50 research outputs found

    Hoogeveen Tracé RWZI - Riegmeer (Gemeente Hoogeveen, Dr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek Steekproefrapport 2022-07/08

    No full text
    Naar aanleiding van het bureauonderzoek is een advieskaart opgesteld voor het tracé. Dit advies heeft betrekking op drie delen: delen met een hoge verwachting en middelhoge verwachting waar vervolgonderzoek wordt geadviseerd en een deel met een lage verwachting waar geen verder onderzoek wordt geadviseerd

    Striep, Striep 10 Gemeente Terschelling (Frl.). Archeologische begeleiding (AB)

    No full text
    Tijdens het archeologisch onderzoek zijn er 104 sporen aangetroffen en gedocumenteerd. Hiervan waren 21 sporen bodem- en terplagen die in de profielen zichtbaar waren. De sporen in het vlak bestonden uit waterputten, kuilen, sloten, terplagen, een geul, en tientallen paalsporen. De archeologische resten kunnen worden onderverdeeld in twee bewoningsperioden. De jongste periode bestaat uit de terpbewoning daterend vanaf de middeleeuwen tot nieuwe tijd. In de profielwanden kon in de verschillende terplagen een onderscheid worden gemaakt in twee fases. De meest recente fase (late middeleeuwen – nieuwe tijd) bevond zich vlak onder het maaiveld. Op een dieper niveau werd een oudere bewoningsfase van de terp aangetroffen die voornamelijk bestond uit twee waterputten bestaande uit een zodenwand. Van één put was de houten beschoeiing, bestaande uit drie opgestapelde (bier) vaten, nog goed bewaard gebleven. Het kogelpotaardewerk uit de put dateert de demping in de 13e eeuw nC. Onder de terplagen werden drie parallelle palenrijen aangetroffen. Hoewel de houten palen waren verdwenen waren de dichtgeslibde paalgaten nog duidelijk te herkennen. De sporen werden onder de terplagen aangetroffen, waardoor deze vóór de 13e eeuw zullen dateren. Het oudste aangetroffen aardewerk, dat als opspit in de terplaag werd aangetroffen, dateert uit de Romeinse tijd tot vroege middeleeuwen en is mogelijk een indicatie voor de datering van de palenrijen. Gezien de nabij gelegen geul is een interpretatie als kade of steiger wellicht de meest voor de hand liggende optie. Echter gezien de beperkte oppervlakte van de opgravingsput is deze structuur niet volledig in beeld. Een andere interpretatie zoals een de wand van een gebouw kan niet worden uitgesloten. Ook is het goed mogelijk dat er sprake is van meerdere bouwfases of seizoensgebonden activiteiten of bewoning. Het archeologisch onderzoek heeft een eerste inkijkje gegeven in deze vroege fase van Striep. Bij bodemingrepen in de omgeving wordt geadviseerd om weer archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. Extra aandacht dient hierbij te worden gegeven aan het diepste archeologische niveau (het gelaagde zand, wadzand, onder de terplagen) om meer informatie te verkrijgen over de vroegste bewoning van Striep

    Harderwold, Pluvierenweg Fase 7 (Gemeente Zeewolde, Fl.) Een Archeologisch Bureauonderzoek

    No full text
    Op basis van het bureauonderzoek is er geen aanleiding om de archeologische verwachting bij te stellen. Het dekzandniveau kan al op circa -4 meter NAP worden aangetroffen (circa 1 tot 1,7 meter onder het maaiveld). Dit betekent dat de ontgrondingswerkzaamheden, tot -4,5 meter NAP, het dekzandniveau zullen aantasten. Op basis van het bureauonderzoek kan geen uitspraak worden gedaan over de intactheid van het dekzand in het plangebied. Om vast te stellen of het dekzand al dan niet intact is, en er archeologische resten uit de steentijd aanwezig kunnen zijn, is een verkennend archeologisch booronderzoek nodig. Geadviseerd wordt een verkennend archeologisch booronderzoek uit te voeren bestaande uit zes boringen per hectare. Voor het circa 5,8 hectare grote plangebied komt dit neer op 35 boringen. Deze boringen dienen inzicht te geven in de opbouw van de bodem, de intactheid van het dekzand en de kans op mogelijke archeologische vindplaatsen

