3,599 research outputs found

    Language planning and policy, law and (post)colonial relations in small Island States : a case study

    Get PDF
    Language planning and policy (LPP) in postcolonial island states is often strongly (co)determined by the former colonizer's state tradition. Comparable to the examples of the development of LPP in Cabo Verde (Baptista, Brito, & Bangura, 2010), Haiti (DeGraff, 2016), and Mauritius (Johnson, 2006; Lallmahomed-Aumeerally, 2005), this article aims to illustrate and explain in what way the current situation of the dominance of Dutch in governance, law and education in Aruba (and Curacao) can only be explained through path dependency and state tradition (Sonntag & Cardinal, 2015) in which, time and again, critical junctures, have not led to decisions that favour the mother tongue of the majority of the population (Dijkhoff & Pereira, 2010; Mijts, 2015; Prins-Winkel, 1973; Winkel, 1955). In this article, three perspectives on LPP in small island states are explored as different aspects of the continuation of the former colonizer's state tradition and language regime. The first part will focus on the (non-)applicability of international treaties like the European Charter for Regional or Minority Languages (ECRML) on the challenges of small island states. The point will be made that international treaties, like the ECRML, do not (currently) provide sufficient basis for the protection of languages in former colonial islands and for the empowerment of individuals through language rights. The second part explores the meaning of fundamental legal principles and specific demands, deduced from international treaties. The point will be made that the structure of the Kingdom of the Netherlands brings with it several limitations and obstacles for the autonomous development of LPP. The third part will focus on the way in which current Aruban legislation reflects the dominance of Dutch in governance, the judiciary and education. While bearing in mind that choices for legislation on language for governance, the judiciary and education are rooted in very diverse principles, a critical reading of existing legislation reveals an interesting dynamic of symbolic inclusive legislation and exclusive practices through language restrictions that favour the Dutch minority language. Recent research, however, demonstrates that law/policy and practice are not aligned, as such creating an incoherent situation that may call for a change in legislation and policy

    Rechtshandhaving en veelplegers; ontwikkeling van drang naar dwang

    Get PDF
    Inleiding: In het eerste hoofdstuk van onderhavig boek geeft de auteur een bondige definitie van het begrip strafrechtelijke rechtshandhaving: „rechtshandhaving met strafrechtelijke middelen‟. Voor wat betreft de op te leggen sancties behelzen deze strafrechtelijke middelen samen het Nederlands wettelijk sanctiestelsel. Sinds 2001 is dit sanctiestelsel uitgebreid met een tweetal middelen dat zich specifiek richt op veelplegers. Allereerst is de maatregel Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (hierna: SOV) ingevoerd. Vervolgens is deze in 2004 alweer komen te vervallen en opgevolgd door de huidige maatregel plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders (hierna: ISD). Deze maatregelen hebben de strafrechter het instrument verschaft om drugsverslaafde veelplegers voor langere tijd gedwongen te detineren in speciaal daartoe bestemde inrichtingen. Beoogd wordt de samenleving beter te beveiligen tegen de veelvuldige recidive en andere overlast veroorzaakt door deze categorie hardnekkige delinquenten. Dit beveiligingsdoel en de daartoe ontwikkelde veelplegersmaatregelen staan niet op zich zelf, maar maken onderdeel uit van een ruimere tendens die al enige tijd zichtbaar is binnen de strafrechtelijke rechtshandhaving. De maatschappelijke roep om een hardere aanpak van overlast en onveiligheid heeft zich twee decennia geleden al vertaald gezien in een aanpak van strafrechtelijke drang, waarbij de dreiging van het strafrecht ingezet wordt als toegang tot een geïntegreerd hulpverleningsaanbod. In onderhavige bijdrage staat deze tendens tot een specifieke rechtshandhaving ten aanzien van veelplegers centraal. Allereerst zal in paragraaf twee de ontwikkeling van het drangbeleid geschetst worden, waarna vervolgens in paragraaf drie bekeken zal worden hoe zich dit heeft omgezet tot het huidige dwangbeleid. Vanuit het achterliggend theoretisch kader van dit studieboek is het voorts interessant te bekijken hoe dit type rechtshandhaving te kwalificeren is op het snijvlak van instrumentaliteit en rechtsbescherming. Een dergelijke kwalificatie zal aan de orde komen in paragraaf vijf, met als belangrijk onderdeel daarbij de vraag hoe er in de rechtspraak uitvoering wordt gegeven aan het overheidsbeleid. Paragraaf vier zal daartoe een aanzet geven met een gecomprimeerd beeld van de wijze waarop de rechterlijke macht gebruik (heeft) (ge)maakt van de dwangmaatregelen

    Deze cel wordt u aangeboden door...

