2,085 research outputs found
Herstelrecht en civilisering van de strafrechtspleging
Wordt de strafrechtspleging steeds onbeschaafder en waardoor zou dat komen?
Houdt de tendentiële verruwing van het strafrechtelijk ‘bedrijf’ verband met die
aanduiding van de institutie van het strafrecht, waarin instrumentele doelmatigheid
prevaleert boven waarde-expressie en hoe? Als er sprake lijkt te zijn van een
zekere tendens tot decivilisering, in hoeverre en hoe kan het hanteren van herstelrecht
dan een bijdrage leveren aan een ommekeer naar meer beschaving in de
strafrechtspleging? Kan (her-)beschaving van het strafrecht door inzet van herstelrechtelijke
praktijken ook bijdragen aan doelmatigheid? Dit zijn de vragen die in
deze bijdrage zullen worden verkend in een poging de intuïtie uit te werken, dat
het herstelrecht een beschavingsbeweging voor het strafrecht zou kunnen zij
De waarde van gesprekken met gedetineerde jongeren
Inleiding. In ‘Meningen van gedetineerden. Vijftig jaar later’ beschrijven Moerings, Boone
en Franken de discussie die in 1959 losbarstte over de waarde van onder-
zoek dat volledig is gebaseerd op de ervaringen van gedetineerden. Enkele
advocaten-generaal meenden dat dit onderzoek geen waarde had omdat de
juistheid van de gegevens niet was getoetst. Kempe en Rijksen schreven in
hun begeleidende brief bij het onderzoek dat de belevingen inderdaad een-
zijdig en subjectief zijn. Toch zouden ze waardevol zijn omdat het voor de
betrokkenen realiteiten zijn die aan het bereiken van de doelen van de straf-
rechtspleging in de weg staan. In die lijn verdedigde Martin Moerings in
1977 in zijn proefschrift de stelling dat om de betekenis van de gevangenis-
straf te achterhalen, de subjectieve beleving van (ex-) gedetineerden serieus
moet worden genomen
Het sanctieconcept van het herstelrecht
In deze bijdrage wordt ingegaan op de belangrijke, door de ontwikkeling van het herstelrecht opgeroepen, vraag of het bij het herstelrecht gaat om een werkelijk alternatief voor de straf, of eigenlijk om een alternatieve straf. Deze vraag impliceert een cruciaal debat, want in het laatste geval is het herstelrecht de zoveelste verkapte vorm van strafrecht en dient het zonder meer in het bestaande strafrechtelijke en strafprocesrechtelijke discours te worden ondergebracht, zonder dat de grondslagen daarvan worden geraakt. In het eerste geval gaat het om een ándere (sanctie-)praktijk dan een strafpraktijk, die dan ook op een ándere wijze in de strafrechtspleging zou moeten worden geïncorporeerd, zo men dat als wetgever de moeite waard zou vinden.
Het betoog strekt ertoe te laten zien, op analytische gronden, dat het sanctieconcept van het herstelrecht ánders is dan het strafconcept waarop het strafrecht gebaseerd is en dat dit mede te herkennen is in en áán de procedurele uitwerking van dat herstelrecht. Daartoe wordt eerst (§ 1) een profiel van herstelrecht gegeven dat als grondslag dient voor het verdere betoog. Dat profiel geeft aan hoe de auteur het herstelrecht ziet en waar het in het herstelrecht, volgens de auteur, om gaat. Uiteindelijk worden echter het karakter en de betekenis van herstelrecht niet door auteurs, maar door de wetgever bepaald en daarom wordt vervolgens – bij wijze van voorbeeld - Belgische wetgeving beschreven (§2), om daarna in te gaan op de Belgische praktijk van het zogeheten „herstelgericht groepsoverleg‟ als concrete praktijk (§3). Daarmee is dan het decor gezet voor een bespreking van tegenovergestelde opvattingen van Walgrave en Duff over het strafkarakter van het herstelrecht (§4). Deze opvattingen worden nader geanalyseerd en geduid in de voorlaatste paragraaf onder verwijzing naar de Belgische wetgeving en praktijk (§5). In de conclusie wordt tenslotte het sanctieconcept in het herstelrechtelijk denken nader aangeduid als dat van „morele reparatie‟ in een dubbele betekenis
Ruimte bieden. Strafrecht en herstelrecht, verzoening en vergeving
__Abstract__
Criminal justice can only offer very limited room for victims and offenders to reconcile but to the contrary risks to polarize positions where reconcilition might be possible. Through its face to face participatory procedures restorative justice offers much more space for finding agreement. But forgiveness can never be expected or proclaimed as an aim of any kind of more or less formalized justice
De risicosamenleving: overheid vs. strafrechtswetenschap? Aanwijzingen voor het debat rondom veiligheid en risico's
FDR Rechtsstaat organisatie en veiligheid -- ou
Slapende rechters, dwalende rechtspsychologen en het hypothetische karakter van feitelijke oordelen.
In their book De slapende rechter (The sleeping judge) Dutch legal psychologists W.A. Wagenaar, H. Israëls and P.J. van Koppen claim that Dutch judges wrongfully convict suspects in certain cases because these judges generally fail to understand the way hypothetical reasoning works in relation to empirical evidence. In this article it is argued that Wagenaar, Israëls and Van Koppen are basically right in their claim that reasoning on evidence in criminal cases should be a form of hypothetical reasoning. However, they fail to apply this form of reasoning on their own analysis of Dutch criminal cases and the causes of wrongful convictions. Therefore, their conclusion that a form of revision of convictions outside of the criminal law system should be introduced does not meet their own methodological standards
- …