    Adorp, N361, Gemeente Het Hoogeland (Gr.). Archeologische Begeleiding.: 2019-07/17

    No full text
    Van 8 tot 12 juli 2019 is door De Steekproef bv een archeologische begeleiding uitgevoerd langs de provinciale weg, de N361, in Adorp. Voorafgaand aan het werk zijn een een archeologische bureauonderzoek (De Jong 2017) en een booronderzoek uitgevoerd (Boekema 2018). In het booronderzoek werden nabij de Molenweg in Adorp resten van wierdelaag aangetroffen, vervolgonderzoek werd geadviseerd in de vorm van een opgraving. Echter vanwege de ligging van de onderzoekslocatie direct langs de N361 en omdat er als kabels en leidingen in het tracé liggen was een opgraving niet mogelijk. Om deze reden werd aanbevolen om de graafwerkzaamheden voor de aanleg van nieuwe kabels en leidingen onder archeologische begeleiding uit te voeren. In het tracé langs de N361 is een smalle sleuf gegraven voor nieuwe kabels en leidingen. De bodem was tot circa 90 centimeter, oplopend tot 100 centimeter in het zuidelijk deel, onder het maaiveld verstoord. De verstoring was veroorzaakt door de aanleg van de bestaande kabels en leidingen en een puinverharding ter hoogte van de opritten. Onder de verstoorde lag schone komklei. Bij de begeleiding zijn geen archeologische grondsporen aangetroffen. Ook zijn er geen vondsten gedaan. Er is geen sprake van een archeologische vindplaats binnen het uitgegraven tracé. Advies door senior KNA-archeoloog J.B. Veenstra MA: Bij de archeologische begeleiding van van het tracé langs de N361 in Adorp zijn geen archeologisch waarden aangetroffen. Onder de verstoorde bovenlaag is echter wel een onverstoorde kleilaag waargenomen. Hoewel de zichtbaarheid in de smalle sleuf het doen van archeologische waarnemingen zeer bemoeilijkt is er een kans dat er met name in noordelijke richting nog archeologische resten bewaard zijn gebleven in de wierdelagen die aangetroffen zijn bij het booronderzoek (Boekema 2018). Geadviseerd wordt om de archeologische begeleiding voor de herinrichting van de provinciale weg, N361, verder te vervolgen

    Hoogeveen, Blankensplein en De Tamboer, Gemeente Hoogeveen (Dr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek (ABU).: 2019-07/20

    No full text
    Er is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor twee gebieden in het centrum van Hoogeveen. Het onderzoeksgebied bestaat uit twee gebieden langs de Hoofdstraat in Hoogeveen: het Blankensplein en De Tamboer (zie Figuur 1). De aanleiding is de voorgenomen herontwikkeling van het gebied voor onder meer de bouw van nieuwe woningen. Exacte bouwplannen zijn in dit stadium nog niet aanwezig, waardoor eventuele verstoringsdieptes niet bekend zijn. De gebieden liggen voor een deel in de bufferzone (50 meter) en in de historische kern van Hoogeveen. Toekomstige werkzaamheden betekenen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Hoogeveen is gesticht, zoals de naam doet vermoeden, in een veengebied. Voor de veenvorming in het neolithicum zag het landschap er anders uit. Rond het einde van het paleolithicum (circa 8800 vC) lag het plangebied, en een groot deel van het huidige Hoogeveen, nabij een beekdal. Langs met name de oevers van de beekdalen kunnen nog resten worden aangetroffen van jagers en verzamelaars. Gedurende het mesolithicum ontstond dit veen vanuit de natte gebieden ten zuidoosten van Hoogeveen. Ondanks de hogere ligging op een rug raakte het plangebied omstreeks het laat-neolithicum bedekt met veen. Vanaf deze periode ligt het plangebied en Hoogeveen onafgebroken in het veengebied tot de stichting van Hoogeveen in het begin van de 17e eeuw wanneer er begonnen wordt aan het afgraven van het veen voor de turfwinning. Menselijke bewoning vóór de 17e eeuw is onwaarschijnlijk. Vanaf de nieuwe tijd (17e eeuw) kunnen er resten van de bebouwing van het oude Hoogeveen worden aangetroffen. Selectieadvies (KNA 4.1: VS07) door dr. J. Jelsma (senior KNA-archeoloog/KNA-prospector) Het voor dit bureauonderzoek opgestelde gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geeft voldoende aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. In de deelgebieden kunnen nog resten bewaard zijn gebleven van historische bebouwing. Verder kunnen er nog intacte zandkoppen aanwezig zijn waar oudere resten uit de steentijd aangetroffen kunnen worden. Voor de gebieden het Blankensplein en De Tamboer wordt geadviseerd om eerst een verkennend archeologische booronderzoek uit te voeren. Met het booronderzoek kan de precieze opbouw en de gaafheid van de bodem worden bepaald en kunnen archeologische indicatoren uit (met name) de steentijd en nieuwe tijd worden opgespoord. Dit booronderzoek kan voorafgaand aan de bouwplannen worden uitgevoerd, zodat in een vroeg stadium rekening kan worden gehouden met eventuele archeologische waarden in het gebied. Toekomstige bouwplannen kunnen dan mogelijke archeologie ontzien. Het is aan de gemeente Hoogeveen of ze dit advies al dan niet overneemt