    Get PDF
    Cellen te kort of cellen te over? De minister van Justitie weet het soms ook niet meer. Het probleem van criminaliteit is in elk geval nog niet opgelost. Criminologisch onderzoek leert dat de kans op criminaliteit afneemt als de pakkans wordt verhoogd en als de tijd tussen het plegen van het delict en de bestraffing korter is: 'snel en zeker' werkt. Niet alleen juristen en criminologen maken studie van de misdaad. Rechtseconomen analyseren met 'the economics of crime' de prikkels en sturingsmogelijkheden van de crimineel. Een mooi voorbeeld is een artikel dat onlangs in de Journal of Economic Literature verscheen 1. Een mooi overzichtsartikel, dat een geformaliseerd kosten-batenperspectief biedt op het probleem van de rechtshandhaving. Hier zijn immers diverse keuzen te maken op het gebied van vervolging, informatievergaring en zorgvuldige rechtspraak. Zo wordt helder uiteengezet dat een boete de maatschappij in eerste instantie geld oplevert, terwijl gevangenschap de maatschappij vooral geld kost. Door de inningskosten, bijvoorbeeld die van het Centraal Justitieel Incassobureau, worden de boetes navenant hoger. Per situatie is dan een andere vorm van rechtshandhaving te prefereren. Maar wat moet justitie nu doen

    Een protocollaire rechtshandhaving

    Get PDF
    De film Minority Report (2002) speelt zich af in het Washington D.C. van 2054. In die stad pakt de politie moordenaars op voordat ze de misdaad hebben gepleegd. Ze maakt hiervoor gebruik van drie ‘pre-cogs’ die over de bijzondere gave beschikken dat ze toekomstige moorden kunnen zien. Cruciaal in dit systeem is de algemene veronderstelling met betrekking tot het gedrag van de toekomstige daders. Die veronderstelling is een uitdrukking van een mechanistische en lineaire opvatting van ons handelen. Minority Report geeft daarmee een perfect beeld van wat we de kern van de huidige veiligheidspolitiek kunnen noemen. We hoeven daarvoor slechts te verwijzen naar bewakingstechnieken, zoals automatische detectie en patroonherkenningcamera’s die tot doel hebben criminaliteit in de openbare ruimte te voorkomen. Geïnstrueerd met protocollen identificeren zij bepaalde personen als mogelijke daders voordat zij een delict hebben gepleegd. De film roept verschillende dilemma’s op. Hoe veroordeel je een persoon voor een daad die hij niet heeft gepleegd? Hoe voorkom je dat er onjuiste voorspellingen worden gedaan? Voor een antwoord op deze vragen moeten we de relatie tussen politiek en leven verbinden met de uitzonderingstoestand, zoals die door de Italiaanse filosoof Agamben wordt gedefinieerd. Dan wordt duidelijk hoe het leven zich niet meer volgens wetten of regels, maar langs protocollen normaliseert

    Enkele kenmerken van en condities voor herstelgerichte politiezorg

    Get PDF
    In 1996 heb ik mijn dissertatie over het abolitionisme van Louk Hulsman afgesloten en verdedigd, met Cyrille Fijnaut als promotor, die mij maximale vrijheid heeft gelaten om mijn gedachten over Hulsmans positie te ontwikkelen. Het is een ingewikkeld proefschrift geworden met de (voorwaardelijke) decriminalisering van euthanasie als exemplarische casus waaraan de uitgangspunten van het abolitionisme getoetst zijn en een slothoofdstuk waarin ik Louk Hulsmans abolitionisme heb verworpen, maar ook veel genuanceerde ideeën die hij naar voren heeft gebracht – na bewerking - heb overgenomen (Blad 1996). Een aantal jaren later ontdekte ik de verwantschap van de denkbeelden die ik zodoende ontwikkeld had met het herstelrechtelijke denken dat zo ongeveer in dezelfde tijd – midden jaren 1990 – Nederland bereikt had...

    Herstelrecht en civilisering van de strafrechtspleging

    Get PDF
    Wordt de strafrechtspleging steeds onbeschaafder en waardoor zou dat komen? Houdt de tendentiële verruwing van het strafrechtelijk ‘bedrijf’ verband met die aanduiding van de institutie van het strafrecht, waarin instrumentele doelmatigheid prevaleert boven waarde-expressie en hoe? Als er sprake lijkt te zijn van een zekere tendens tot decivilisering, in hoeverre en hoe kan het hanteren van herstelrecht dan een bijdrage leveren aan een ommekeer naar meer beschaving in de strafrechtspleging? Kan (her-)beschaving van het strafrecht door inzet van herstelrechtelijke praktijken ook bijdragen aan doelmatigheid? Dit zijn de vragen die in deze bijdrage zullen worden verkend in een poging de intuïtie uit te werken, dat het herstelrecht een beschavingsbeweging voor het strafrecht zou kunnen zij

    Het koninkrijk der Nederlanden na de opheffing van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010

    Get PDF
    Op 10 oktober 2010 hield het land de Nederlandse Antillen op te bestaan. Van de vijf eilanen die samen dit land vormden kregen Curaçao en Sint Maarten de status van land, zoals Aruba sind 1986 ook al bezat. Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden als openbare lichamen bij Nederland gevoegd. Deze bijdrage gaat in op de omvangrijke wetgevingsoperatie die daarmee gepaard ging
    corecore