WODC Repository
Not a member yet
    3476 research outputs found

    Een eerste verkenning

    Get PDF
    Belangrijke punten uit deze factsheet Oekraïense vluchtelingen mogen zich vrij vestigen in Nederland. Het merendeel van de groep woont in de gemeentelijke opvanglocaties (GOL’s). Zij zijn goed in beeld bij hulpverleners en gemeenten. Deze factsheet schetst een eerste beeld van de mensen die buiten de opvanglocaties wonen. 10% van de Oekraïense vluchtelingen woont in een eigen huur- of koopwoning (vaak samen met een partner). Deze groep doet het in economisch opzicht goed. Zij hebben vaak een baan, en werken op een hoger beroepsniveau dan andere Oekraïners. 6% woont bij familie of vrienden. Dit zijn vaak oudere Oekraïners, regelmatig al gepensioneerd. Zij werken minder vaak en hebben ook minder sociale contacten in Nederland. 4% woont in een woning beschikbaar gesteld door de werkgever. Van deze groep werkt logischerwijs vrijwel iedereen, vaak in praktische banen. Oekraïners die bij familie/vrienden of bij de werkgever wonen, zijn daar meestal direct bij aankomst in Nederland gaan wonen. Oekraïners die zelfstandig wonen hebben die stap vaak pas later gemaakt. De hulpbehoefte van mensen die buiten de GOL wonen, is lager dan bij mensen die in de GOL wonen. De mentale gezondheid is vergelijkbaar. Uit deze eerste verkenning komen geen signalen naar voren dat deze groepen onvoldoende toegang hebben tot ondersteuning. Mogelijk kan dit anders zijn voor Oekraïners die later aankwamen en noodgedwongen buiten de GOL wonen

    The silence that followed Long - term consequences of the Bovensmilde school hostage crisis (1977)

    Get PDF
    Op 23 mei 1977 vond op de openbare lagere school in Bovensmilde een voor Nederlandse begrippen ongekend ingrijpende gebeurtenis plaats: vier gewapende Molukse jongeren gijzelden de aanwezige leerlingen en leraren. Tegelijkertijd werd bij De Punt een trein gekaapt. Bijna vijftig jaar later zijn de negatieve gevolgen van de schoolgijzeling voor sommige getroffenen nog steeds voelbaar; zij kampen nog dagelijks met traumatische herinneringen aan de schoolgijzeling. Dit was voor het ministerie van Justitie en Veiligheid aanleiding om te starten met het project Erkenning en Ondersteuning Getroffenen Bovensmilde (EOGB), en zo een bijdrage te leveren aan het herstelproces van getroffenen. Om de projectgroep EOGB te informeren, heeft het ministerie het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) gevraagd om onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek uit te besteden en te begeleiden. Dit rapport is het resultaat van dat onderzoek. Het doel was om inzicht te verkrijgen in de langetermijngevolgen van de schoolgijzeling en in de behoeften van de getroffenen. De bevindingen van het rapport laten zien hoe (de nasleep van) de gijzeling niet alleen de gegijzelden, maar ook hun gezinnen van herkomst, huidige partners, andere dierbaren en de Molukse en Nederlandse gemeenschappen in Bovensmilde heeft geraakt – en nog altijd raakt. INHOUD Inleiding Schoolgijzeling Theoretisch kader Methoden Resultaten Vragenlijsten Resultaten interviews Oplossingsrichtingen Discussie, reflecties, aanbevelingenOn May 23, 1977, four equipped Moluccan youths took the pupils and teachers present at the public primary school in Bovensmilde hostage. Almost five decades later, the consequences of the school hostage situation are still felt by a number of former pupils. This prompted the Ministry of Justice and Security to commission research into the consequences of the school hostage situation and its aftermath for those affected. This summary reflects on the background of the research, the research approach and the main findings and recommendation

    Sexual Offences Act (Wsm) - Preparatory Work for the Evaluation and Baseline measurement (full text only available in Dutch)

