WODC Repository
Not a member yet
3513 research outputs found
Sort by
Organised crime in the Netherlands: cocaine trafficking and contract killings - Sixth report of the Dutch Organised Crime Monitor
Deze rapportage bevat de bevindingen van de zesde ronde van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit. Het doel van dit onderzoeksproject is om kennis die door osporingsinstanties wordt opgedaan tijdens grootschalige opsporingsonderzoeken zo goed mogelijk te benutten voor het verkrijgen van inzicht in de aard van de georganiseerde criminaliteit in Nederland. In deze ronde zijn voor het eerst opsporingsonderzoeken meegenomen waarbij zicht is gekomen op de communicatie van verdachten via PGP-data. In deze zesde ronde hebben de onderzoekers zich gericht op twee specifieke vormen van criminaliteit, cocaïnesmokkel en liquidaties. INHOUD Inleiding Criminele levenspaden van verdachten van georganiseerde criminaliteit tussen 1995 en 2021 Methoden in de cocaïnesmokkel naar of via Nederland Criminele samenwerkingsverbanden betrokken bij de invoer van cocaïne naar of via Nederland Criminele carrières van verdachten in de cocaïnesmokkel Aanpak van de Nederlandse cocaïnesmokkel Criminele samenwerkingsverbanden betrokken bij liquidaties in Nederland Methoden bij de uitvoering van liquidaties Criminele carrières van verdachten betrokken bij liquidaties Aanpak van liquidaties in Nederland SlotbeschouwingThis report contains the findings of the sixth round of the Dutch Organised Crime Monitor. The purpose of the Organised Crime Monitor is to utilize the insights gained by law enforcement agencies during large scale criminal investigations to gain more knowledge about the nature of organised crime in the Netherlands. This round of the Monitor marks the first time in which criminal investigations were included that provided insight into suspects’ communications via PGP-data. Moreover, we focused on two specific types of crime during this sixth round: cocaine trafficking and contract killings
Planevaluatie: Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
Deze planevaluatie beantwoordt de vraag hoe de per 1 januari 2025 in werking getreden Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht doelgericht kan worden gemonitord en geëvalueerd. De wet bevat een pakket aan maatregelen dat tot doel heeft het civiele bewijsrecht eenvoudiger, toegankelijker en toekomstbestendiger te maken. Het wetsvoorstel bevatte eveneens de invoering van een pre-processuele bewijs- en informatieverzamelingsplicht, maar deze is uiteindelijk door een amendement geschrapt. De Wet dient vijf jaar na inwerkingtreding te worden geëvalueerd. Door een planevaluatie op te stellen, kan vroegtijdig worden bepaald welke informatie en data nodig is om inzicht te verkrijgen in de werking, effecten en doelbereiking van de Wet. Zo biedt de uitvoering van de planevaluatie een solide basis voor de uiteindelijke wetsevaluatie in 2030, waarin wordt beoordeeld hoe en in hoeverre de Wet daadwerkelijk heeft bijgedragen aan de beoogde beleidsdoelen. INHOUD Inleiding Wetgevingscontext Methoden Pre-processuele bewijs- en informatieverzamelingsplicht Inzagerecht Voorlopige bewijsverrichtingen Regierol van de rechter Monitoring en evaluatieThis early-stage theory-based evaluation addresses the question of how The Simplification and Modernisation of Evidence Law Act (Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht; hereinafter: the Act), which entered into force on January 1st, 2025, can be monitored and evaluated in a targeted manner. The Act contains a package of measures aimed at making civil evidence law simpler, more accessible and more future-proof. The Act must be evaluated five years after its introduction. By designing an early-stage theorybased evaluation, it is possible to determine which information and data are required in order to gain insight into the functioning, effects and goal attainment of the Act. In this way, the early-stage theory-based evaluation provides a solid basis for the statutory evaluation in 2030, which will assess how and to what extent the Act has actually contributed to its policy objectives
Final Evaluation of the Act on the Enforcement of the Squatting Ban
