29 research outputs found

    Using financial statement data as economic indicators for urban governance: the case of Antwerp

    Get PDF
    In this paper, the focus is on the interaction between high-quality urban policy-making on the one hand and the issue of data needs to construct useful indicators on the other hand. Such an approach implies that first an evaluation is to be made of the trends and developments that influence the urban development process structurally in order to distinguish some of the important keystones for a justified urban policy. Having a notion of what the urban cornerstones are and how they relate to one another, attention is then paid to the data that are required to monitor the dynamics of these cornerstones. Given that our focus is mainly on monitoring the urban economic dimension, the use of company-related data at district level (i.e. financial statement data obtained by the National Bank of Belgium) seems an interesting starting point. The data are first described and analysed statistically. Next, the methodological framework to construct a number of economic urban indicators is explained and tested. The city of Antwerp is taken as case study.In deze bijdrage staat de interactie tussen het voeren van een verantwoord stedelijk beleid enerzijds en de vraag naar geschikte gegevens en indicatoren om dat beleid te evalueren en bij te sturen anderzijds centraal. Gegeven deze insteek dienen twee vragen te worden beantwoord. Vooreerst, wat wordt verstaan onder een «verantwoord» stedelijk beleid? Om hierop een afdoend antwoord te formuleren, worden aan de hand van een Europese vergelijking van steden en uit de ervaringen van het Grootstedenbeleid in Nederland een aantal belangrijke stedelijke dimensies (zoals sociale cohesie, leefbaarheid en duurzaamheid, bereikbaarheid, en vitaliteit) onderscheiden die bijzondere aandacht verdienen. Het is daarbij opvallend dat tot op heden voornamelijk de «economische dimensie» in het stedelijk beleid onderbelicht blijft. Wellicht is dit deels te verklaren door het gebrek aan geschikte economische data en databanken op buurtniveau die in staat zijn om de stedelijke vitaliteit op buurtniveau te monitoren. Dit brengt ons meteen bij de tweede vraag: welke economische gegevens en welke databanken kunnen dit euvel mogelijks verhelpen. Hier wordt in hoofdzaak gedacht aan het gebruik van jaarrekeninggegevens verzameld door de Nationale Bank van België. Deze gegevens worden eerst statistisch geanalyseerd, om vervolgens als basis te worden gebruikt voor de constructie van stedelijke economische indicatoren. De gehele procedure wordt uitgewerkt waarbij de Stad Antwerpen als voorbeeld wordt gebruikt

    Economisch belang van de zeehavens: Boekjaar 2001: Methodologie

    Get PDF

    Indicatoren voor risicodetectie in het Nederlandse onderwijs

    Get PDF
    School boards in the Netherlands are private entities with public funding and a large autonomy. Supervision is done by the Education Inspectorate of the Ministry of Education and involves both the educational and the financial performance. This supervision is risk-oriented, based on risk indicators. In this thesis, the effectiveness of these indicators is examined. The first involves the assessment of the quality management system of school boards. Boards must systematically ensure and improve the quality of education. By assessing these systems, the Inspectorate hopes to obtain information about their actual performance. The research question is to which extent this is possible. The assessment captures several elements of a total quality management system but others are missing. Only those that match with corresponding elements in reality, are correlated with each other. Just having a quality system is not related to the performance. The second study researches the usefulness of financial ratio models in predicting financial (dis)functioning by boards. The question is whether the inspectorate would be able to predict these better. Four models are compared with each other under different conditions. The conclusion is that they do not lead to very different results. Combining different models in a decision model and the selection of a proper cut value can lead to predicting up to 90 percent of the financial problems in a subsequent year. The third study evaluates to which extent the vertical integration of school boards has added value. The focus is on the recruitment position of schools, their educational outcomes and their financial performance. The conclusion is that vertical integration has no clear added value from an educational point of view. In financial terms, it is an obvious risk. Vertical boards often have financial difficulties and higher overhead

    Lokale besturen als participanten in een interbestuurlijk egovernment: casestudie van de Kruispuntbank van ondernemingen

