262 research outputs found

    Grijpskerk, Westerhornerweg 2 (Gemeente Westerkwartier, Gr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase

    No full text
    Wij adviseren om de twee aanwezige potentieel archeologische niveaus nader te onderzoeken. Voor het deel van de geplande staluitbreiding dat valt binnen het voormalig omgrachte terrein van de boerderij adviseren wij archeologische begeleiding van graafwerk (zie Figuur 14). Dat betekent dat op dat deel van de aan te leggen bouwput een archeoloog de wijze en snelheid van graafwerk bepaalt zodat eventueel aanwezige archeologische grondsporen beschreven kunnen worden en vondsten verzameld kunnen worden. Een archeologische begeleiding dient te worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd bureau volgens een vooraf door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE)

    Musselkanaal, Tweede Boerendiep (Gemeente Stadskanaal, Gr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase

    No full text
    In verband met de geplande aanleg van een zonnepark is een archeologisch onderzoek uitgevoerd bij het Tweede Boerendiep te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, provincie Groningen. Voor onder meer de bouw van omvormers en de aanleg van ondergrondse leidingen is graafwerk nodig dat mogelijk een bedreiging vormt voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn zestien boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen. Het Tweede Boerendiep te Musselkanaal ligt in veenkoloniaal gebied. Tijdens het neolithicum verandert het van een dekzandlandschap in een veenmoeras. Tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw werd er turf gewonnen waarna het oude dekzandreli毛f weer zichtbaar werd. De dichtstbij gemelde archeologische waarde betreft een mogelijke middeleeuwse veenweg op vijfhonderd meter van het onderzoeksgebied. Op grotere afstanden in de omgeving zijn vooral vondsten gedaan van bewerkt vuursteen uit de steentijd. In tenminste een deel van het plangebied is het zand voorafgaand aan de vernatting en veenvorming langdurig droog geweest. Dit deel lijkt een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor de mens tijdens de steentijd. De bodem is door onder meer egaliseren en ploegen matig bewaard gebleven. Daardoor zullen eventueel aanwezige archeologische resten sterk zijn aangetast. Het enige aangetroffen archeologisch materiaal is enkele scherven porselein en industrieel wit aardewerk op trekkerpaden tussen het gewas

    Utrecht, Heycopstraat 42 (Gemeente Utrecht, Ut.) Een Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase

    No full text
    In verband met de geplande bouw van 416 appartementwoningen is een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Heycopstraat 42 te Utrecht, gemeente Utrecht, provincie Utrecht. Onder de appartementen komen kelders voor parkeerruimte en berging. Daarnaast zullen enkele grondsaneringen worden uitgevoerd en enkele waterafvoerbuizen worden ingegraven. Dit graafwerk vormt een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of archeologische waarden aanwezig zijn en in welke mate die bewaard zijn gebleven. Het onderzoek bestaat alleen uit een veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O; protocol 4003). Hierbij zijn twaalf boringen gedaan om de opbouw en gaafheid van de bodem vast te stellen. Van een eerder uitgevoerd bureauonderzoek (Bongers 2019) is een samenvatting opgenomen in dit rapport. In de ondergrond van plangebied Heycopstraat 42 te Utrecht liggen afzettingen van de stroomgordel Oude Rijn post-Werkhoven (4450 tot 1729 14C-jaren BP). De ondergrond van het terrein bestaat uit delen met oeverafzettingen en delen met restgeulafzettingen. Het geheel is afgedekt met een dunne laag komklei. Bij vijf van de twaalf verkennende boringen is een restant aangetroffen van de bouwvoor van v贸贸r de ontwikkeling van een veilingterrein. Afgezien van de bekende diepe verstoring van de veilinghaven en kelders, is de bodem op het terrein redelijk bewaard gebleven. Het plangebied kent twee potentieel archeologische niveaus. Bovenin de oeverafzettingen kunnen resten van omstreeks de romeinse tijd liggen, bovenin de daarop gelegen komafzettingen is kans op resten uit de middeleeuwen. Eventuele archeologische resten van omstreeks de romeinse tijd op de oeverwal kunnen goed bewaard gebleven zijn. Naast de oeverwallen is de kans op resten uit die tijd lager en dat geldt in het bijzonder voor nederzettingen en begravingen. Eventuele middeleeuwse resten zullen door de ondiepere ligging iets sterker zijn aangetast. Uit deze periode kunnen ook archeologische waarden aanwezig zijn ter plaatse van de opgevulde restgeulen, maar ter plaatse van de oeverwallen was het maaiveld waarschijnlijk hoger en geschikter als vestigingsplaats. De niveaus worden bedreigd door het graafwerk dat nodig is voor aanleg van de noordoostelijke kelder, de zuidoostelijke kelder en voor de grondsaneringen. De aanleg van de hemelwaterafvoer en de droogweerafvoer in het midden van het terrein vormt geen bedreiging voor de potentieel archeologische niveaus