    Harderwold, Pluvierenweg Fase 7 (Gemeente Zeewolde, Fl.) Een Archeologisch Bureauonderzoek

    No full text
    Op basis van het bureauonderzoek is er geen aanleiding om de archeologische verwachting bij te stellen. Het dekzandniveau kan al op circa -4 meter NAP worden aangetroffen (circa 1 tot 1,7 meter onder het maaiveld). Dit betekent dat de ontgrondingswerkzaamheden, tot -4,5 meter NAP, het dekzandniveau zullen aantasten. Op basis van het bureauonderzoek kan geen uitspraak worden gedaan over de intactheid van het dekzand in het plangebied. Om vast te stellen of het dekzand al dan niet intact is, en er archeologische resten uit de steentijd aanwezig kunnen zijn, is een verkennend archeologisch booronderzoek nodig. Geadviseerd wordt een verkennend archeologisch booronderzoek uit te voeren bestaande uit zes boringen per hectare. Voor het circa 5,8 hectare grote plangebied komt dit neer op 35 boringen. Deze boringen dienen inzicht te geven in de opbouw van de bodem, de intactheid van het dekzand en de kans op mogelijke archeologische vindplaatsen

    Jirnsum, Rijksweg 155, Gemeente Leeuwarden (Fr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek.: 2019-02/09

    No full text
    De Steekproef heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Rijksweg 155 te Jirnsum, gemeente Leeuwarden, provincie Fryslân. In het plangebied worden gebouwen gesloopt en drie nieuwe huizen en zes schiphuizen gebouwd. Deze werkzaamheden kunnen leiden tot het aantasten van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de bodem. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Aan de hand van deze informatie wordt bepaald of mogelijk aanwezige archeologische waarden worden bedreigd. Het plangebied ligt in een beekdal dat in de steentijd een aantrekkelijke plek is geweest voor de mens. In het neolithicum en de bronstijd was het gebied bedekt met veen waardoor het niet bewoonbaar was. Vanaf de ijzertijd verdween het veen door de invloed van de zee en werd klei afgezet. In dit vruchtbare kweldergebied keerde de mens weer terug. In eerste instantie vond de bewoning plaats in vlak nederzettingen op de kwelderruggen, maar met het actiever worden van de zee was men genoodzaakt op op terpen te gaan wonen. Het plangebied ligt echter niet op een heuvelrug en er zijn geen aanwijzingen voor een terp gevonden. Het is aannemelijk dat de opbouw van de boden vergelijkbaar is met een onderzoek dat 150 meter ten zuiden van het plangebied is uitgevoerd (zie Figuur 7, 2233520100, De Roller 2010). De top van de bodem zal verstoord zijn door het bouwrijp maken en door de constructie van de gebouwen (en deels ook door kabels en leidingen) in het plangebied in de jaren zeventig. Al in het verleden zal het loopvlak hoogstwaarschijnlijk zijn aangetast door overstromingen, erosie en het verleggen van de rivier. De kans op intacte archeologische sporen is zeer klein. Selectie-advies door senior KNA-archeoloog/prospector dr. J. Jelsma Uit het bureauonderzoek blijkt dat de kans op intacte archeologische resten erg klein is. In overeenstemming met het ontwerpplan voor de herziening van de archeologische verwachtingswaarde in het plangebied, zoals te zien op de archeologische beleidskaart van de gemeente Leeuwarden, adviseren wij om geen verder archeologische vervolgonderzoek te doen en het plangebied vrij te geven. Indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dient hiervan direct melding te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de bevoegde overheid, de gemeente Leeuwarden, drs. J.W.M. Oudhof, senior adviseur archeologie, tel: 058-7505503 / [email protected]

