformulier uitgewerkt dat aansluit bij de geformuleerde
uitgangspunten en mogelijkheidsvoorwaarden. De inhoud van dit for-
mulier is geïnspireerd door het onderzoek naar flow experience en maakt
het mogelijk om naast de instrumentaal-technische en artistieke vaar-
digheden ook de motivatie en de cognitieve vaardigheden van een leer-
ling diepgaand te evalueren
Implementering av oppdatert retningslinje for tromboseprofylakse. Ikke-ortopediske, ikke-onkologiske kirurgiske pasienter Sykehuset Innlandet, Hamar
Tema/problemstilling: Oppgaven omhandler implementering av oppdatert retningslinje for tromboseprofylakse til ikke-ortopediske, ikke-onkologiske kirurgiske pasienter ved Sykehuset Innlandet - Hamar. Problemstillingen dreier seg om å systematisere den antitrombotiske behandlingen slik at alle risikopasienter får korrekt profylakse. Hensikten er å redusere risiko for pasientskade i form av venøs tromboembolisme.
Kunnskapsgrunnlag: Kvalitetsforbedringsprosjektet er basert på norske retningslinjer for antitrombotisk behandling utgitt av Norsk Selskap for Trombose og Hemostase i 2013. Disse er igjen bygget på en omfattende retningslinje utgitt av American College of Chest Physicians kalt Antithrombotic Therapy and the Prevention of Thrombosis, 9th Edition: American College of Chest Physicians Evidence-based Guidelines (AT9).
Tiltak/kvalitetsindikator: I følge de nevnte retningslinjene er det anbefalt å risikostratifisere pasientene inn i hovedgrupper noe som er avgjørende for valg av type antitrombotisk behandling. I de amerikanse retningslinjene brukes en modifisert Caprini-skår som er relativt omfattende. Vårt forslag til tiltak, også basert på Caprini-skår, er å innføre en forenklet risikostratifisering av de aktuelle pasientene. Dette skal gjøres ved at et skåringsskjema plasseres i innkomstmappa til hver enkelt pasient og fylles ut ved sykepleiemottagelsen ved ankomst til sykehuset. Som kvalitetsindikator har vi valgt en resultatindikator. Denne måler andel pasienter som er kvalifisert for antitrombotisk profylakse (i følge retningslinjene) og som faktisk får den.
Ledelse/organisering: Prosjektet skal gå over relativt kort tid med 12 måneders varighet. Siden prosjektet omhandler systematisering av en behandling som allerede er i bruk, ansees omfanget å være begrenset og det det vil kun være nødvendig med en mindre prosjektgruppe. Prosjektet bør inkludere en kirurg og en sykepleier. Vi anbefaler dessuten at en superbruker i sykehusets kliniske jounalsystem DIPS deltar i prosjektgruppen. Milepælene for prosjektet vil være ved 3, 6 og 12 måneder. Resultatindikatoren måles etter 6 og 12 måneder og nødvendige justeringer iverksettes.
Konklusjon: Studier tyder på at profylakse generelt gis til for få risikopasienter og at lokale retningslinjer/rutiner kan øke andelen som får korrekt behandling. Lokale retningslinjer mangler ved Hamar sykehus. Kvalitetsforbedringsprosjektet vil ikke være omfattende hverken i tid eller ressursbruk, kvalitetsindikatoren er enkel å måle og det er trolig rom for forbedring på Hamar sykehus. Vi tror prosjektet med fordel kan gjennomføres
Executoriaal en conservatoir verhaalsbeslag op aandelen in kapitaalvennootschappen en op certificaten daarvan, door Georg van Daal,diss. Erasmus Universiteit Rotterdam 2008.
