5,374 research outputs found
Opsporing Verzocht
Wekelijks kijkt meer dan een miljoen mensen naar Opsporing Verzocht op televisie. Hoewel dit programma al bijna dertig jaar bestaat, past het in een trend waarin de politie steeds vaker gebruik maakt van de media om de hulp van burgers in te roepen bij de opsporing van verdachten. We spreken hier van opsporingsberichtgeving: het tonen van beelden van verdachten of het verspreiden van andere informatie over delicten met als primair doel hulp te vragen aan het publiek bij het oplossen van deze zaken. Dat roept de vraag op hoe effectief opsporingsberichtgeving is. Die vraag is mede relevant omdat het verspreiden van informatie over verdachten mogelijk verstrekkende gevolgen voor hen kan hebben. Dit onderzoek beantwoordt de vraag naar de bijdrage van Opsporing Verzocht aan de oplossing van delicten. Deze vraagstelling wordt beantwoord middels een quasi-experimenteel onderzoek. De in Opsporing Verzocht uitgezonden zaken worden in de eerste plaats vergeleken met delicten waarvan geen opsporingsbericht in Opsporing Verzocht is getoond. In de tweede plaats meten we het effect van variatie in de kijkcijfers van Opsporing Verzocht. Hiervoor maken we gebruik van de variatie in kijkcijfers die wordt veroorzaakt door het gelijktijdig uitzenden van een voetbalwedstrijd uit de Champions League. Op basis van beide onderzoeksmethoden blijkt de bijdrage van Opsporing Verzocht aan het oplossen van delicten aanzienlijk te zijn
Raadsman bij politieverhoor
Samenvatting
Probleemstelling
Decennia lang wordt er al gediscussieerd over de toelating van de raadsman bij het politiële verdachtenverhoor. In juli 2008 is een tweejarig experiment van start gegaan waarbij de advocaat tot het (eerste) politieverhoor toegelaten wordt. Dit rapport doet verslag van het onderzoek naar dat experiment en de bevindingen die we hebben gedaan. Dat de raadsman nu binnen een experimentele situatie bij het politieverhoor wordt toegelaten moet begrepen worden tegen de achtergrond van internationale ontwikkelingen en een aantal strafzaken waarin de verdachte ten onrechte veroordeeld is, mede op basis van een valse bekentenis. Aanleiding zijn de fouten die in de Schiedammer Parkmoord tijdens het vooronderzoek door politie, Openbaar Ministerie en het Nederlands Forensisch Instituut gemaakt zijn en de daarop gebaseerde verkeerde rechtelijke beslissingen. Deze vormden de aanleiding tot het Programma Versterking Opsporing en Vervolging dat als doel had de waarheidsvinding in strafzaken te optimaliseren. Het programma omvatte maatregelen die enerzijds gericht waren op het verbeteren van de kwaliteit van het politieverhoor en anderzijds op het bevorderen van de transparantie van het politieverhoor. Eén van de maatregelen uit het programma was de invoering van audio dan wel audiovisuele registratie van verhoren in ernstige zaken. In aanvulling op het programma werd bovendien de politieke wens geuit om de advocaat toe te laten tot het politieverhoor. Nadat de Tweede Kamer de motie Dittrich aanvaard had, zegde de minister van Justitie toe tijdelijk een verandering in de procedure van de eerste politiële verdachtenverhoren in te voeren: het ‘experiment raadsman bij politieverhoor’.
Het doel van het experiment is te bekijken wat de meerwaarde is van de aanwezigheid van de raadsman op het bevorderen van de transparantie en verifieerbaarheid van het verhoor en het voorkomen van ongeoorloofde pressie. De praktische uitwerking van deze doelstelling betreft een tweeledige verandering van de verhoorsituatie: de advocaat wordt toegelaten tot het verhoor én advocaat en verdachte krijgen voorafgaand aan het verhoor de gelegenheid in beslotenheid met elkaar te overleggen. De invoering van deze tijdelijke (experimentele) maatregel geldt voor alle (voltooide) misdrijven tegen het leven gericht, genoemd in Titel XIX Wetboek van Strafrecht in de regio’s Amsterdam-Amstelland en Rotterdam-Rijnmond. Ten behoeve van het experiment is het ‘protocol pilot raadsman bij politieverhoor van verdachten’ opgesteld, dat voorschrijft hoe alle deelnemers aan de verhoren zich zouden moeten opstellen. Het is belangrijk te vermelden dat raadsman en verdachte volgens het protocol tijdens het verhoor geen contact met elkaar mogen hebben. Daarbij mag de raadsman het verhoor op geen enkele manier verstoren en alleen ingrijpen wanneer het pressieverbod volgens hem overtreden wordt. De advocaat krijgt hiermee dus een passieve rol tijdens het verhoor toebedeeld.
