82 research outputs found

    Work-family trajectories across Europe: differences between social groups and welfare regimes

    Get PDF
    IntroductionWork and family trajectories develop and interact over the life course in complex ways. Previous studies drew a fragmented picture of these trajectories and had limited scope. We provide the most comprehensive study of early-to-midlife work-family trajectories to date.MethodsUsing retrospective data from waves 3 and 7 of the Survey of Health, Aging and Retirement in Europe (SHARE), we reconstructed work-family trajectories from age 15 to 49 among almost 80,000 individuals born between 1908 and 1967 across 28 countries. We applied multichannel sequence and cluster analysis to identify typical trajectories and multinomial logistic regression models to uncover their social composition.ResultsThe results revealed six common trajectories. The dominant and therefore standard trajectory represents continuous full-time employment with having a partner and children. Women, the lower educated and persons from conservative and liberal welfare regimes are underrepresented in this trajectory, whereas men, higher educated people and those from social-democratic, Eastern European and Baltic welfare regimes are overrepresented. The other trajectories denote a deviation from the standard one, integrating a non-standard form of work with standard family formation or vice versa. Mothers in a stable relationship generally work part-time or not at all. When mostly in full-time employment, women are more likely to be divorced. Lower educated persons are less likely to have work-family trajectories characterized by full-time work and a non-standard family, yet more likely to be non-employed for large parts of their life with standard family formation. Younger cohorts are underrepresented in non-employment trajectories, but overrepresented in part-time employment trajectories along with a partner and children as well as full-time employment trajectories with divorce. Individuals from Southern European and liberal regimes are more likely to be non-working and self-employed partnered parents and those from social-democratic regimes are more likely to be full-time employed divorced parents. We also found pronounced gender differences in how educational level, birth cohort and welfare regime are associated with work-family trajectories from early to midlife.DiscussionOur findings highlight the socially stratified nature of earlier-life work-family trajectories in Europe. Potential implications for inequalities in later life are discussed

    Pensioenverwachtingen van zzp’ers in Nederland

    No full text
    Ten tijde van een crisis worden werkenden in niet-standaard werkrelaties – zoals zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) – vaak als eersten geraakt. De coronacrisis heeft mogelijk niet alleen invloed op de huidige positie van zzp’ers, maar kan ook invloed hebben op de mate waarin zzp’ers zich voorbereiden op een onzekere toekomst. In hoeverre verwachten zzp’ers dat ze voldoende sparen om later comfortabel met pensioen te gaan? En is dit beeld minder rooskleurig voor zzp’ers die sterk zijn geraakt door de coronacrisis

    Pensioenvoorbereiding van zzp’ers tijdens de coronacrisis (Netspar Design Paper 204)

    No full text
    In tijden van crisis worden individuen in niet-standaard werkvormen – zoals zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) – vaak als eerste geraakt. De coronacrisis heeft echter mogelijk niet alleen invloed op de huidige positie van zzp’ers. Naar verwachting kan deze ook invloed hebben op de mate waarin zzp’ers zich kunnen voorbereiden op een onzekere toekomst, zoals hun oude dag. Welke zzp’ers hebben met name negatieve implicaties van de coronacrisis ervaren voor hun (pensioen-) sparen? En in hoeverre hangt het ervaren van deze negatieve implicaties samen met de mate waarin zzp’ers hun financiële pensioenvoorbereiding als toereikend beschouwen? Om deze vragen te onderzoeken hebben we data geanalyseerd die begin 2021 in Nederland zijn verzameld onder 1.722 zzp’ers (leeftijd 40-66 jaar) via twee online panels. De resultaten laten zien dat de mate waarin zzp’ers door de coronacrisis aanpassingen hebben gedaan in hun spaargedrag sterk verschilt. Zzp’ers in sectoren die relatief zwaar door de lockdown zijn getroffen, hebben gemiddeld meer negatieve implicaties ondervonden voor hun spaargedrag. Dit geldt eveneens voor lager opgeleiden, zzp’ers zonder partner en onvrijwillig/noodgedwongen zzp’ers. Hoe meer negatieve implicaties zzp’ers voor hun spaargedrag hebben ondervonden door de coronacrisis, hoe minder geneigd ze zijn te denken dat ze voldoende financieel voorbereid zijn om comfortabel met pensioen te gaan. Deze negatieve samenhang tussen de nadelige financiële implicaties van de coronacrisis en de gepercipieerde toereikendheid van pensioensparen zwakt af – maar blijft statistisch significant – wanneer rekening wordt gehouden met sociaal-demografische variabelen, kenmerken van het zzp-schap en economische factoren (denk aan inkomsten), psychologische factoren (zoals toekomstgerichtheid) en sociologische factoren (waaronder socialisatie met sparen). De resultaten wijzen op de grote mate van heterogeniteit binnen de zzp-groep en suggereren dat zzp’ers die stevig in hun spaargedrag zijn getroffen door de coronacrisis, voorzien dat dit ook op de langere termijn nog gevolgen zal hebben