Op 1 juli 2022 is de Wet handhaving kraakverbod in werking getreden. Belangrijkste doel van de nieuwe wet is om de doorlooptijd te verkorten bij een strafrechtelijke ontruiming van een gekraakt object. Waar de krakers voorheen bij de voorzieningenrechter de mogelijkheid hadden een kort geding aan te spannen tegen de voorgenomen ontruiming, is het nu de rechter-commissaris die – na de vordering daartoe door de officier van justitie – binnen drie dagen beslist over de vordering tot ontruiming. Op deze wijze wil de wetgever het ‘woonmodel’-gedrag bij het kraken voorkomen. De evaluatie bestaat uit drie deelonderzoeken: de nul-meting (Kruize & Gruter, 2023), de één-meting (Kruize & Gruter, 2024) en de hier voorliggende eindevaluatie. Bij de eindevaluatie worden ook de gegevens gebruikt zoals die zijn verzameld ten bate van de nul- en één-meting. De tweeledige probleemstelling voor de eindevaluatie luidt: Wat zijn de (bedoelde en onbedoelde) effecten van de Wet handhaving kraakverbod? In hoeverre draagt de wet bij aan de doelmatige en effectieve handhaving van het kraakverbod, onder instandhouding van een effectief rechtsmiddel voor krakers waar het de toepassing van de ontruimingsmogelijkheid uit de wet betreft? INHOUD Woningnood, leegstand en kraken Wetgeving rond kraken Evaluatie: onderzoeksvragen en methoden Kraakincidenten onder de nieuwe wet Ontruimingen onder de nieuwe wet (On)bedoelde effecten van de nieuwe wet Conclusies en discussi
Nationale Drug Monitor - update 2025
FACTSHEET Ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag Op basis van de meest recente update van de Nationale Drug Monitor besteedt deze factsheet aandacht aan nieuwe cijfers over drie ontwikkelingen in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag in de afgelopen jaren. Deze ontwikkelingen en andere trends in drugscriminaliteit en middelengebruik en strafbaar gedrag staan in de update van de Nationale Drug Monitor (NDM) van het Trimbos-instituut en het WODC. Deze update is uitgevoerd door Regioplan. NDM2025 De Nationale Drug Monitor (NDM) is alleen digitaal te raadplegen op de website van het Trimbos-instituut (zie link hiernaast, bij Externe Link). INHOUD Middelen per soort (cannabis, cocaïne, opioïden, ecstasy, amfetamine, NPS, GHB, psychedelica, slaap- en kalmeringsmiddelen, lachgas, ketamine, ADHD-medicatie, alcohol, tabak) Wetgeving, beleid en preventie Drugscriminaliteit Middelengebruik en strafbaar gedra
National Risk Assessment on Corruption
Het ministerie van JenV heeft het WODC gevraagd om op terrein van corruptie een National Risk Assessment (NRA) uit te voeren en het kabinet is voornemens periodiek de NRA Corruptie te laten actualiseren. De voorliggende NRA vormt de eerste risk assessment op het terrein van corruptie in ons land. Het centrale doel van dit onderzoek is het bieden van inzicht in de grootste corruptierisico’s voor Nederland. De NRA beoogt aangrijpingspunten op te leveren die gebruikt kunnen worden bij de prioritering van nieuw of aangescherpt integriteits- en anti-corruptiebeleid. Hiertoe zijn in de NRA op basis van expertoordelen 1) de grootste dreigingen voor Nederland geïdentificeerd uit een longlist van corruptiedreigingen, 2) is de potentiële impact van die dreigingen ingeschat en 3) is de weerbaarheid van het anti-corruptieinstrumentarium tegen de grootste dreigingen bepaald. Het anti-corruptie instrumentarium betrof zowel preventieve instrumenten ter bevordering van de integriteit en ter voorkoming van corruptie binnen publieke en private partijen, als repressieve instrumenten ten behoeve van de opsporing, handhaving en het toezicht ten aanzien van corruptie. INHOUD Inleiding Onderzoeksmethodiek Contextfactoren en corruptie Grootste corruptiedreigingen voor Nederland Weerbaarheid van het anti-corruptie-instrumentarium Conclusie
Follow-up study on money laundering and terrorist financing risks in the context of the possible AMLR exemption for certain providers of gambling services (full text only available in Dutch
Op 10 juli 2027 wordt de nieuwe Verordening (EU) 2024/1624 van het Europees Parlement en de Raad inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering (hierna: de antiwitwasverordening of AMLR) rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten van de Europese Unie. De AMLR legt vast op welke meldingsplichtige entiteiten de AMLR van toepassing is. Op grond van artikel 4 AMLR kunnen lidstaten voor bepaalde deelsectoren van kansspeldiensten een vrijstelling verlenen van (een deel van) deze verplichtingen. Nederlandse vrijstellingen zijn neergelegd in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Dit o.a. op basis van Nederlandse risicobeoordelingen, uitgevoerd door Decision Support en Ferwerda Consulting. Sindsdien is de Nederlandse kansspelsector wezenlijk veranderd, met name door de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand (Wet Koa) in 2021. Tegelijkertijd is het Europese kader voor de bestrijding van witwassen en terrorisme-financiering ingrijpend aangepast. Na de invoering van de strafrechtelijke antiwitwasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2018/1673) is het preventieve antiwitwaskader herzien door de