49 research outputs found

    De Veluwe gereformeerd

    Get PDF
    church history; social and cultural histor

    Chapter Kunst in dienst van het eerste leesonderwijs

    Get PDF
    In 1906, a new primer was published in the German city of Bremen: The Bremer Fibel. Its illustrations were created by Cornelis Jetses (1873-1955) one of the bestknown illustrators of teaching material in the Netherlands, his home country, in the first half of the twentieth century. This article focuses on these illustrations and shows how Jetses used his artistic skills to create images which fulfilled the demands of representatives of Reformed Pedagogy, a movement which emerged in Europe around 1900 and placed the child at the centre of education. By creating an overall design for the book that should help children develop a good aesthetic taste and by showing people, objects and situations that were part of the pupilsÔÇÖ everyday world, Cornelis Jetses played a part in establishing a child-oriented education in Bremen. Furthermore, this article also shows how the illustrator used artistic composition principles to create images that helped pupils to learn how to read words and decipher images

    Op weg naar een geschreven eenheidstaal. De ontdialectisering van de schrijftaal bij Gheraert Leeu, drukker in Gouda en Antwerpen.

    Get PDF
    This study discusses the influence of the printing press on the gradual rise of standard Dutch on the basis of the language used in a selection of incunables, printed by Gheraert Leeu, one of the pioneers of early printing. Leeu was active in Gouda (Holland) from 1477 until 1484, but moved in 1484 to the city of Antwerp (Brabant), where he continued his printing activity until his sudden death in 1492. In three books from Gouda and five books originating from Antwerp, we determined the degree of dialecticity, classified the dialect variants according to their origin, interpreted the variation found between regional and non-regional variants and discussed their diachronic evolution. We found that both the Hollandic and the Brabantish dialect features were increasingly replaced by their non-regional equivalents. By rapidly diminishing the amount of dialect variants in his printed language, Gheraert Leeu contributed to the transition from dialectal Late Middle Dutch to more supraregional Early New Dutch, which was reflected in Hollandic and Antwerp printed books around 1500. So the traditional view that the standard Dutch is based on the Hollandic dialect of the 17th century, should be revised: a tendency towards more uniformity in written Dutch was already noticeable at the end of the 15th century among printers in Antwerp and Holland, who were striving for a more uniform language in order to enlarge the sales market for their printed books. The case of the famous printer Gheraert Leeu shows that the prosperous city of Antwerp played a leading role in the development of a uniform written language

    Lustige geesten

    Get PDF
    Dutch literature; History, geography, and auxiliary disciplinesNauw met elkaar verbonden, maakten theater en retorica vanaf de vijftiende eeuw in de Latijnse geleerdencultuur en de volkstalige wereld van het verstedelijkte Europa een renaissance door. Op basis van onderzoek naar idee├źn, (literaire) praktijken en leden laat Lustige geesten zien dat de rederijkerskamers de Nederlandse variant waren van een vroegmoderne cultuur van publieke welsprekendheid, met het theater als quintessens. Rederijkers (rhetoriziens) drukten de intellectuele en maatschappelijke missies van hun kamers uit in het kernbegrip retorica (rhetorique) dat zowel verwees naar (utopische) idealen van burgerlijkheid als naar het toepassen van kennis (conste) in een ge├źngageerde cultuur. De noordelijke Nederlanden (vooral Holland en Zeeland) vormden met de zuidelijke (vooral Vlaanderen en Brabant) ├ę├ęn rederijkerswereld van overlappende netwerken waarin via een actieve lees-, gespreks- en discussiecultuur internationale culturele trends lokaal en regionaal verwerkt werden. De middelen van publieke welsprekendheid (het schrijven en opvoeren van toneelspel, lied, gedicht) waren (intern) bedoeld om (in een ludieke en competitieve sfeer) de geest van jonge mannen uit gegoede families en middengroepen te vormen. Door de organisatie (extern) van opvoering in de lokale feestcultuur en op interlokale rederijkersfestivals functioneerden kamers als publicatiecentra voor hun beste schrijvers en performers. De rederijkers droegen zo bij aan de opkomst van een volkstalige geleerdencultuur en namen deel aan het publieke debat. Lustige geesten laat zo zien op welke manieren de sociale, institutionele en culturele elementen van de rederijkerscultuur de maatschappelijke invloed van de rederijkers bepaalden en hun bijdrage aan de opkomst van de (noordelijke) Nederlanden als Europees cultureel centrum. Lustige geesten wordt op unieke wijze aangevuld met de site "http://www.lustigegeesten.nl">www.lustigegeesten.nl. Deze site presenteert een proposografie van rederijkers - een database met biografietjes van alle bekende leden van de rederijkerskamers van Haarlem (1502-1650), Middelburg (1494-1650) en Den Haag (1494) - en een deel van de bestanden waarop de prosopografie en de analyses uit Lustige Geesten gebaseerd zijn. Eerder bij AUP verschenen: Om beters wille. Rederijkerskamers en de stedelijke cultuur in de Zuidelijke Nederlanden (1400-1650)| ISBN 978 90 5356561 2| maart 2008 Conformisten en rebellen. Rederijkerscultuur in de Nederlanden| ISBN 978 90 5356 618 3| januari 200