De doelstelling van onderhavig onderzoek is de feitelijke gang van zaken rondom het politieverhoor met voorafgaande consultatie en toelating van raadslieden zo zorgvuldig mogelijk in kaart te brengen. De beschrijving van de feitelijke gang van zaken en de ervaringen van betrokkenen bij het experiment vormen dan ook de kern van het onderzoek. Daarnaast wordt getracht vast te stellen of en in hoeverre de verhoorsituatie verandert door de hierboven besproken aanpassingen. De centrale vraagstelling van het onderzoek luidt:
Hoe verlopen de eerste politieverhoren met voorafgaande consultatie en aanwezigheid van de advocaat en wat zijn feitelijke waarneembare gevolgen van de consultatie en de aanwezigheid op het verloop van het verhoor?
[.....]
Als laatste kan aangestipt worden dat er inmiddels een nieuwe situatie is ontstaan naar aanleiding van jurisprudentie van het EHRM en de HR. Het is interessant te bezien in welke mate de conclusies uit dit onderzoek stand houden in de context van die ontwikkelingen. Met andere woorden: in hoeverre hebben we te maken met blijvende effecten? Dit zal over enkele jaren moeten blijken en het laatste woord over de uitbreiding van het bijstandsrecht tijdens verdachtenverhoren zal zeker nog niet gesproken zijn
Mediaberichtgeving over witteboordencriminaliteit: 'there's no such thing as bad publicity'
Recentelijk werden de hoofdverdachten in de ‘Klimop-zaak’ door de Rechtbank Haarlem in eerste aanleg veroordeeld tot uiteenlopende straffen. Strafrechtelijke vervolging van fraude zou er mede toe moeten dienen witteboordencriminaliteit ondubbelzinnig te veroordelen. Welke rol spelen de media bij deze pogingen om een grens te trekken in het grijze gebied tussen innovatief ondernemerschap en verwerpelijke roekeloosheid
Asielmigratie en criminaliteit
Het vraagstuk van asielmigratie staat al jaren hoog op de politiek-maatschappelijke agenda. De mate van betrokkenheid van asielzoekers bij criminaliteit is onderwerp van een beladen discussie die desondanks, of wellicht juist daardoor, een degelijke empirische onderbouwing mist. Dat betreft eerst en vooral een betrouwbaar cijfermatig inzicht in de betrokkenheid van asielzoekers bij criminaliteit. Dat kan vervolgens als opmaat dienen voor nader onderzoek naar achterliggende verklaringen, oorzaken en omstandigheden. Voor Politie en Wetenschap was het aanleiding voor een meeromvattend drieluik naar zowel de aard en omvang als de achtergronden van betrokkenheid bij criminaliteit van drie groepen asielzoekers: asielzoekers in procedure, (ex-)asielzoekers die een formele status hebben verworven en 'illegalen': asielzoekers wier asielaanvraag is afgewezen.
Dit deel van het drieluik geeft een overzicht van de aard en omvang van de criminaliteit onder in Nederland verblijvende asielmigranten (waaronder afgewezen asielzoekers, toegelaten asielzoekers en asielzoekers in de procedure). De studie is gebaseerd op de registraties van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de politie voor de periode 1995-2004. De onderzoekers geven niet alleen een gedegen cijfermatige beschrijving van de aangetroffen criminaliteitspatronen, maar gaan ook in op de vraag in hoeverre de verblijfsstatus van invloed is op betrokkenheid bij misdaad
"Boeven vangen" via internet. Beelden over criminaliteit in opsporingsberichtgeving
Abstract. This article studies community notification of suspects, as in Crimewatch and its Dutch equivalent, Opsporing Verzocht, and on police websites. It explores how these messages frame crime, and how these frames change when police messages are copied by private websites. Publication of suspects by the police is characterized as responsibilization, because it legitimizes the authority of the police and reinforces existing relations between police and the public. The new media, however, undermine the frame of authority as it is presented by the police, either because publications aiming to detect suspects are transformed into news or entertainment, or because private websites select those publications that give room to the questioning of police performance. As for the presentation of the publications, this article compares the Dutch TV program Opsporing Verzocht and the website GeenStijl. Opsporing Verzocht centers around the victim, while GeenStijl presents the subject from an enforcement point of view. GeenStijl users are not addressed as the police’s helping hands, but as autonomous agents of social control, sometimes standing in for the police. Community notification of suspects therefore not only influences detection rates, but also the relation between the police, the public, and offenders in society
Slachtofferschap onder eerstegraads leerlingen: Een beschrijvende schets op basis van slachtofferenquêtes in Sint-Niklaas en Lokeren
- …
