50,769 research outputs found
Kwalitatieve evaluatie van 10 jaar zorgcoördinatie en case management in de Oost-Vlaamse drughulpverlening: een rondvraag bij hulpverleners en cliënten
Sinds 10 jaar wordt door de Provincie Oost-Vlaanderen – in samenwerking met het provinciaal overlegplatform geestelijke gezondheidszorg (PopovGGZ) en alle betrokken voorzieningen – geïnvesteerd in zorgvernieuwing, coördinatie en afstemming van de zorg in de drughulpverlening. Dit heeft naast heel wat ‘onzichtbare’ realisaties (bv. grotere bekendheid van het zorgaanbod, de intakeprocedure en werkwijze van andere voorzieningen, betere samenwerking tussen voorzieningen als gevolg van meer (informele) contactmomenten), ook tot een aantal duidelijk tastbare resultaten geleid. Het betreft onder meer de oprichting van een netwerkcomité middelenmisbruik, de aanstelling van een zorgcoördinator, de uitbouw van een case managementteam en de organisatie van een driewekelijks cliëntenoverleg. Met name deze laatste twee realisaties komen in voorliggend onderzoeksrapport uitgebreid aan bod. We doen dit in de eerste plaats door de direct betrokkenen (cliënten, hulpverleners en verantwoordelijken) zelf aan het woord te laten.
De bevindingen van onze kwalitatieve evaluatie worden afzonderlijk besproken met betrekking tot het cliëntenoverleg en case management. Vooreerst worden beide werkvormen beschreven en worden enkele cijfergegevens meegegeven over de interventie in kwestie. Daarna volgt een beknopte bespreking van de gevolgde methodologie. Bij de rapportage van de onderzoeksresultaten wordt een onderscheid gemaakt tussen de bevindingen van hulpverleners over het cliëntenoverleg, de visie van cliënten over case management en het perspectief van case managers en projectverantwoordelijken over deze laatste interventie. We sluiten af met een aantal globale conclusies en aanbevelingen voor de toekomstige praktijk, die we terugbrachten tot tien concrete suggesties ter optimalisatie van het cliëntenoverleg en het case management. In tegenstelling tot eerdere publicaties beroepen we ons in dit onderzoeksrapport slechts in beperkte mate op de literatuur. In voorliggend rapport wilden we vooral het ‘insider’-perspectief laten primeren en voor meer theoretische beschouwingen verwijzen we dan ook naar eerdere publicaties (cf. Vanderplasschen, 2004)
De instroom van migranten en etnische minderheden in de drughulpverlening : een verkennende studie
The clinical learning environment and supervision instrument (CLES): validity and reliability of the Dutch version (CLES+NL)
Implementatie van TalentenKracht bij het universiteitsmuseum en de kinderuniversiteit
Een museumbezoek draagt iets bij aan het leerniveau van leerlingen, maar een op zichzelf staand museumbezoek heeft geen meerwaarde voor het ontwikkelen van kennis bij leerlingen. In dit artikel wordt gepoogd antwoord te krijgen op de vraag hoe de programma’s van het universiteitsmuseum en de kinderuniversiteit uitgebreid kunnen worden, met integratie van TalentenKrachtprincipes, zodat het wetenschappelijk denkproces van de leerlingen in het gehele arrangement gestimuleerd wordt. Om antwoord te kunnen krijgen op deze vraag is een beschrijvend onderzoek gedaan waarin realistische settings zijn gebruikt die bestaan uit museumbezoeken en klassikale lessen waarbij de interactie tussen de begeleiders en leerlingen zijn gemeten. De resultaten van het onderzoek laten zien dat begeleiders die kennis van TalentenKracht hebben een hoger redenatieniveau bij leerlingen uitlokken. De begeleiders die kennis van TalentenKracht hebben stellen veel open vragen aan leerlingen om wetenschappelijk redeneren bij leerlingen uit te lokken. De resultaten van een statistische analyse laten significante verschillen zien tussen de begeleiding van een begeleider die intensieve kennis van TalentenKracht heeft en begeleiders die geen kennis van TalentenKracht hebben. De begeleider die intensieve kennis van TalentenKracht heeft lokt complexere redenaties bij leerlingen ui
Wat heet sluitend? Een evaluatieonderzoek naar het functioneren van Kernpunt Feijenoord in de periode mei 2002-oktober 2003
Dit rapport betreft een onderzoek naar de begeleiding van multiprobleemjongeren uit Feijenoord
door medewerkers van Kernpunt Feijenoord in de pilotperiode van mei 2002 – oktober
2003. Het onderzoek is verricht in opdracht van SISA die medefinancierder en leider is van het
project Kernpunt Feijenoord. Het onderzoek vertrok vanuit de volgende drie vragen:
1. Hoe is het cliëntenbestand van Kernpunt Feijenoord samengesteld?
2. Op welke wijze wordt er methodisch-inhoudelijk gewerkt in het project Kernpunt
Feijenoord en wat zijn daarvan de resultaten?