Executoriaal en conservatoir verhaalsbeslag op aandelen in kapitaalvennootschappen en op certificaten daarvan, door Georg van Daal, dissertatie Erasmus Universiteit Rotterdam 2008. Boekbespreking
Leerboeken-onderzoek en leergang-konstruktie
De noodzaak van het onderzoek van de leerboekenmarkt lijkt vooral te verdedigen op grond van kwaliteitseisen en de keuzeproblematiek bij het zeer grote aanbod. De huidige stand van de research laat evenwel geen vergaande beslissingen of zelfs veroordelingen toe inzake bepaalde leerboeken. Hoewel het onderzoek wel doorgaat, mag toch niet verwacht worden dat de resultaten ervan een definitieve oplossing zullen bieden voor het keuzeprobleem. De research zou zich echter eveneens kunnen gaan richten op de ontwikkeling van geheel vemieuwde leerboeken of leergangen en daarbij gebruik maken van ondenvijskundige theorieen, methoden en technieken. Er is voor vele schoolvakken en onderwijsnivo' s, zeker in de nieuwe schooltypen, een vernieuwd curriculum nodig waaraan hoge eisen gesteld moeten kunnen worden. Om aan die eisen tegemoet te kunnen komen behoren de docenten de beschikking te hebben over de beste leergangen die te produceren zijn. Daarvoor is ontwikkelingsresearch nodig net als bij bv. de geneesmiddelenindustrie. Het zal nodig zijn de prijs van een nieuw leerboek mede te doen bepalen door een percentage ontwikkelingskosten. De ontwikkeling van een nieuwe leergang zal stapsgewijze moeten plaatsvinden. Het herzien van eerste versies zal moeten plaatsvinden op grond van onder meer beoordelingen van verschillende deskundigen en meerdere proeflessen in meerdere klassen. De ontwikkelingsresearch moet een professioneel karakter krijgen, zodanig dat op wetenschappelijk verantwoorde wijze de bestaande goede gewoonten van leerboekenschrijvers geperfectioneerd worden. Daarbij moeten deskundigen uit verschillende disciplines samenwerken. Hoewel het kiezen van de leerstof en de werkvormen in hoofdzaak door leraren gerealiseerd zal moeten worden, zal het theoretisch en vooral het methodologisch kader van hun werk toch aangereikt moeten worden door onderwijskundigen. In Nederland zijn enkele aanzetten tot een dergelijke werkwijze. In Israel werkt een leerplaninstituut waar men voor de junior high school professionele leergangen ontwikkelt. Het lijkt erg nodig dat wij in ons land ook een centrale voorziening treffen, waar ten behoeve van de zwaarbelaste leraren leergangen worden ontwikkeld voor de vakken die daarvoor in aanmerking komen
Å forbedre en etat: Om læring gjennom eksisterende systemer i politiorganisasjonen
Reformer i offentlig forvaltning tar ofte utgangspunkt i å endre atferd via formelle strukturer og formaliserte prosedyrer og rutiner (Røvik, 2007). Likevel viser forskning at formell struktur og faktisk atferd i organisasjonen sjeldent samsvarer (Jacobsen og Thorsvik, 2013). Å påvirke atferd gjennom formaliserte styringsinstrumenter kan dermed by på utfordringer (Christensen, Lægreid, Roness og Røvik, 2009). Med disse forutsetningene spør vi hvordan man best kan tilrettelegge for organisasjonslæring i endringsprosesser. Hvilke læringsarenaer kan gjøre komplekse organisasjoner mer kunnskapsbaserte? Med utgangspunkt i politietaten som case vil vi utforske hvordan man med virkemidler fra både styring og ledelse kan tilrettelegge for læring i organisasjoner som bærer trekk fra tradisjonelt byråkrati og profesjonsbyråkrati. I artikkelen understreker vi at endret atferd i politiorganisasjonen må hvile på medvirkning fra polititjenestepersonene, og kommer med noen eksempler på læringsarenaer og mulige hindre i arbeid med læring og endring som kan reduseres for å få læring til. I tillegg presenterer vi en del begreper som kan være nyttige, og viser til eksempler på måter politiet kan lære å lære av feil på. Siden gapet mellom formelle og uformelle prosesser i politiorganisasjonen er så stort, vil det å utvikle interne profesjonelle standarder ut fra langsiktig målsetting styrke politiets kontroll med arbeidsprosessene og tilrettelegge for medvirkning i det pågående endringsarbeidet. Systematisert, kunnskapsbasert erfaringslæring er en av de veiene politiledere og deres organisasjoner oppfordres til å følge (NOU 2009:12, Hove, 2014)
Moedertaal en Taalpolitiek bij Herder: over de taalfilosofische grond van Herders taalnationalisme
Helder de Schutter studeerde linguïstiek en filosofie te Leuven. Zijn afstudeeronderwerp in de wijsbegeerte had als titel ‘Multiculturalisme en gelijkheid: op zoek naar een rechtvaardige omgang met culturele verschillen; Een politiek-filosofische reflectie over België als multinationale staat’. Zijn huidige onderzoek handelt over linguïstische rechtvaardigheid, waarbij het element ‘moedertaal’ binnen het multiculturalisme wordt geanalyseerd vanuit een rechtvaardigheidsperspectief.In mijn proefschrift analyseer ik hoe veel van onze hedendaagse overtuigingen over het belang van moedertaal en linguïstische diversiteit geïnspireerd en gedreven worden door enkele historische posities uit de taalfilosofie. Concreet sta ik in deze bijdrage stil bij de rol die Johann Gottfried Herder gespeeld heeft in de ontstaansgeschiedenis van het idee dat moedertalen van belang zijn en daarom beschermd moeten worden.
Mijn bijdrage bestaat uit drie delen. In het eerste deel analyseer ik Herders normatieve visie op de rol van taal en nationaliteit in de politieke sfeer en reconstrueer ik zijn taalfilosofische inbedding van die taalpolitiek. Ten tweede argumenteer ik dat Herder met deze verdediging van moedertalen – die te onderscheiden valt van zowel een atomistisch-instrumentele als van een republikeinse visie op taal en taalpolitiek – een cruciale stap zet in de historische ontwikkeling van het idee dat moedertalen moreel-politiek van belang zijn. Ten derde toon ik aan dat Herders visie heel wat hedendaagse discussies blijft inspireren, door te analyseren hoezeer en in welk opzicht zijn taalbegrip blijft doorwerken in de politieke filosofie van het multiculturalisme die recent door filosofen als Will Kymlicka en Charles Taylor ontwikkeld werd
- …