vaststelling van de antiwitwasverordening (AMLR; Verordening (EU) 2024/1624) en de zesde antiwitwasrichtlijn (AMLD6; Richtlijn (EU) 2024/1640). Het onderzoek is gesplitst in twee delen, namelijk: (1) een herijking van de risicoanalyse voor de deelsectoren van de kansspeldiensten die op basis van de eerdere risicobe-oordelingen op dit moment zijn vrijgesteld van de verplichtingen en (2) van de deelsector kansspelen op afstand. Kansspelen op afstand komt niet in aanmerking voor een vrijstelling van de Wwft-verplichtingen, maar desondanks bestaat er een behoefte aan een gerichte analyse van de risico’s op witwassen en terrorismefinanciering voor deze deelsector. Omwille van de korte doorlooptijd van het onderzoek en gegeven het feit dat kansspelen op afstand niet vrijgesteld kunnen worden, is dit onderzoek opgedeeld in twee afzonderlijke delen die los van elkaar werden uitgevoerd. INHOUD Inleiding Juridisch en conceptueel kader Loterijen Landgebonden sportweddenschappen Speelautomaten Conclusie Bij deze rapportagen horen: Een Quicksan geschreven door J. van der Knoop van Decision Support en gepubliceerd in 2017. De link is te vinden bij 'Externe Link' in de linker zijbalk. En een vervolgstudie uit 2020 door Ferwerda Consulting
Effectiveness of criminal sanctions for serious environmental crimes (full text only available in Dutch)
Milieucriminaliteit is het overtreden van milieuwetten en regels en vormt een complex probleem waarbij de schade aan de natuur, dieren en de gezondheid van mensen zeer omvangrijk kan zijn. Wereldwijd wordt de jaaromzet geschat tussen de 110 en 281 miljard dollar. Ook in Nederland is sprake van overtreding van milieuwetgeving, variërend van bijvoorbeeld mestfraude, illegale lozingen, het dumpen van gevaarlijke stoffen en het onjuist verwerken van afval. De strafrechtelijke handhaving bevindt zich momenteel in een transitiefase: de herziene van de EU-richtlijn Milieucriminaliteit verplicht lidstaten tot uitbreiding van strafbaarstellingen en invoering van doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende sancties. Nederland heeft twee jaar om deze richtlijn te implementeren, maar aangezien het wetsvoorstel ter implementatie van deze wet nog niet in de fase is dat het door de Tweede Kamer in behandeling kan worden genomen, is het de vraag of deze termijn nog gehaald kan worden. Tegen deze achtergrond onderzoekt deze studie de effectiviteit van de huidige Nederlandse strafrechtspraktijk bij ernstige milieudelicten, de knelpunten in sanctionering en mogelijkheden voor verbetering. Het onderzoek richt zich op de volgende vier onderzoeksvragen: Welke juridische mogelijkheden biedt het strafrecht om sancties op te leggen in reactie op ernstige milieudelicten? Welke strafrechtelijke sancties in reactie op ernstige milieudelicten zijn in welke gevallen het meest effectief? Welke strafrechtelijke sancties worden in de huidige praktijk geëist en opgelegd in reactie op ernstige milieudelicten en welke knelpunten doen zich in de beleving van de betrokken actoren voor bij de toepassing van deze sancties? Hoe kan de effectiviteit van strafrechtelijke sancties voor ernstige milieudelicten worden vergroot en welke rol kan een eventuele toevoeging aan de Wet op de economische delicten (WED) zoals voorgesteld in de motie-Hagen en Sneller daarbij spelen? INHOUD Inleiding Juridisch kader Theoretische achtergrond Focusgroepbevindingen Cijfermatige analyse Conclusie en discussieEnvironmental crime refers to violations of environmental laws and regulations and constitutes a complex problem, which can cause extensive damage to nature, animals, and human health. Annual revenues from environmental crime are estimated to range between 110 and 281 billion dollars worldwide. The Netherlands is no exception: violations of environmental legislation include, for example, manure fraud, illegal discharges, the dumping of hazardous substances, and improper waste processing. Criminal law enforcement is currently in a transitional phase. The revised EU Environmental Crime Directive obliges Member States to expand criminalisation and to introduce effective, proportionate, and deterrent sanctions. The Netherlands has two years to implement this directive. However, as the legislative proposal for its implementation has not yet reached the stage where it can be debated in the House of Representatives, it is uncertain whether this deadline will be met. Against this background, the current study examines the effectiveness of the Dutch criminal justice practice in cases of serious environmental offences, difficulties in sanctioning, and opportunities for improvement. The current study addresses the following research questions: What legal possibilities does criminal law offer to impose sanctions in response to serious environmental offences? Which criminal sanctions in response to serious environmental offences are the most effective in which circumstances? Which criminal sanctions are currently demanded and imposed in practice in response to serious environmental offences, and which difficulties are experienced by the actors involved in applying these sanctions? How can the effectiveness of criminal sanctions for serious environmental offences be enhanced, and what role could a possible amendment to the Economic Offences Act (WED), as proposed in the Hagen and Sneller motion, play in this regard