    No full text
    De Wet seksuele misdrijven (Wsm) is op 1 juli 2024 in werking getreden met als doel slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag beter te beschermen. De wet beoogt een modernisering van de zedenwetgeving en sluit aan bij veranderende maatschappelijke normen. Er is meer aandacht voor vrijwilligheid en gelijkwaardigheid in seksuele contacten, evenals voor nieuwe vormen van online seksueel grens-overschrijdend gedrag. Ter voorbereiding op de procesevaluatie twee jaar en de evaluatie van de Wsm vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet is een onderzoek uitgevoerd naar de beleidslogica achter de Wsm. Op basis van de beleidslogica is een meetplan opgesteld met kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren en is een nulmeting uitgevoerd van de beschikbare indicatoren. In het onderzoek stonden drie hoofdvragen centraal: Wat zijn de beoogde doelen van de Wsm, en hoe worden deze bereikt? Met welke indicatoren kan de wet worden gemonitord en geëvalueerd? Wat is de situatie in de praktijk voorafgaand aan de invoering

    Trauma and the criminal justice chain (full text only available in Dutch)

    No full text
    In dit themanummer van Justitiële verkenningen staat het onderwerp ‘trauma-geïnformeerd’ werken in de strafrechtspleging centraal. Bij deze werkwijze houden professionals, zoals rechters en officieren van justitie, rekening met traumatische ervaringen van betrokkenen. Ze passen de manier aan waarop ze deze personen benaderen en richten zich op gedrag dat kan duiden op een posttraumatische stressstoornis. Het kan hierbij gaan om slachtoffers en nabestaanden, maar ook om verdachten en veroordeelden. De bijdragen in deze editie van Jv laten zien dat trauma-geïnformeerde strafrechtspleging niet enkel een idealistisch streven is, maar een noodzakelijke ontwikkeling om rechtvaardigheid en effectiviteit binnen het strafrecht te verbeteren. Door de rol van trauma niet alleen te erkennen, maar er ook actief rekening mee te houden in beleid en praktijk, kunnen we bouwen aan een strafrechtsysteem dat niet alleen straft, maar ook herstelt. INHOUD Inleiding Maarten Kunst - Hard nodig: trauma-geïnformeerd werken in de strafrechtsketen Tine Molendijk en Marjan Helmich - Daderschap en morele verwonding binnen het huidige strafrechtsysteem Pauline Aarten, Iva Bicanic, Marijke Brouwer en Carlo Contino - Van de keukentafel naar de rechtbank. Het voorkomen van secundaire victimisatie en hertraumatisering bij slachtoffers van seksueel geweld in de strafrechtsketen Ariane Hendriks en Marscha Mansvelt - Trauma-geïnformeerd werken in huiselijk-geweldzaken: het begint met de erkenning van het geweld Janne van Doorn en Joyce Schot - De rol van traumagerelateerde emoties in juridische beslissingen Summarie

    Pulling out all the stops - Exploring policy options for gambling machines (full text only available in Dutch)

    No full text
    Het doel van dit onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van de beleidsopties op het speelgedrag van spelers en de doelen van het Nederlandse kansspelbeleid. Gedurende de looptijd van dit onderzoek zijn deze doelen gewijzigd. De verschillen tussen de oude en nieuwe beleidsdoelen zijn toegelicht in Bijlage 2. In dit onderzoek is getracht zoveel mogelijk de nieuwe beleidsdoelen te hanteren bij het duiden van de resultaten. Deze nieuwe, aangescherpte beleidsdoelen betreffen: Bescherming van burgers tegen kansspel gerelateerde schade Tegengaan van kansspel gerelateerde criminaliteit Verhinderen van deelname aan illegaal spel en bestrijding van illegaal aanbod INHOUD Inleiding Deskresearch Interviews Spelersvoorkeuren Synthes

    A multicolored horizon - Characteristics, needs, decision-making and policy implications regarding long-term forensic mental health care (full text only available in Dutch)

