Location of Repository

Prevalentie en diagnostische aspecten van Aelurostrongylus abstrusus bij katten in omgeving Breda

By S. Mulder

Abstract

Aelurostrongylus abstrusus is een longworm van de kat met een indirecte levenscyclus. Een kat kan zich infecteren door het eten van tussengastheren (slakken) of paratenische gastheren (muizen, kikkers, vogels). In Nederland zijn tot nu toe steeds lage prevalenties (<5%) gemeten. Dit onderzoek is gestart naar aanleiding van een klinisch geval in de omgeving Breda waarbij kittens ernstige respiratoire verschijnselen van aelurostrongylose vertoonden en één kitten is overleden aan deze infectie. In analogie met A. vasorum is te verwachten dat deze parasiet voorkomt in endemische foci, waarbinnen de prevalentie hoger is. Daarom was het hoofddoel van deze studie het bepalen van de prevalentie van A. abstrusus in de omgeving Breda. Hiertoe werd faeces van katten uit asiel Breda onderzocht op longwormlarven met behulp van de Baermanntechniek. Tevens werd gekeken naar het voorkomen van andere endoparasitaire infecties door middel van centrifuge-sedimentatie-flotatie vanwege een mogelijk verband met longworminfecties en om deelname aan het onderzoek voor asiel Breda aantrekkelijker te maken. Katten met aelurostrongylose werden longitudinaal vervolgd door dagelijks de mate van larvenuitscheiding in de faeces te bepalen. Ook werd van deze katten één faecesmonster in de koelkast bewaard en dagelijks tot wekelijks onderzocht om te bepalen hoe lang levende longwormlarven aangetoond konden worden. De longworm positieve katten werden eenmalig klinisch en röntgenologisch onderzocht. Zes van de 173 individueel bemonsterde katten scheidde A. abstrusus larven uit in de faeces (3,5%). 24 katten hadden een patente infectie met Toxocara cati (13,9%), elf met Ancylostoma tubaeforme (6,4%), tien met Cystoisospora sp (5,8%), zes met Taenia taeniaeformis (3,5%), zes met Eucoleus aerophila (3,5%) en twee met Toxoplama gondii of Hammondia hammondi (1,2%). Bij bewaring van faeces in de koelkast konden in alle monsters tot en met dag acht levende larven gevonden worden. Hoe minder larven op dag één aanwezig waren in de faeces, hoe korter het monster in de koelkast bewaard kon worden. Bij twee katten is intermitterende uitscheiding van A. abstrusus larven waargenomen. Voor diagnostiek is het aan te raden faeces van twee dagen te (laten) onderzoeken van maximaal een week oud met behulp van de Baermanntechniek. Bij klinisch onderzoek (na diagnostiek) bleken vijf van de zes katten respiratoire verschijnselen te vertonen. Er kon echter geen verband aangetoond worden tussen de mate van larvenuitscheiding en klinische of röntgenologische verschijnselen

Topics: Diergeneeskunde, Aelurostrongylus abstrusus, longworm, prevalentie, kat, endoparasieten, Baermann
Year: 2009
OAI identifier: oai:dspace.library.uu.nl:1874/180114
Download PDF:
Sorry, we are unable to provide the full text but you may find it at the following location(s):
  • http://dspace.library.uu.nl:80... (external link)
  • Suggested articles


    To submit an update or takedown request for this paper, please submit an Update/Correction/Removal Request.