21,547 research outputs found
De dreiging van negatieve publiciteit: Is reputatieschade een alternatief voor handhaving?
De dreiging van negatieve publiciteit vormt voor ondernemingen een belangrijke drijfveer voor regelnaleving. Deze dreiging is vele malen groter dan de afschrikwekkende werking die uitgaat van de handhaving. In deze bijdrage is de vraag aan de orde of en hoe handhavers hier hun voordeel mee kunnen doen. Vormt negatieve publiciteit een alternatief voor de handhaving? In deze bijdrage wordt nader licht geworpen op het belang van reputatie voor bedrijven. Ik onderzoek, aan de hand van wetenschappelijke theorieën en onderzoeksresultaten, in hoeverre de angst voor reputatieschade een motief vormt voor naleving. Vervolgens bespreek ik mogelijke consequenties voor de handhaving.
Een goede reputatie is voor een bedrijf van levensbelang. Regelovertredingen kunnen die reputatie een gevoelige slag toebrengen, en negatieve publiciteit hierover kan grote schade veroorzaken. De krachtige invloed die van de sociale omgeving uitgaat, biedt perspectieven voor de publieke handhaving. De overheid kan inspelen op sociale controle die al wordt uitgeoefend om de naleving van regelgeving te bevorderen. Zo kunnen publieke handhaving en sociale controle elkaar versterken.
Bij de kracht van reputatiesancties moeten echter belangrijke kanttekeningen worden geplaatst. In de eerste plaats is in deze bijdrage duidelijk geworden dat een goede informatie-uitwisseling over overtredingen een voorwaarde is voor reputatiesancties. Het is immers lang niet altijd bekend dat bedrijven overtredingen plegen. Dit vereist een informatiecircuit waarin reputatie-informatie over bedrijven wordt uitgewisseld. Indien nodig, kan de overheid trachten dit circuit te versterken of zelfs te organiseren. Daarbij kan worden gedacht aan het actief publiceren van gegevens over overtredingen, of door eisen te stellen aan informatieverstrekking vanuit ondernemingen. Verspreiding van informatie over overtredingen is echter beslist geen voldoende voorwaarde voor het ontstaan van reputatieschade. Reputatie-effecten zullen alleen optreden als een overtreding ook negatief wordt gewaardeerd. Dit laatste punt is voor de overheid veel moeilijker te beïnvloeden
Hoe stevig is de piramide van Braithwaite?
Responsive regulation is de belangrijkste theorie in het debat over regulering en handhaving van organisatiecriminaliteit. Met name de handhavingspiramide van John Braithwaite wordt door veel Nederlandse toezichthouders omarmd. Dit artikel onderzoekt de grondslagen van die handhavingspiramide. We laten zien dat de centrale uitgangspunten van de piramide, namelijk de gedachte van zware straffen als ultimum remedium, en het concept responsiviteit, in tegenspraak lijken te zijn met de praktijk van handhaving. Hoewel de handhavingspiramide aanspreekt vanwege het hoge common sensegehalte, is de toepasbaarheid in de praktijk heel wat minder vanzelfsprekend als op het eerste gezicht lijkt
De voortschrijdende bestuurlijke handhaving van het verkeerssanctierecht
De laatste decennia is een ontwikkeling gaande waarbij niet langer enkel de strafrechtelijke afdoening bepalend is maar handhaving van het verkeersrecht door middel van bestuurlijke afdoening terrein wint. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de strafrechtelijke en bestuurlijke mogelijkheden om het rijbewijs van een bestuurder af te nemen. Het gaat dan om de strafrechtelijke invordering en inhouding van het rijbewijs, de ontzegging van de rijbevoegdheid, de bestuurlijke vorderingsprocedure, de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten en het alcoholslotprogramma. Met dit scala aan afdoeningsmogelijkheden kan het voorkomen dat de bestuurder van een motorrijtuig geconfronteerd wordt met een strafrechtelijke en bestuurlijke handhaving waarbij in beide handhavingstrajecten de kans aanwezig is dat hij zijn rijbewijs (tijdelijk) verliest. Daarbij rijst de vraag of er sprake is van een dubbele bestraffing. Deze vraag wordt behandeld in samenhang met relevante rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat bij ernstige verkeersdelicten bestuurlijke handhaving naast strafrechtelijk handhaving juridisch toelaatbaar lijkt, waarbij wordt aangetekend dat dit voor de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten minder evident lijkt