    No full text
    Binnen het tbs-systeem verblijft ongeveer 15% van de populatie in een voorziening voor langverblijf: een voorziening voor Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg (LPFZ) of een longcare-voorziening. De rechtspositie van patiënten is zeer verschillend. De LFPZ heeft een formele status waarbij de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg (LAP) betrokken is bij een uitgebreide plaatsingsprocedure en tevens eens per twee jaar toetst of het verblijf nog nodig en passend is en er een nieuw plaatsingsbesluit wordt genomen. De longcare betreft echter, geen officiële status die door een besluit wordt toegekend, maar enkel een interne (binnen dezelfde instelling) of externe overplaatsing. Er wordt niet door een onafhankelijke instantie met een zekere frequentie getoetst of de patiënt nog op de juiste plek zit en er is geen apart beleidskader voor de longcare. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te bieden in de kenmerken van langverblijvenden in de LFPZ en longcare; welke behoeften zij, en betrokken professionals, hebben ten aanzien van zorg, beleid en rechtspositie en welke factoren een rol spelen in de besluitvorming tot plaatsing in, of uitstroom uit, de LFPZ of longcare. Ten slotte wordt nagegaan tot welke beleidsimplicaties de uitkomsten van dit onderzoek kunnen leiden. Deze doelen zijn weergeven in vier verschillende onderzoeksvragen: Wat zijn kenmerken (demografische, diagnostische, justitiële en behandelkenmerken) van de huidige langverblijvers en uitstromers van de LFPZ in vergelijking met die van de longcare en welke ontwikkelingen hebben zich in die doelgroepen voorgedaan sinds 2017? Welke (verschillende) behoeften hebben patiënten op de LFPZ en longcare, en bij hun tbs-traject betrokken professionals, ten aanzien van zorg, beleid en rechtspositie? Welke factoren/kenmerken spelen op de verschillende beslismomenten bij de bijbehorende actoren een (doorslaggevende) rol in de besluitvorming rond plaatsing, door- en uitstroom ten aanzien van de LFPZ en longcare? In hoeverre nopen de uitkomsten van dit onderzoek tot verandering van het bestaande (verschillende) beleid ten aanzien van de LFPZ en longcare? INHOUD Inleiding Kenmerken van langverblijvers – verslag van een dossierstudie Behoeften van betrokkenen - verslag van een interviewstudie Besluitvorming – verslag van een vignetstudie Beleidsimplicaties - verslag van een focusgroep Conclusies, discussie en aanbevelingen Een veelkleurig vergezich

    Evaluation of the Center for Crime Prevention and Safety

    No full text
    Dit rapport bevat de evaluatie van het CCV (2019-2024). Een belangrijk kenmerk van het CCV is dat het jaarlijks subsidie ontvangt van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) voor de basisprogrammering. Deze basissubsidie is onderwerp van deze evaluatie en beslaat de periode 2019-2024. In de afgelopen twintig jaar is de basissubsidie van het CCV twee keer geëvalueerd (2013 en 2019). Daarmee wordt voldaan aan de verplichting om vijfjaarlijks (deels) gesubsidieerde organisaties te evalueren op hun effectiviteit en efficiëntie. De evaluatie moet inzicht geven in de wijze waarop de bijdrage van het CCV leidt tot meerwaarde voor de samenleving. Daarbij wordt ook gekeken naar de toerusting van het CCV en de mate waarin deze voldoende is om die meerwaarde te realiseren voor maatschappij en stakeholders. Tevens is het belangrijk om na te gaan in welke mate het CCV opvolging heeft gegeven aan de aanbevelingen uit de evaluaties van 2013 en 2019. Ten slotte brengt de evaluatie de efficiëntie van het CCV in kaart. INHOUD Inleiding Het CCV in de evaluatieperiode Benchmarks Evaluatie van het CCV ConclusieThis report presents the evaluation of the CCV (2019-2024). An important component of the CCV is that the organization receives a subsidy from the Ministry of Justice and Security (JenV) for the execution of a program (in Dutch: ‘basisprogrammering’). This subsidy is the subject of this evaluation and covers the period 2019-2024. This fulfills the obligation to evaluate (partially) subsidized organizations on their effectiveness and efficiency every five years. The evaluation should provide insights into how the CCV's contribution leads to added value for society. This includes an examination of the how equipped the CCV is and the extent to which it is sufficient to realize that added value for society and stakeholders. It is also important to see to what extent the CCV has followed up on the recommendations of the 2013 and 2019 evaluations. Finally, the evaluation maps the efficiency of the CC

    Femicide in perspective

    Get PDF
    Het nieuwe themanummer van het wetenschappelijk tijdschrift Justitiële verkenningen behandelt een onderwerp dat op het moment volop in de belangstelling staat: femicide. Er is veel maatschappelijke aandacht voor, het is een terugkerend onderwerp in de media en staat hoog op de politieke agenda. Tegelijkertijd is niet altijd duidelijk wat met femicide bedoeld wordt. Er worden verschillende vormen van fataal geweld tegen vrouwen eronder geschaard. In dit themanummer vind je 6 kritische en inhoudelijke beschouwingen over dit thema. Wat is de meerwaarde van het gebruik van de term femicide voor beleid, praktijk en onderzoek? En hoe kunnen we dit maatschappelijk probleem beter duiden, zodat het in de toekomst beter aangepakt kan worden? Over deze en andere vragen gaan de bijdragen van onderzoekers en professionals uit het werkveld in dit themanummer. INHOUD Een lange weg Femicide als strafrechtelijk fenomeen: een juridische oplossing voor een cultureel probleem? Erkenning zonder effect Cijfermatig inzicht krijgen in femicide is van belang Patronen van geweld in intieme relaties en femicide Is dodelijk eergerelateerd geweld femicide? Een kritische analys