    Pensioenvoorbereiding van zzp’ers tijdens de coronacrisis (Netspar Design Paper 204)

    No full text
    In tijden van crisis worden individuen in niet-standaard werkvormen – zoals zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) – vaak als eerste geraakt. De coronacrisis heeft echter mogelijk niet alleen invloed op de huidige positie van zzp’ers. Naar verwachting kan deze ook invloed hebben op de mate waarin zzp’ers zich kunnen voorbereiden op een onzekere toekomst, zoals hun oude dag. Welke zzp’ers hebben met name negatieve implicaties van de coronacrisis ervaren voor hun (pensioen-) sparen? En in hoeverre hangt het ervaren van deze negatieve implicaties samen met de mate waarin zzp’ers hun financiële pensioenvoorbereiding als toereikend beschouwen? Om deze vragen te onderzoeken hebben we data geanalyseerd die begin 2021 in Nederland zijn verzameld onder 1.722 zzp’ers (leeftijd 40-66 jaar) via twee online panels. De resultaten laten zien dat de mate waarin zzp’ers door de coronacrisis aanpassingen hebben gedaan in hun spaargedrag sterk verschilt. Zzp’ers in sectoren die relatief zwaar door de lockdown zijn getroffen, hebben gemiddeld meer negatieve implicaties ondervonden voor hun spaargedrag. Dit geldt eveneens voor lager opgeleiden, zzp’ers zonder partner en onvrijwillig/noodgedwongen zzp’ers. Hoe meer negatieve implicaties zzp’ers voor hun spaargedrag hebben ondervonden door de coronacrisis, hoe minder geneigd ze zijn te denken dat ze voldoende financieel voorbereid zijn om comfortabel met pensioen te gaan. Deze negatieve samenhang tussen de nadelige financiële implicaties van de coronacrisis en de gepercipieerde toereikendheid van pensioensparen zwakt af – maar blijft statistisch significant – wanneer rekening wordt gehouden met sociaal-demografische variabelen, kenmerken van het zzp-schap en economische factoren (denk aan inkomsten), psychologische factoren (zoals toekomstgerichtheid) en sociologische factoren (waaronder socialisatie met sparen). De resultaten wijzen op de grote mate van heterogeniteit binnen de zzp-groep en suggereren dat zzp’ers die stevig in hun spaargedrag zijn getroffen door de coronacrisis, voorzien dat dit ook op de langere termijn nog gevolgen zal hebben

    Een (on)gezonde leefstijl

    No full text
    In deze digitale publicatie worden de opleidingsverschillen in zes leefstijluiting (roken, alcohol drinken, overgewicht hebben, groente eten, fruit eten, voldoende bewegen) uiteengezet. Verschillen in individuele leefstijluitingen, de stapeling van meerdere (on)gezonde uitingen, de rol van de sociale context (zoals de buurt waarin men woont, het opleidingsniveau van de ouders, of het opleidingsniveau van de partner) en de nationale context (door een vergelijking met de opleidingsverschillen andere Europese landen) worden onder de loep genomen. De publicatie is gebaseerd op informatie uit de zevende ronde van de European Social Survey (ESS) verzameld in 2014/2015