    Get PDF
    In dit onderzoeksrapport bestuderen we de participatie van steden en gemeenten in het interbestuurlijke eGovernmentproject “Kruispuntbank van Ondernemingen”. De basis van dit rapport zijn de bevindingen uit het verkennende onderzoek waarbij we het gebruik van (V)KBO-gegevens binnen steden en gemeenten hebben beschreven. In dit rapport zoeken we naar verklaringen voor deze verkennende onderzoeksresultaten. We gaan na hoe de kenmerken van steden en gemeenten interageren met de kenmerken van het interbestuurlijke project (ib-project). We hanteren het “dimensiemodel” van Snellen (2003) om de con- of divergentie van doelstellingen (strategische doelstelling), de (on)afhankelijkheden op het vlak van hulp- en machtsbronnen (de machtsdimensie) en de mate van samenwerking en conflict (de institutionele dimensie) in het KBO-netwerk te bestuderen. Wat de strategische dimensie betreft is er sprake van toenemende convergerende doelstellingen: federale, Vlaamse en steeds meer lokale overheden streven naar een meer efficiënte, effectieve en geïntegreerde dienstverlening ten aanzien van ondernemingen gebaseerd op een (inter- en/of intrabestuurlijke) uitwisseling van gegevens uit authentieke bronnen of organisatiebrede databanken. Convergentie van doelstellingen impliceert echter niet dat de samenwerking in het netwerk optimaal is. De analyse van de machtsdimensie toont de lokale afhankelijkheid van externe actoren op het vlak van ondernemingsgegevens aan. Een groot aantal gemeenten hebben bijgevolg (V)KBO-gegevens geadopteerd. De analyse van de adoptie en het feitelijke gebruik van deze gegevens toont een opvallende discrepantie aan: percepties van gemeentelijke ambtenaren over het gebruiksnut van de gegevens en de gebruiksvriendelijkheid van de ontsluitende toepassingen zorgen ervoor dat het effectief gebruik lager is dan de initiële adoptie. Lokale ambtenaren maken melding van foutieve, niet up-to-date gegevens, ontbrekende en moeilijk te interpreteren gegevens en ontsluitingstoepassingen die niet voldoen aan hun behoeften. Gemeenten nemen daardoor op het vlak van ondernemingsgegevens een positie in tussen een markt- en hiërarchisch model van informatievoorziening. Ze vullen de officiële (V)KBO-gegevens (centrale databank opgezet volgens het hiërarchisch model) aan met informatie afkomstig van eigen waarnemingen en databanken (marktmodel). Daarnaast onderscheiden we een aantal institutionele kenmerken die het verloop van het interbestuurlijke project beïnvloeden. Ten eerste oefent een aantal instituties invloed uit op de datakwaliteit: de capaciteit van sommige initiatoren en de juridische setting van waaruit deze initiatoren opereren zijn twee voorbeelden. Ten tweede is er in de onderzochte casus een gebrek aan samenwerking tussen de datagebruikers enerzijds en de data-eigenaars en de ontsluitende instanties anderzijds. Het juridisch kader dat de basis legt voor de federale KBO beantwoordt vandaag niet aan de doelstelling om de KBO te laten groeien tot een interbestuurlijke sectorale authentieke bron met ondernemingsgegevens. Een gevolg daarvan is dat op andere bestuursniveaus de voorkeur wordt gegeven aan gegevensintegratie en dat er niet wordt overgegaan tot dienstenintegratie. Daardoor ontstaan indirecte ontsluitingsnetwerken. De institutionele setting oefent een grote invloed uit op de lokale percepties over (V)KBO-gegevens. Zo blijkt de structurerende werking van regels de input en de kwaliteit van KBO-gegevens op meerdere vlakken te beïnvloeden: de logica’s en informatiebehoeften van federale instanties die de input van gegevens determineren, sluiten niet altijd aan bij deze van lokale ambtenaren, sommige juridisch vastgelegde voedingsprocessen zijn niet op elkaar afgestemd, andere processen worden in de praktijk niet door alle ondernemers nageleefd en niet alle voedingsprocessen zijn voldoende performant. Op het lokale niveau bemerken we andere beïnvloedende institutionele kenmerken; bijvoorbeeld: de technische capaciteit van gemeenten heeft een negatieve invloed op de operationalisering van de gegevens in lokale processen en er is vaak geen organisatiebrede implementatiestrategie. De adoptie en het gebruik van (V)KBO-gegevens hangt nog grotendeels af van individuele ambtenaren die het initiatief nemen om met deze gegevens aan de slag te gaan. Het gevolg van deze institutionele setting is dat het interbestuurlijke project een procesdynamisch karakter krijgt. Dit impliceert dat de institutionele setting van het project doorheen de tijd steeds evolueert. Op het lokale niveau heeft dat bijvoorbeeld geleid tot de ontwikkeling van nieuwe gebruikstoepassingen binnen een intergemeentelijk samenwerkingsverband (de Bedrijvengids van IC Leiedal) en op het provinciale niveau (de provincie West-Vlaanderen). Finaal komen daardoor de initiële kenmerken van het project en de doelstellingen van de verschillende actoren in zekere mate onder druk te staan. Het onderzoek toont aan dat de operationele doelstellingen van de actoren actief binnen verschillende subnetwerken meer aan elkaar moeten gelinkt worden. Lokale en regionale gebruikservaringen met de KBO-gegevens zouden bijvoorbeeld bij de verdere ontwikkeling van het project best meer in rekening worden genomen. We sluiten onze analyse af met een pleidooi voor een gemeenschappelijke interbestuurlijke visie voor het KBO-project, gebaseerd op een fundament van intensieve samenwerking en overleg tussen de verschillende actoren in het netwerk
    corecore