    Hichtum, Schwartzenbergweg (Gemeente S煤dwest-Frysl芒n, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase

    No full text
    Aangezien eventuele archeologische resten sterk zullen zijn aangetast, adviseren wij voor het plangebied aan de Schwartzenbergweg geen nader archeologisch onderzoek te laten uitvoeren en het terrein op archeologische gronden vrij te geven voor de benodigde bodemingrepen voor de bouw van de twee woningen en de mogelijke aanleg van een paardrijdbak

    Wijster, Bruntingerweg 5 (Gemeente Midden-Drenthe, Dr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en Karterende Fase

    No full text
    In verband met de geplande bouw van een schuur voor de stalling van machines is een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Bruntingerweg 5 te Wijster, gemeente Midden- Drenthe, provincie Drenthe. Voor de nieuwbouw is graafwerk nodig voor onder meer funderingen. Deze bodemingrepen vormen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende en karterende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn zes boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen en om te zoeken naar archeologische materialen. Wijster ligt op een plateau-achtige grondmorenerug. Het plangebied aan de Bruntingerweg 5 maakt deel uit van de historische kern van het middeleeuwse dorp Wijster. Uit het plangebied en uit een halve kilometer omtrek zijn geen archeologische vondsten gemeld. Op iets grotere afstanden zijn enkele vondsten gedaan die vooral dateren uit de prehistorie. Op negentiende-eeuwse kaarten staat een voorganger van de tegenwoordige boerderij. Het plangebied achter de boerderij maakte toen deel uit van de Noorder Esch. In het zand is een podzolbodem gevormd wat erop wijst dat het zand langdurig droog geweest is. Op basis daarvan lijkt het een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor de mens tijdens alle archeologische periodes. Alleen plaatselijk zijn diepe verstoringen aanwezig van de bodem. In het grootste deel van het gebied kunnen resten van archeologische grondsporen bewaard gebleven zijn. Het onderzoek heeft zes scherven aardewerk opgeleverd die waarschijnlijk dateren uit de middeleeuwen en een aanwijzing vormen voor de aanwezigheid van een vindplaats uit die tijd. Het onderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor oudere / prehistorische resten

    Bellingwolde, Hamsterweg (Gemeente Westerwolde, Gr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek

    No full text
    Plangebied Hamsterweg ligt noordelijk van de hogere gronden van Bellingwolde. In het plangebied ligt een laagte die van het midden naar het noorden gaat. In het zuiden ligt een dekzandreli毛f dat zo ondiep ligt dat het aan het maaiveld herkenbaar is. Omstreeks het eind van de steentijd verdronk het plangebied in een uitgestrekt veenmoeras. Rond de vijftiende eeuw ontwikkelde zich door achtereenvolgende zee-inbraken de Dollard waardoor over het veen een dek van klei werd afgezet. In het westen van het plangebied ligt een 0,9 hectare groot terrein dat op de archeologische monumentenkaart staat als gebied met sporen van laat-middeleeuwse bewoning. Vijfhonderd meter noordelijk daarvan zijn eveneens nabij de Hamsterweg scherven aardewerk en bouwafval gevonden uit de late middeleeuwen. Archeologische resten rondom het plangebied dateren overwegend uit de late middeleeuwen met enkele die jonger zijn. Binnen een kilometer omtrek zijn geen vondsten bekend van v贸贸r de late middeleeuwen. In 1545 werd de zee teruggedrongen uit het plangebied met de realisatie van de Hamdijk op twee kilometer westelijk en noordelijk. In het plangebied ontstond strookvormig verkaveld land waarbij de kavels van de Hamsterweg in zuidoostelijke richting liepen. Tijdens de jaren '60 van de twintigste eeuw vonden er grootschalige ruilverkavelingswerkzaamheden plaats waarbij kleine kavels werden samengevoegd en een nieuwe centrale sloot werd gegraven