    Atheïstische religiositeit

    Get PDF
    AtheismAtheïsme en religiositeit lijken elkaars absolute tegenpolen. Filosoof Wim Van Moer stelt deze intuïtieve, ook onder atheïsten wijdverspreide overtuiging ter discussie. Deze analyse onthult dat de religieuze ervaring niet verbonden hoeft te zijn met een geloof in een bovennatuurlijke entiteit of realiteit. Geïnspireerd door Leo Apostel en in de voetsporen van William James en Erich Fromm, betoogt de auteur dat deze tegenstrijdigheid, zelfs binnen een radicaal atheïstisch vertoog, niet automatisch geldig is. Van Moer staaft deze stelling met een meeslepende fenomenologische analyse van de religieuze ervaring, die uitmondt in een theoretisch model waarmee hij religieuze ervaringen binnen een atheïstische context kan onderzoeken

    Wijdvertakte wortels. Over etnolectisch Nederland

    Get PDF
    Waaraan herkennen wij een spreker als een Amsterdammer met een Marokkaanse achtergrond? En waaraan horen wij dat iemand een Nijmegenaar met Turkse wortels is? Wat heeft het taalgebruik van mensen met een Marokkaans een mensen met een Turkse achtergrond gemeen? Welke eigenaardigheden dringen door in 'inheemse' verschijningsvormen van het Nederlands?In dit boek gaat het om deze en dergelijke vragen. Behalve het Marokkaanse en Turkse Nederlands komen daarbij onder meer het Surinaamse Nederlands en het Indonesische Nederlands, maar bijvoorbeeld ook het Joodse Nederlands aan de orde.Het Nederlands varieert in toenemende mate ook in de culturele ruimte, die allereerst bepaald wordt door de oorspronkelijke godsdienstige en etnische achtergronden van de sprekers. Dit noem je etnolecten. Etnolecten bevatten in het algemeen niet alleen exotische verschijnselen, zoals elementen uit de oorspronkelijk moedertaal. Maar ook verschijnselen die kenmerkend zijn voor tweedetaalverwerving (de meisje, de mooie meisje die daar loopt).Etnolecten hebben onder jongeren een groeiend prestige en zijn deel van hun identiteit. Woorden en uitspraakgewoonten uit etnolecten komen via de straatcultuur, muziek, media en bekende figuren (Ali B) in de taal van jongeren terecht. Het boek is rijkelijk geïllustreerd met voorbeelden uit onder meer populaire tienersoaps

    Domeinen in beweging:Samenleving, bezit en exploitatie in het West-Utrechtse landschap tot in de Nieuwe Tijd

    Get PDF
    Jan Huiting's thesis "Manors in motion" provides a fascinating overview of the history of the West Utrecht countryside in the Middle Ages in almost 700 pages. A large amount of new source material forms the basis of this extensive study into society, property and exploitation until the New Age. Soil, relief, vegetation and toponymy are linked to settlement patterns to lay a foundation under the following chapters. Much use was made of archaeological finds and phytosociology (the science of plant communities).Social property structures are analysed from the time of the occupation of the land, making it clear that the noblemen held and maintained a very strong position. Peasant ownership was rare. The emergence of ecclesiastical institutions increasingly brought land into the hands of chapters and monasteries. Several ÔÇścurtesÔÇÖ and traces of manorial organisation showed the Frankish origin of the bishopric of Utrecht. Cartographic reconstructions visualized the size of these manors. Growth in the countryside as well as in the dominant city of Utrecht lasted for centuries. However, a declining population from the late fourteenth century heralded a protracted crisis that lasted a century. Due to a low population density, there were few farmers and on average the farms were quite large, although they mainly consisted of leased land.The rhythm of expansion and contraction is sharply illustrated tithe and lease data from the period 1295-1740. With data on population, composition of households, prices, wages, capital interest and skill premium, an enormous amount of data has been processed into an integrated image of the rural economy, the nature and profitability of agriculture

    Leven en schrijverschap van Diet Kramer

    Get PDF
    corecore