Skip to main content
Article thumbnail
Location of Repository

Leidinggeven aan professionals: het binden en motiveren van docenten

By L.A. Mertens

Abstract

Het begrip ‘kennis’ heeft volgens verschillende onderzoekers de afgelopen jaren een radicale wijziging ondergaan. Deze radicale wijziging houdt in dat het begrip ‘kennis’ binnen organisaties aan belang is gegroeid, waardoor veel organisaties vandaag de dag als kennisintensieve organisaties getypeerd kunnen worden. Mathieu Weggeman betoogt dat binnen deze kennisintensieve organisaties, kenniswerkers werkzaam zijn. Deze kenniswerkers vormen het belangrijkste kapitaal van dit type organisatie. Het feit dat zij het belangrijkste kapitaal van de organisatie vormen, geeft het belang aan om deze medewerkers binnen de organisatie te houden en binding te creëren met de organisatie (Weggeman, 1997: 65-69). Onderwijsinstellingen zijn als kennisintensieve organisaties te typeren. Maar op welke manier kun je het best leidinggeven aan docenten zodat zij gemotiveerd raken en zich verbonden voelen met de school? Deze scriptie tracht de belemmerende en de bevorderende factoren te onderzoeken voor het binden en motiveren van docenten. Het onderzoek naar deze factoren heeft plaats gevonden binnen de Sint Jorisschool te Nijmegen. Aan de hand van diepte-interviews met 9 docenten en 3 managers is getracht om de bevorderende en belemmerende factoren in kaart te brengen. De volgende twee vragen stonden centraal: 1. ‘Wat wordt in de literatuur gezegd over de bevorderende en belemmerende factoren voor binding en motivatie van docenten in een onderwijsinstelling?’ 2. ‘Welke bindingsfactoren worden door de docenten van de Sint Jorisschool als bevorderend of belemmerend herkend, en welke belang wordt hieraan toegekend door het management?’ Het antwoord op de eerste centrale vraag is opgesteld aan de hand van een framework van bevorderende en belemmerende factoren. De factoren zijn in 5 paragrafen uit de literatuur gedestilleerd. Deze 5 paragrafen betroffen de volgende onderwerpen: binding en motivatie, de kennisintensieve organisatie, de school als kennisintensieve organisatie, professionals en docenten als professionals. Het geconstrueerde framework vormde het uitgangspunt van mijn analyse waarmee ik antwoord heb gegeven op de tweede centrale vraag. De volgende factoren werden door de docenten en managers als bevorderend en belemmerend aangewezen: Bevorderend voor docenten ‘basis’-factoren: de aard van het werk, de collegialiteit, de kleinschaligheid, de autonomie, de benaderbare managementstijl en een gevoel van waardering. De docenten met extra taken: betrokken worden in de besluitvorming / inhoudelijke debat met collega’s, ontwikkelingsmogelijkheden, loopbaanperspectieven De lesgevers: concentratie op het primaire proces, zekerheid, afwisseling en veel vrije tijd. Belemmerend voor docenten ‘basis’-factoren: onduidelijkheid in missie/visie en alledaagse dingen, een gebrek aan loopbaanladders, de routine die soms opbreekt en de mopper en roddelcultuur. De docenten met extra taken: beperkte mogelijkheden voor ontwikkeling, het gevoel niet serieus genomen te worden en de informele sfeer die soms voor onduidelijkheid zorgt. De ‘lesgevers’: bemoeienissen van bovenaf, klassen die niet meer lopen, beleidszaken, leeftijd en opgelopen deuken. Bevorderend volgens de managers Kleinschaligheid, affiniteit met de doelgroep, collegialiteit, een benaderbaar management, betrokken worden in de besluitvorming, ontwikkelingsperspectieven, loopbaanperspectieven, waardering en een open cultuurverandering. Belemmerend volgens de managers Gebrek aan de pedagogische competentie, beperkte loopbaanladders, een roddelcultuur, opgelopen schade, de grote boze buitenwereld, weinig affiniteit met managementzaken en weinig affiniteit met missie en visie. Een vergelijking tussen beide factoren leverden een aantal factoren op die leefden onder de docenten, maar die niet benoemd werden door het management. Deze onbenoemde factoren vormden de aanleiding voor een aantal handelingsadviezen voor het management: Bevorderend: • autonomie • concentratie op het primaire proces • afwisseling • veel vrije tijd. Belemmerend: • onduidelijke missie/visie, onduidelijkheid in de dagelijkse dingen/teveel aan routine • niet serieus genomen voelen • te grote aanwezigheid van een informele sfeer • een gebrek aan acceptatie van regelingen van bovenaf • klassen die eventueel niet meer lope

Topics: Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, professional, docent, leidinggeven, binding, motivatie
Year: 2009
OAI identifier: oai:dspace.library.uu.nl:1874/35754
Download PDF:
Sorry, we are unable to provide the full text but you may find it at the following location(s):
  • http://dspace.library.uu.nl:80... (external link)
  • Suggested articles


    To submit an update or takedown request for this paper, please submit an Update/Correction/Removal Request.