    Clean Businesses

    Get PDF
    Verkennend onderzoek naar ondermijnende criminaliteit binnen de beautysector. De overheid zet in samenwerking met tal van partners in op allerlei facetten die van invloed zijn op ondermijnende criminaliteit. Een van deze aspecten betreft ‘kwetsbare branches’. Het is op voorhand echter onduidelijk of de beautysector ook hiertoe moet worden gerekend. De beautysector is voor dit onderzoek afgebakend tot vijf branches, namelijk: kapperszaken, nagelstudio’s, tattoo- en piercingshops, massagesalons en zonnestudio’s. De keuze voor de focus op deze branches hangt samen met een aantal aspecten die de sector op voorhand gevoelig lijkt te maken voor ondermijnende criminele activiteiten, zoals het feit dat er relatief veel contant geld in omgaat, de waarde van goederen en/of diensten moeilijk is in te schatten en het aantal klanten lastig is te controleren. Het onderzoek kent een tweeledige probleemstelling. Enerzijds is er de vraag wat de aard, en omvang zijn van de verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit en anderzijds de vraag hoe de weerbaarheid van de sector kan worden verhoogd. INHOUD Inleiding Schets van de beautybranches Ondernemers over ondermijnende criminaliteit Impressies uit vijf gemeenten Meldpunten en risicosignalen Opsporing, handhaving en vervolging Buitenlandse ervaringen Weerbaarheid van de beautysector Conclusies Een gecorrigeerde versie van het rapport is op 9 september 2025 geüpload.An exploratory study on subversive crime in the beauty sector. The Dutch government, in collaboration with numerous partners, is targeting various factors that influence subversive crime. One of these concerns is 'vulnerable sectors'. However, it is unclear in advance whether the beauty sector should be considered one of these. For this research, the beauty sector was defined to include five specific branches: hair salons, nail salons, tattoo and piercing shops, massage parlors, and tanning salons. The focus on these branches is based on characteristics that may make them vulnerable to subversive criminal activity, such as the relatively high use of cash, difficulty in assessing the value of goods and services, and the challenge of monitoring customer flows. Research Problem The research has a two-part problem statement. On the one hand, there is the question of 'what are the nature and extent of the different forms of subversive criminality' and on the other hand the question 'how can the resilience of the sector be increased'. On 9 september 2025 an emended version of the report has been uploaded

    Actual change - Evaluation of the recognition measures for victims of violence in youth care

    Get PDF
    Het doel van het onderzoek is enerzijds de evaluatie van de erkenningsmaatregelen, die ten behoeve van getroffenen van geweld in de jeugdzorg in de periode 1945-2019 zijn uitgevoerd, en anderzijds daarvan te leren ten behoeve van de omgang met andere getroffenen van overheidshandelen. Vier hoofdvragen geven gestalte aan deze twee doelen: Hoe is het proces om te komen tot erkenningsmaatregelen verlopen? Hoe zijn de erkenningsmaatregelen uitgevoerd en met welk resultaat? Hebben de erkenningsmaatregelen bij getroffenen bijgedragen aan een gevoel13 van erkenning en leedverzachting? Zo ja, welke (elementen van) maatregelen droegen hier positief/negatief aan bij? Wat kan hiervan geleerd worden voor andere getroffenen van overheidshandelen? INHOUD Aanleiding en onderzoeksdoel Methoden Totstandkoming van het maatregelenpakket Maatregel 1 - Excuses van de overheid Maatregel 2 - De financiële tegemoetkoming Maatregel 3 - Website en documentaire ‘Blijvend Vertellen’ Maatregel 4 - Centraal Informatie- en Expertisepunt (CIE) Maatregel 5 - Financiële ondersteuning lotgenotencontact Maatregel 5 - Het Koershuis Maatregel 6 - Financiële bijdrage aan monument Inleiding tot erkenningskader De vijf lagen van erkenning Duiding en lessen Conclusi

    2,592

    full texts

    3,476

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    WODC Repository is based in Netherlands
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