3. Hoe zien de contacten met lokale en bovenlokale instanties eruit en hoe worden deze
contacten beoordeeld?
De onderzoekers komen tot de volgende samenvattende conclusie over het cliëntenbestand
van Kernpunt Feijenoord. De jongeren waarmee de medewerkers van KPF een
begeleidingsrelatie hebben opgebouwd in de onderzoeksperiode zijn voornamelijk normale
justitiële klanten. Het gaat om 27 van de 67 contacten. Jongeren met wie de medewerkers
contact kregen zonder dat een voorgeleiding aan de rechter op handen was – de vrijwillige
contacten - gingen meestal niet in op het aanbod van begeleiding. De meeste jongeren wilden
geen begeleiding en/of hadden al contact met een andere instelling. Van de veertig vrijwillige
contacten werden er dertien in een begeleidingsrelatie omgezet. Deze dertien werden
merendeels binnengebracht via het Leger des Heils of de medewerkers van KPF. Vijf van
vrijwillieg klanten hadden in het verleden een justitiële titel. Zij wijken in zwaarte van de
problematiek en gepleegde overtredingen en in achtergrondkenmerken niet af van de justitiële
klanten
Genieten, een literatuuronderzoek naar het verband tussen
In deze scriptie heb ik me gericht op twee onderzoeksvragen. De eerste onderzoeksvraag gaat over
het verband, in de literatuur, tussen de ervaring van genieten en het zinvolle leven. In het eerste
hoofdstuk de ervaring van genieten langs een fysieke benadering, een psychologische benadering en
een filosofische benadering verkend. Hierbij zijn onder andere de bio-energetica, de positieve
psychologie en het hedonisme aan bod gekomen. In het tweede hoofdstuk heb ik me gericht op het
zinvolle leven vanuit de existentiële benadering en een conceptuele verkenning van zingeving van
Alma en Smaling. Het tweede deel van het tweede hoofdstuk staat in het teken van het verband
tussen genieten en het zinvolle leven. Hieruit blijkt dat genieten op verschillende manieren kan
bijdragen aan de beleving van zin in het leven.
De tweede onderzoeksvraag en het derde hoofdstuk gaan over de manier waarop genieten ingezet
zou kunnen worden bij de humanistische geestelijke begeleiding. Hiertoe heb ik me gericht op de
humanistische geestelijke begeleiding en de houding van het humanisme ten opzichte van genieten.
Daarna heb ik bekeken welke mogelijkheden er zijn om genieten te bevorderen, te versterken of te
verlengen en hoe dit kan passen binnen de humanistische geestelijke begeleiding
Ambulantiseren in de BW: een kans op herstel
Ambulantisering is in de eerste plaats een bezuinigingsmaatregel ingezet als onderdeel van de transitie van de AWBZ naar de WMO. In dit artikel wordt, aan de hand van het verhaal van een cliënt in een beschermende woonvorm, beschreven welke kansen ambulantisering biedt in een tijd waarin in de psychiatrie een paradigmashift gaande is. De focus van ziekte en symptoombestrijding wordt verlegd naar rehabilitatie en herstel. Het focussen op ontwikkeling en mogelijkheden vraagt het nodige lef van de cliënt, en van de professionals die hem begeleiden
Nieuwe spelers in de informatiemaatschappij – speelt IT-auditor mee?
Kiezen is steeds complexer geworden en vergt steeds meer (achtergrond)informatie en begeleiding. Deze begeleiding wordt geboden door intermediairs, zoals de verzekeringsagent, de hypotheekadviseur en de reisagent. Zij zorgen dat het aanbod behapbaar wordt en dat u uw juiste keuze kunt maken. In toenemende mate worden deze intermediairs vervangen door systemen. De auditor kan zowel intermediair zijn als gebruiker van intermediaire systemen
- …