    Bakkeveen, Mandewijk 1abc (Gemeente Opsterland, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase

    No full text
    In verband met een geplande uitbreiding van een bedrijfsterrein en een inrichting tot natuurgebied is een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Mandewijk achter nummers 1a, b en c te Bakkeveen, gemeente Opsterland, provincie Frysl芒n. Voor de plannen is graafwerk nodig zoals voor de aanleg van funderingen voor bedrijfspanden en een poel op het natuurgedeelte. Dit graafwerk vormt een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn 21 boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen. Plangebied Mandewijk 1abc ligt in een ondiep dal dat omstreeks het einde van de steentijd veranderde van een dekzandgebied in een veenmoeras. Binnen vijfhonderd meter omtrek zijn geen archeologische waarden bekend. Archeologische vondsten op grotere afstanden zijn vooral gedaan op de glaciale rug van Bakkeveen en dateren met name uit de prehistorie. Het plangebied is vermoedelijk verveend in de zeventiende eeuw. Het dekzandreli毛f in het plangebied was van nature relatief vlak met bescheiden zandkoppen in het westen en oosten en een laagte in het zuiden. Het zand is langdurig droog geweest voorafgaand aan de vernatting en veenvorming, maar in de laagte in het zuiden was het iets natter. Het gebied lijkt tijdens de steentijd voldoende droog te zijn geweest voor menselijke bewoning. Met name de zandkoppen kunnen aantrekkelijke vestigingsplekken geweest zijn. In de noordoostelijke helft is de bodem redelijk bewaard gebleven. De bodem is sterker verstoord in de zuidwestelijke helft en ter plaatse van de voor menselijke bewoning aantrekkelijke voormalige zandkoppen in het westen en oosten. Het onderzoek heeft geen archeologische vondsten opgeleverd van v贸贸r de turfwinning

    Burgum, Hannelswei (Gemeente Tytsjerksteradiel, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase

    No full text
    In verband met een geplande uitbreiding van een bedrijventerrein is een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Hannelswei te Burgum, gemeente Tytsjerksteradiel, provincie Frysl芒n. Voor de plannen is graafwerk nodig zoals voor de aanleg van funderingen. Dit graafwerk vormt een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn elf boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen. Omstreeks het einde van de steentijd veranderde de omgeving van Burgum van een dekzandlandschap in een veenmoeras. In ARCHIS staan geen archeologische waarden binnen duizend meter rondom het plangebied. In FAMKE worden binnen deze afstand vijf vuursteenvindplaatsen weergegeven, waarvan de dichtst bijzijnde binnen honderd meter noordoostelijk van het plangebied. Tijdens de negentiende en twintigste eeuw was het plangebied in gebruik als akker en weiland. Rond het jaar 2000 werd het deel van Burgum waar het plangebied binnen valt ontwikkeld, waarbij het plangebied veranderde in een sportveld. Later is het terrein ongeveer vier jaar in gebruik geweest als asielzoekerscentrum. Het plangebied kende van nature een reli毛f met een laagte in het meest oostelijke deel van het terrein en zandkoppen in het midden die tenminste een meter hoger lagen. Het hele terrein is langdurig droog geweest voorafgaand aan de vernatting en veenvorming. Op basis daarvan lijkt het een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor mensen tijdens de steentijd. Met uitzondering van de laagte in het oosten, is de bodem in het plangebied sterk verstoord. Dat betekent dat eventueel aanwezige archeologische resten ook sterk zullen zijn aangetast. Het onderzoek heeft geen archeologische vondsten opgeleverd, maar de kans daarop is ook klein gezien de gehanteerde boordichtheid en boordiameter