Preliminary research - Right to speak WUS - Expansion of the group entitled to speak to include step- and foster families and limited right to speak during TBS and PIJ extension hearings (full text only available in Dutch)
In 2021 is de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten (WUS) aangenomen door de Eerste Kamer. Het doel van de wet is het versterken van de positie van het slachtoffer in het strafproces. De verschillende onderdelen traden in tranches in werking. De voormalig minister voor Rechtsbescherming heeft toegezegd om de WUS twee jaar na inwerkingtreding te evalueren. Om dit goed uit te kunnen voeren, is het van belang een voormeting te doen. Dit onderzoek betreft dit vooronderzoek voor de uitbreiding van de kring spreekgerechtigde nabestaanden met stief- en pleegfamilie en het beperkt spreekrecht bij tbs- en pij-verlengingszittingen. De onderzoeksvragen die hierbij horen zijn: Wat is de beleidslogica? Welke (positieve en negatieve) neveneffecten zijn belangrijk om bij de evaluatie in beeld te brengen? Welke indicatoren voor de effecten van de twee onderdelen van de WUS kunnen we op basis van de beleidslogica onderscheiden? En kunnen deze uit bestaande registraties worden gegenereerd? Zijn er indicatoren die niet samengesteld kunnen worden uit beschikbare databronnen en onmisbaar zijn gezien de beleidslogica? Zo ja, hoe kunnen die indicatoren wel in beeld worden gebracht? Op welke wijze kunnen (in de toekomst) plausibele verwachtingen worden gegeven over de effecten van de twee onderdelen van de WUS? Hoe was de situatie vóór invoering van deze voorzieningen? Hierbij nemen we de indicatoren mee die zijn opgesteld bij het beantwoorden van onderzoeksvraag 3 en 4. INHOUD Inleiding Achtergrondinformatie spreekrecht Beleidslogica Onderzoeksdesign Nulmeting ConclusiesIn 2021, the Act on Expanding Victims’ Rights (Wet Uitbreiding Slachtofferrechten, WUS) was adopted by the Parliament and Senate. The purpose of the Act is to strengthen the position of victims in criminal proceedings. Its various components came into effect in phases. The former Minister for Legal Protection pledged to evaluate the WUS two years after its implementation. To carry this out effectively, it is important to conduct a baseline measurement. This study concerns the preliminary research for expanding the group of bereaved relatives entitled to speak to include stepand foster families, as well as the limited right to speak during TBS and PIJ extension hearings
Juvenile suspects in sharper focus?
In deze haalbaarheidsstudie is onderzocht in hoeverre Ritax-data van de Raad voor de Kinderbescherming, die onderdeel zijn van het Landelijk Instrumentarium Jeugd (het LIJ), geschikt zijn om ontwikkelingen in kenmerken van jeugdige verdachten over de tijd te onderzoeken. INHOUD Inleiding Methoden Resultaten Slo
Sexual Offences Act (Wsm) - Preparatory Work for the Evaluation and Baseline measurement (full text only available in Dutch)
De Wet seksuele misdrijven (Wsm) is op 1 juli 2024 in werking getreden met als doel slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag beter te beschermen. De wet beoogt een modernisering van de zedenwetgeving en sluit aan bij veranderende maatschappelijke normen. Er is meer aandacht voor vrijwilligheid en gelijkwaardigheid in seksuele contacten, evenals voor nieuwe vormen van online seksueel grens-overschrijdend gedrag. Ter voorbereiding op de procesevaluatie twee jaar en de evaluatie van de Wsm vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet is een onderzoek uitgevoerd naar de beleidslogica achter de Wsm. Op basis van de beleidslogica is een meetplan opgesteld met kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren en is een nulmeting uitgevoerd van de beschikbare indicatoren. In het onderzoek stonden drie hoofdvragen centraal: Wat zijn de beoogde doelen van de Wsm, en hoe worden deze bereikt? Met welke indicatoren kan de wet worden gemonitord en geëvalueerd? Wat is de situatie in de praktijk voorafgaand aan de invoering