Nationale 'good practices' voor de VWA: Studie naar drie soortgelijke autoriteiten in Nederland
In 2005 researchers from Wageningen UR and LNV DK conducted exploratory research for VWA into the good practices of three inspectorates - PD, IVW-DL and AFM - as part of the review of the financial system, subject to the financial articles, due to be implemented in EU member states on 1 January 2006. In these three cases, the main focus was on the implementation of auditing activities and the method of financing. The findings for these cases and the findings of the cases from EU member states will be used in the scenario study. In all, three reports will be published in the framework of this investigation.Financial Economics,
Ontdubbelde handhaving
Met het doel om de administratieve lasten voor ondertoezichtgestelden te reduceren, worden veel inspecties ‘ontdubbeld’: soortgelijke groepen burgers worden op dezelfde wijze behandeld en soortgelijke activiteiten worden op dezelfde wijze uitgevoerd binnen één (grotere) inspectiedienst. Het gedroomde gevolg: de ondertoezichtgestelde krijgt nog maar te maken met één inspecteur die op elk domein regels handhaaft. En die inspecteur is op verschillende domeinen inzetbaar. Van de nieuw opgerichte inspecties, zoals de Autoriteit Consument & Markt (ACM), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT), wordt daarom verwacht dat deze flexibeler en doelgerichter kunnen opereren. Of samenvoeging van inspecties inderdaad tot ‘ontdubbeling’ leidt, is afhankelijk van het vervullen van twee voorwaarden. In de eerste plaats moeten de handhavingsinstrumenten (de bevoegdheden die inspecties hebben) per domein niet te veel verschillen. In de tweede plaats moeten deze instrumenten over de domeinen heen enigszins uniform worden gebruikt. Een case study naar (het gebruik van) handhavingsinstrumenten van de Inspectie Verkeer en Waterstaat illustreert dat weliswaar de handhavingsinstrumenten veelal gelijk zijn, maar het gebruik ervan per domein verschilt. Juist de stijl van regelhandhaving laat zich niet gemakkelijk te standaardiseren en staat in de weg aan een serieuze ‘ontdubbeling’ van de handhaving, waarbij inspecteurs op elk domein werkzaam kunnen zijn. DOI: 10.5553/NALL/.00001
ABRvS 19 januari 2005, JM 2005/24, m.nt. K.J. de Graaf
Handhaving. Handhavingsverzoek. Legalisatie. Proceskosten. Revisievergunning. Mestvarkens. Afstemmingsregeling
Inpassing en handhaving van de Wet oneerlijke handelspraktijken
In dit artikel worden de hoofdpunten uit het Wetsvoorstel oneerlijke handelspraktijken op een rij gezet.
Bijzondere aandacht is er voor de inpassing in het BW en de verhouding tot andere civielrechtelijke
rechtsfiguren. Ook wordt ingegaan op de handhaving van de wet. In een bijlage is de voorgestelde wettekst
opgenomen
Preventie van arbeidsuitval: ontwikkelingen in arbeidsomstandighedenbeleid en civiele aansprakelijkheid
Deze afgelopen decennia is het publieke bestel ingrijpend gewijzigd met de bedoeling ervoor te zorgen dat werkgevers en werknemers meer gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen bij de preventie van arbeidsongevallen. Dit zou er toe moeten leiden dat werkgevers hun veiligheidsbeleid intensiveren, daarbij hun werknemers in toenemende mate betrekken en daarin werknemers in toenemende mate aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheden. Bovendien veronderstelt de stelselherziening dat beide partijen naar de civiele rechter stappen om handhaving af te dwingen en dat rechters de responsabilisering van individuele werknemers erkennen in hun uitspraken. Deze veronderstellingen hebben wij getoetst aan de hand van de manier waarop het veiligheidsbeleid van een energiebedrijf zich heeft ontwikkeld en een analyse van de wetgeving en jurisprudentie op het gebied van de aansprakelijkheid voor arbeidsongevallen en beroepsziekten. Onze bevindingen laten zien dat de werkgever zijn veiligheidsbeleid heeft geïntensiveerd en de verantwoordelijkheid van individuele werknemers heeft uitgebreid, maar dat deze veranderingen de gezamenlijkheid van het veiligheidsbeleid hebben verkleind in plaats van vergroot. Ook blijkt dat preventieve private handhaving via het a
- …
