841 research outputs found

    Bij het afscheid van Ronald de Leeuw

    Get PDF

    Hofwijck: A landscape of country houses in Holland in the seventeenth century

    Get PDF
    Professor Gerdy A. Verschuure-Stuip elaborates in this article on the landscape, the architectural characteristics of Hofwijck and the close connection between country houses and rivers in seventeenth century Holland

    Verrassing onder de stalling: de wintertuin van kasteelhoeve Forreist (Sint-Andries, Brugge). Eindverslag van een toevalsvondst

    Get PDF
    In mei 2019 werd een deel van de stallingen van de beschermde kasteelhoeve bij Kasteel Forreist in de Doornstraat in Brugge gesloopt, in het kader van de restauratie van de gehele site. Tijdens de sloopwerken bleek dat onder de vloerplaat van de stallingen een kluwen van oudere muren en vloertjes aanwezig waren. Op de vondstmelding volgde een kleinschalige opgraving, onder leiding van het agentschap Onroerend Erfgoed. Studie van de bewaarde restanten en vergelijking met tal van voorbeelden uit binnen- en buitenland lieten toe om in de aangetroffen structuren de resten van een prestigieuze wintertuin te herkennen: een complex dat onder meer bestond uit een orangerie en een serre, en dat diende voor zowel de teelt als de opslag van exotische planten

    Bibliography Egge Knol

    Get PDF

    Werken langs de Weespertrekvaart (AAR 97)

    No full text
    In april 2015 is gestart met het bouwrijp maken van het ontwikkelgebied Kop Weespertrekvaart tussen de H.J.E. Wenckebachweg en de Weespertrekvaart. De werkzaamheden omvatten de aanleg van een vierkante jachthaven, een bodemsanering en het verwijderen van ondergrondse obstakels tot 1 m onder maaiveld. Voor het plangebied gold een archeologische verwachting vanwege de mogelijke aanwezigheid van restanten van buitenplaatsen die in de 17de en 18de eeuw langs de Weespertrekvaart waren gevestigd. Vanwege de bodemverstoring die het bouwrijp maken van het terrein met zich mee zou brengen, is in het uitvoeringsplan een archeologisch veldonderzoek opgenomen. <p> De archeologische begeleiding is op 21 en 22 april 2015 uitgevoerd door het veldteam van de afdeling Archeologie van Monumenten en Archeologie (MenA). Het veldonderzoek was geconcentreerd op de aanleg van de jachthaven omdat hier tot een diepte van ca. 2,3 m – NAP werd ontgraven. De overige saneringswerkzaamheden bleven beperkt tot de 19de/20ste-eeuwse ophogingslagen van zand en vonden onder een laag regime van archeologische begeleiding plaats

    Bibliography Egge Knol

    Get PDF

    Hoffmann von Fallersleben und die Lande niederl├Ąndischer Zunge

    Get PDF
    Hoffmann von Fallersleben unternahm 1819 seine erste Reise in die Niederlande. Zahlreiche Werke Hoffmanns bezeugen sein Interesse f├╝r das niederl├Ąndische Sprachgebiet. Aus seiner Autobiographie, seinen Tageb├╝chern, Notizen, den Vorlesungen, der Korrespondenz sowie aus seinen Zeitungsartikeln lassen sich Erkenntnisse ├╝ber seine Beziehungen in die Niederlande und nach Belgien ableiten. Aber weder die Beziehungen noch sein Belgien- und Niederlandebild sind bis heute ersch├Âpfend erforscht worden. Diese Untersuchung will Hoffmanns Beziehungen zu den Niederlanden und zum nachmaligen Belgien sowie das Netzwerk, das er dort aufbaute, anhand seiner Korrespondenz und der Akten zu seiner Person rekonstruieren. Hoffmann schildert ein diffuses Bild der Nachbarn, das von einer deutsch-nationalen Einstellung gepr├Ągt ist. Zu fragen ist, ob sein positives Verhalten und seine negativen ├äu├čerungen lediglich ideologisch motiviert waren und vorwiegend daher r├╝hrten, da├č er, wie viele deutsche Intellektuelle im 19. Jahrhundert, versuchte, die Niederlande und Belgien einem deutschen Staatsgef├╝ge einzugliedern, oder ob er vielmehr als Kulturvermittler zu gelten hat. Hoffmanns Briefwechsel umfa├čt, soweit sich jetzt feststellen l├Ą├čt, ├╝ber 7000 Briefe, die hier erstmals in einem Verzeichnis erfa├čt sind. Daneben werden unver├Âffentlichte Materialien aus deutschen, belgischen und niederl├Ąndischen Archiven, die bisher in der Forschung nicht ber├╝cksichtigt wurden, vorgestellt

    Gemeente Waterland. Plangebied De Broekermeer te Broek in Waterland.