    Sexbierum, Hearewei, Gemeente Waadhoeke (Fr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). Karterende Fase.: 2019-09/04

    No full text
    Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Hearewei in Sexbierum, gemeente Waadhoeke, provincie Fryslân. In het plangebied zullen nieuwe woningen worden gebouwd, waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan nodig is. De geplande verstoringsdiepte bedraagt tussen de 80 en 100 centimeter onder het maaiveld. Het is echter mogelijk dat een aantal woningen wordt voorzien van een kelder. In dat geval wordt de bodem dieper verstoord. Het plangebied ligt ten noordoosten van de terp van Sexbierum. Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE), de archeologische beleidskaart van de provincie Fryslân, ligt het in een zone waar karterend onderzoek 2 (middeleeuwen) is voorgeschreven. Archeologische resten uit deze periode kunnen worden verwacht in het plangebied. Het doel van het archeologisch onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van dergelijke archeologische waarden. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een middelhoge verwachting voor resten uit de vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd die samenhangen met terpbewoning. Dergelijke vindplaatsen worden gekenmerkt door al dan niet afgedekte vondstlagen die vaak bestaan uit met archeologische indicatoren vervuilde klei. Dergelijke indicatoren kunnen ook voorkomen in de bouwvoor. Voor het plangebied geldt geen onderzoeksverplichting voor vindplaatsen uit de steentijd en de bronstijd omdat deze hier gezien de landschapsontwikkeling niet verwacht worden. Om de archeologische verwachting te toetsen zijn in het plangebied veertien gutsboringen geplaatst. Uit de resultaten hiervan blijkt dat in het plangebied oorspronkelijk een bouwvoor van humusrijke klei aanwezig was op een dunne laag zand met daaronder getijdenafzettingen die naar beneden toe steeds meer uit zand bestaan. Het milieu waarin deze getijdenafzettingen zijn gevormd, was niet geschikt voor bewoning. Op elf van de veertien boorpunten bleek de bodem tot onder de bouwvoor vergraven te zijn voorafgaande aan de huidige inrichting van het terrein. Plaatselijk loopt de diepte van de bodemverstoring op tot meer dan een meter beneden het maaiveld. In geen van de boringen zijn relevante archeologische indicatoren gevonden. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-prospector) De in de ondergrond aangetroffen afzettingen zijn gevormd in een milieu dat niet geschikt was voor bewoning. De hierboven gelegen afzettingen zijn grotendeels verloren gegaan tijdens de ontwikkeling van het terrein in de tweede helft van de twintigste eeuw. Nergens zijn dan ook relevante archeologische indicatoren gevonden of lagen die verband zouden kunnen houden met bewoning in het (verre) verleden. In verband hiermee geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. In alle gevallen geldt dat als bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 en artikel 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Waadhoeke en bij de provinciaal archeoloog, dhr. G. de Langen, tel: 058-2925487. De gemeente Waadhoeke (dhr. W. Terpstra, beleidsmedewerker omgeving) heeft dit rapport laten toetsen door Steunpunt Monumentenzorg Fryslân en heeft op 3 februari 2020 laten weten bovenstaand selectieadvies over te nemen

    Amstelveen, Legmeerdijk 222a, Gemeente Amstelveen (NH.). Een Archeologisch Bureauonderzoek (ABU).: 2019-10/10