    Norg, Molenveenweg (Gemeente Noordenveld, Dr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en Karterende Fase

    No full text
    In verband met de geplande bouw van dertig recreatiewoningen is een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Molenveenweg te Norg, gemeente Noordenveld, provincie Drenthe. Voor realisatie van de plannen is graafwerk nodig voor onder meer de aanleg van funderingen en leidingen. Deze bodemingrepen vormen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende en karterende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn 54 boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen en om te zoeken naar archeologische materialen. Plangebied Molenveenweg ligt op het Drents Plateau op een hoger gelegen deel tussen de beekdalen van het Groote Diep en het Oostervoortsche Diep. De dichtstbij bekende archeologische waarde betreft een concentratie van muntvondsten uit de vroege nieuwe tijd op vijftig meter ten noorden van het plangebied. Op vierhonderd meter zuidoostelijk van het plangebied ligt de historische dorpskern van Norg. Overige bekende archeologische waarden liggen op afstanden van meer dan vijfhonderd meter rondom het plangebied. Aan het begin van de twintigste eeuw werd het gebied ontgonnen en in gebruik genomen als akker. In het hele plangebied heeft zich een podzolbodem gevormd in het dekzand wat erop wijst dat het zand langdurig droog geweest is. Op basis daarvan lijkt het plangebied een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor de mens. De bodem is op het grootste deel van de akker redelijk bewaard gebleven. In het westen van de akker en ter plaatse van de camping in het zuiden is de bodem zelfs goed bewaard gebleven dankzij een beschermende laag stuifzand. Daardoor kunnen eventueel sporen van mogelijk aanwezige archeologische vindplaatsen ook bewaard gebleven zijn. Bij het onderzoek zijn een mogelijk midden-paleolithische afslag (incertofact), zeven stukken onbewerkt verbrand vuursteen en een scherf laat-middeleeuws steengoedaardewerk gevonden. De vondsten vormen echter een onvoldoende sterke aanwijzing voor de aanwezigheid van een vindplaats

    Groningen, Helper Molenstraat 43 (Gemeente Groningen, Gr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase

    No full text
    In verband met geplande woningbouw is een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Helper Molenstraat 43 te Groningen, gemeente Groningen, provincie Groningen. Voor realisatie van de plannen is graafwerk nodig, onder meer voor de aanleg van funderingen dat mogelijk een bedreiging vormt voor archeologische waarden in de bodem. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn zes boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen. Plangebied Helper Molenstraat 43 ligt op de Hondsrug. Op het terrein is in 1909 een hoefijzerfabriek gevestigd. In het plangebied zijn eerder een urn en een begraafplaats uit de vroege middeleeuwen ontdekt. Bij een waarneming die gedaan werd bij uitbreiding van de fabriek in 1976 zijn tientallen scherven dikwandig, zacht gebakken aardewerk gevonden. In het plangebied ligt een dikke laag keileem waarvan de top binnen het plangebied ongeveer een meter afloopt in zuidwestelijke richting. In het lage zuidwestelijke deel liggen op de keileem twee oude akkerlagen. De bodem is daar naar schatting enkele decimeters diep geroerd toen het plangebied nog in gebruik was als akker. In het noordoostelijke deel is de bodem dieper geroerd, vooral door afgraving bij aanleg / uitbreiding van de hoefijzerfabriek. Zeer diepe bodemverstoringen zijn bij het onderzoek niet vastgesteld. Er zijn twee scherven aardewerk gevonden in het zuidwestelijke deel van het plangebied. Archeologische grondsporen kunnen in het zuidwesten van het plangebied redelijk bewaard gebleven zijn. In het noordoosten is de bodem weliswaar dieper verstoord, maar kunnen diepe archeologische waarden zoals menselijke graven nog wel aanwezig zijn
    corecore