    Pension expectations of self-employed persons in the Netherlands

    No full text
    Ten tijde van een crisis worden werkenden in niet-standaard werkrelaties – zoals zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) – vaak als eersten geraakt. De coronacrisis heeft mogelijk niet alleen invloed op de huidige positie van zzp’ers, maar kan ook invloed hebben op de mate waarin zzp’ers zich voorbereiden op een onzekere toekomst. In hoeverre verwachten zzp’ers dat ze voldoende sparen om later comfortabel met pensioen te gaan? En is dit beeld minder rooskleurig voor zzp’ers die sterk zijn geraakt door de coronacrisis

    Netherlands The Emergence of Dual-Earner Couples: A Longitudinal Study of the On behalf of: International Sociological Association can be found at: International Sociology Additional services and information for The Emergence of Dual-Earner Couples A Long

    No full text
    abstract: In this article, the authors address the extent to which full-time working couples in the Netherlands have gone through compositional changes with respect to young children and educational level. Using a stacked data set of 13 large-scale labour force surveys collected by Statistics Netherlands ranging from 1977 to 2002 (N = 461,003 Dutch households), the authors first studied whether the increase of full-time working couples is a result of cohort and/or period effects. It is concluded that the steady growth of full-time working households is mainly accounted for by cohort succession: in couples from younger birth cohorts, both partners increasingly prefer to work full-time. Second, the study investigated the composition of those full-time working couples. As a starting point, it is clear that full-time working couples are mostly found among those with a higher educational level and without any children. For this composition, the authors' analyses show that over time and cohorts the educational level of full-time working couples increases more than that of male single-earners or combination households. Most important is that the negative effect of having young children for full-time working couples became more negative over cohorts, indicating that combining children and full-time work as a couple has become less attractive in recent cohorts

    Do schools affect girls’ and boys’ reading performance differently? : A multilevel study on the gendered effects of school resources and school practices

    No full text
    Few studies on male–female inequalities in education have elaborated on whether school characteristics affect girls’ and boys’ educational performance differently. This study investigated how school resources, being schools’ socioeconomic composition, proportion of girls, and proportion of highly educated teachers, and school practices, being schools’ application of well-rounded assessment methods, influenced girls’ and boys’ reading performance differently. We hypothesised that positive effects of school resources would be greater for boys than for girls, and that more frequent use of well-rounded assessment methods would be associated with increased girls’ and decreased boys’ reading performance. Using advanced multilevel analyses of 2009 Programme for International Student Assessment (PISA) data, we found that boys profited more than girls from having a large proportion of girls in school. Contrary to our expectations, girls gained more than boys from a school’s advantaged socioeconomic composition. These gendered effects of school resources were not explained by differences in school learning climate

    Size is in the eye of the beholder: How differences between neighbourhoods and individuals explain variation in estimations of the ethnic out-group size in the neighbourhood

    No full text
    In this paper we shed light on the various ways in which native Dutch estimate the size of the ethnic minority population in their neighbourhood. We formulate hypotheses on how characteristics of the neighbourhood (i.e. objective group sizes, ethnic segregation, economic deprivation and crime), of surrounding neighbourhoods and experiences of interethnic contact and feelings of ethnic threat shape perceptions of the ethnic outgroup size. We employ individual-level data from the 1Vandaag Opinion Panel enriched with contextual-level data from Statistics Netherlands (24,538 respondents in 3113 neighbourhoods). Great variation in residents’ perceptions of the ethnic outgroup size exists both between neighbourhoods and within neighbourhoods. We demonstrate that native Dutch are more likely to overestimate the size of the non-Western minority population than the size of the Western minority population. Larger ethnic outgroup sizes in surrounding neighbourhoods are associated with the sense that one's own neighbourhood also contains more minority residents. In economically deprived and high crime neighbourhoods, residents are more likely to overestimate the size of the ethnic outgroup. Furthermore, people with more interethnic contact and people who experience more ethnic threat provide higher estimations and are more likely to overestimate the ethnic outgroup size in their neighbourhood
    • …
    corecore