    No full text
    Aan de Legmeerdijk 222a te Amstelveen heeft de Steekproef BV naar aanleiding van de geplande sloop van een woning en de bouw van een nieuwe woning een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt aan de Legmeerdijk, een oude veendijk uit de late middeleeuwen (zie Appendix), en ligt een zone met een dubbelbestemming waarde archeologie 2 (Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie, gemeente Amstelveen). De funderingen van de nieuwbouw zullen reiken tot ongeveer een 0,7 meter beneden maaiveld en de totale oppervlakte van het nieuwe huis bedraagt circa 230 m2. Hiermee wordt de vrijstellingsnorm overschrijden en is een archeologische onderzoek verplicht. In de omgeving van het plangebied, leefden gedurende het paleolithicum (de oude steentijd) bewoners in een dekzandlandschap. In de holocene periode is door de opwarming van de aarde en daardoor gestegen zeespiegel dit landschap overspoeld en bedekt door een meters dik pakket van zee en getij-afzettingen. De vorming van strandwallen en duinen langs de kust was de katalysator voor het ontstaan van een uitgestrekt veengebied in het binnenland. Zowel de getij-afzettingen als dit veengebied hebben het gebied moeilijk toegankelijk gemaakt voor menselijke bewoning vanaf het mesolithicum tot aan de start van de veenontginningen in de middeleeuwen. Vanuit de veendijk, de Legmeerdijk, aangelegd vermoedelijk omstreeks de 15e eeuw, werd het veen in de late middeleeuwen afgegraven. Door het afgraven van het veen ontstonden echter grote waterplassen. Op basis van historisch kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen voor bebouwing en bewoning ter plaatse van het plangebied ouder dan de jaren zeventig van de 20e eeuw. Uit de hoogtekaart en de historische kaarten is op te maken dat het plangebied niet direct op de dijk ligt, maar aan de rand. Voor de droogmakerij van de Legmeerplassen lag het plangebied waarschijnlijk ook deels in de waterplas. Gezien de verstoringsdiepte van circa 0,7 meter worden mogelijke archeologische resten uit het paleolithicum niet verwacht omdat deze op grote diepte liggen (circa 12 tot 10 meter onder NAP). De verwachting voor archeologische resten in het plangebied wordt op basis van dit bureauonderzoek in zijn geheel als erg klein ingeschat. Selectie-advies door senior KNA-archeoloog dr. J. Jelsma Aangezien het plangebied ongeschikt voor menselijke bewoning lijkt te zijn geweest vanaf het mesolithicum en aangezien er geen aanwijzingen zijn voor menselijke bewoning op het veen of langs de laat middeleeuwse veendijk, adviseren wij om geen nader archeologisch onderzoek te ondernemen en het terrein vrij te geven. Wel wijzen wij erop dat als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Amstelveen

    Bedum, Geert Reinderspark, Gemeente Het Hogeland (Gr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek.: 2020-03/08

    No full text
    De Steekproef bv heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied in het Geert Reinderspark te Bedum, gemeente Het Hogeland, provincie Groningen (zie Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herinrichting en verbetering van het park. Hierbij worden onder meer natuurvriendelijke oevers aangelegd, nieuwe steigers geplaatst en nieuwe paden aangelegd. Omdat het opknappen van het park gepaard zal gaan met graafwerkzaamheden worden mogelijk aanwezige archeologische resten bedreigd. Het doel van dit archeologische bureauonderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische resten. Bij het bureauonderzoek is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied van het Geert Reinderspark buiten de historische kern van Bedum ligt. Archeologische waarden buiten de kern van het dorp kunnen vanaf de vroege middeleeuwen worden aangetroffen op verhoogde plekken (wierden) in het kwelderlandschap. In het plangebied zijn echter geen bekende archeologische waarden aanwezig. Op basis van bodemkaarten en historische kaarten zijn er geen aanwijzingen voor een verhoogde plek of wierde in het plangebied. Het park werd in de jaren tachtig van de 20e eeuw aangelegd, waarbij de vijvers een andere vorm hadden dan de huidige vijvers. In de jaren negentig zijn de vijvers aangepast en is het westelijk deel van het plangebied grotendeels vergraven. Op basis van bovenstaande gegevens achten wij de kans op archeologische waarden in het Geert Reinderspark zeer klein. Op de archeologische verwachtingskaart van de voormalige gemeente Bedum ligt het plangebied in een zone waar geen archeologisch onderzoek nodig is. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek zien wij geen aanleiding om af te wijken van het advies uit de archeologische verwachtingskaart. Wij adviseren geen verder archeologisch onderzoek voor de werkzaamheden op de locatie van het Geert Reinderspark. Het bovenstaande betreft een advies. Het definitieve besluit hierover ligt bij de bevoegde overheid, de gemeente Het Hogeland. Tenslotte wijzen wij erop dat voor al het toekomstig graafwerk geldt dat indien er toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Het Hogeland
    corecore