Location of Repository

Kiek daor lope dat geitegezich... \ud Een taalkundig onderzoek naar de ontwikkelingen van het Utrechtse stadsdialect

By L. Thouplet

Abstract

In dit kwalitatieve onderzoek naar de taalkundige ontwikkeling van de Utrechtse stadstaal stonden drie vragen centraal, ten eerste: is er sprake van dialectverlies onder de jongere generatie sprekers van het Utrechts? Ten tweede: wat is de attitude ten opzichte van het Utrechts onder de dialectsprekers en speelt leeftijd hierin een rol? En als laatste: zijn externe taalinvloeden van invloed op de domeinen waarin het Utrechts gesproken wordt? \ud \ud Het onderzoeksmateriaal bestond uit een interview en een enquête met meerkeuzevragen die bij acht sprekers van het Utrechts werden afgenomen: vier jongeren en vijf ouderen. Hierbij was de verwachting dat jongere proefpersonen het dialect in minder gespreksdomeinen zouden gebruiken, meer Standaardnederlandse zinnen zouden produceren en ook minder kennis van het Utrechts zouden hebben dan hun oudere mede-informanten. Voor wat de attitude betreft was de verwachting dat deze overwegend positief zou zijn. Leeftijd zou hierin geen rol spelen. Ten behoeve van een antwoord op de derde onderzoeksvraag werden de informanten uit twee verschillende wijken geworven, waarbij werd gekozen voor een wijk die veel in contact staat met het Standaardnederlands en een wijk die omringd wordt door andere volkswijken en daarmee minder in aanraking is met de standaardtaal. De verwachting was dat de informanten uit de eerste wijk hun dialect in meer gespreksdomeinen zouden aanpassen aan de standaardtaal dan de informanten uit de tweede wijk. \ud \ud Tijdens het interview werd aan de hand van een aantal vragen over de syntactische, fonologische, morfologische en lexicale kenmerken van het Utrechts nagegaan of het gebruik en de kennis van het dialect van de jongere generatie afweek ten opzichte van het gebruik en de kennis bij oudere generatie. Met een schriftelijke vragenlijst werd onderzocht wat de houding van de sprekers was ten opzichte van het dialect.\ud \ud Uit de resultaten kwam naar voren dat er inderdaad sprake was van dialectverarming onder de jongere generatie informanten. De ouderen hadden zowel meer actieve als passieve kennis van het dialect. Jongeren gaven wel aan het Utrechts in meer gespreksdomeinen te gebruiken, hetgeen de verwachting tegensprak. De attitude ten opzichte van het Utrechts bleek uitermate positief. Gemiddeld zaten beide categorieën in het hoogste kwartiel van de vijfpuntsschaal. Leeftijd was hierop dus niet van invloed. De resultaten bij de derde onderzoeksvraag beantwoordden niet aan de hypothese. Het omgekeerde bleek het geval: juist de informanten uit de omgeving waar relatief weinig Standaardnederlands gesproken wordt pasten zich vaker aan de Standaardtaal aan. Vooral in de functionele (formele) domeinen. De informanten uit de omgeving waar de dominante taal veel gesproken wordt, gaven allemaal aan altijd in dialect te spreken. In de discussie werden tot slot de knelpunten van dit onderzoek besproken en suggesties gedaan voor vervolgonderzoek

Topics: Utrecht, dialect, sociolect, stadstaal, dialectverarming
Year: 2013
OAI identifier: oai:dspace.library.uu.nl:1874/279805
Download PDF:
Sorry, we are unable to provide the full text but you may find it at the following location(s):
  • http://dspace.library.uu.nl:80... (external link)
  • Suggested articles


    To submit an update or takedown request for this paper, please submit an Update/Correction/Removal Request.