    No full text
    In opdracht van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (dhr. Molenaar) heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Broekermeer te Broek in Waterland. Aanleiding voor het onderzoek is het plan om de Broekermeerdijk aan de noordzijde van de polder ‘De Broekermeer’ te verstevigen. In dat kader zal langs de waterkant van de Broekermeerdijk een damwand geplaatst worden. Tevens zal de dijk aan de binnenzijde worden verhoogd, waarbij de teensloot circa tien meter zal worden verplaatst. Het betreffende dijktracé, met een lengte van circa 3,4 km, loopt langs de watergang de Broekervaart, grofweg tussen de N235 en de N247. Het plangebied maakt deel uit van een gebied waar in het Holoceen een 14 à 16 meter dik pakket veen en klei is afgezet. Gedurende het pleistoceen maakte het plangebied deel uit van een (dek)zandgebied, dat in het mesolithicum dermate nat is geworden dat het bedekt is geraakt met veen. Van het landschap uit deze periode, dat zich tegenwoordig op grote diepte bevindt, is niet bekend of het ter hoogte van het plangebied bewoonbaar was. Aan de Pleistocene ondergrond in het gehele plangebied wordt derhalve voor het paleolithicum-mesolithicum een middelhoge verwachting voor archeologische waarden (vuursteenvindplaatsen) toegekend. De uit te voeren werkzaamheden zullen, met uitzondering van het plaatsen van de damwanden, niet tot deze diepte reiken. Het plaatsen van de damwanden wordt gezien de geringe verstoring niet als bedreigend voor archeologische waarden beschouwd. Als gevolg van de stijgende zeespiegel werd het plangebied in eerste instantie dermate nat dat het bedekt raakte met veen. Door de voortdurende zeespiegelstijging veranderde het gebied na verloop van tijd in een waddengebied. Hoewel de mens ook dit landschap mogelijk zal hebben gebruikt, is het onwaarschijnlijk dat hiervan nog resten aanwezig zijn in de ondergrond. Aan archeologische waarden uit het mesolithicum-neolithicum wordt derhalve een lage archeologische verwachting toegekend. De top van deze afzettingen bevinden zich aan het oppervlak of op relatief geringe diepte. Vanaf 4000 à 5000 jaar geleden is het plangebied deel gaan uitmaken van een groot veengebied, dat werd doorsneden door enkele rivieren en veenstroompjes. Als gevolg van erosie gedurende de middeleeuwen is het veenpakket, inclusief eventueel aanwezige archeologische resten, geheel verdwenen. Ter plaatse van het plangebied ontstond een meer (het Broekermeer) dat hier tot aan de inpoldering begin 17e eeuw heeft gelegen. Voor de bronstijd tot en met de late middeleeuwen geldt derhalve een lage archeologische verwachting. De Broekermeer werd in de eerste helft van 17e eeuw drooggemaakt. Pas vanaf deze periode is het plangebied en omgeving weer in gebruik genomen door de mens. Op basis van het bureauonderzoek wordt aan grote delen van het plangebied een lage verwachting toegekend op het voorkomen van archeologische resten. Op een drietal locaties geldt echter een hoge archeologische verwachting gerelateerd aan de mogelijke aanwezigheid van (funderings)resten van molens of de mogelijke aanwezigheid van (funderings)resten van gebouwen behorende tot buitenplaatsen, evenals sporen van tuinaanleg. Aangezien er nog geen definitief ontwerp voorhanden is, is het niet mogelijk vast te stellen of en waar archeologische resten bedreigd zullen worden door de voorgenomen werkzaamheden. BAAC beschouwd het slaan van de damwanden in de dijk aan de boezemzijde niet als verstorend. Het graven van een nieuwe teensloot kan wel verstorend werken. Indien bij het definitieve ontwerp de gebieden met een hoge verwachting ontzien kunnen worden, is ons inziens geen vervolgonderzoek nodig. Indien er niet ontkomen kan worden om binnen de gebieden met een hoge verwachting graafwerkzaamheden uit te voeren, is vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk
    • ÔÇŽ
    corecore