Skip to main content
Article thumbnail
Location of Repository

Regime Change in Bagdad

By Tim Veldhuis

Abstract

Het regime van Saddam Hussein is altijd onderwerp van debat geweest in de Amerikaanse politiek. Na het einde van de eerste Golf Oorlog voerden de regeringen van George H.W. Bush en Bill Clinton een beleid van containment met sancties en wapensinspecteurs. Volgens een groep neoconservatieve intellectuelen uit de regeringen van Reagan en George H. W. Bush, zou dit beleid uiteindelijk falen. Zij drongen vanaf begin jaren negentig aan op ‘regime change’; het omverwerpen van het regime van Saddam Hussein, door middel van steun aan een interne opstand, moord en uiteindelijk militaire interventie.\ud Deze groep neoconservatieven kreeg hoge posities binnen de regering van George W. Bush. Aangezien de inhoud van de officiële toespraken van president Bush overeenkwam met wat de neoconservatieven voorstonden, wordt het beleid van de regering Bush en de beslissing tot oorlog in Irak door velen gezien als in belangrijke mate gevormd door de neoconservatieven.\ud Hun roep om ‘regime change’ in Bagdad vond in de eerste maanden van het presidentsschap van Bush echter weinig weerklank. Dat veranderde op elf september 2001: wat als Saddam de terroristen zou hebben uitgerust met massavernietigingswapens? Via dit doemscenario werd een preventieve oorlog tegen Irak gerechtvaardigd als onderdeel van de ‘War on Terror’.\ud Al sinds het einde van de Eerste Golfoorlog drongen de neoconservatieven aan op ‘regime change’ in Bagdad. Maar waarom vonden de neoconservatieven ‘regime change’ noodzakelijk? Om deze vraag te beantwoorden zal het allereerst nodig zijn om kennis te maken met de neoconservatieven. Wie zijn het, wat zijn hun ideeën en hoe hebben zij die ideeën tot uitvoering weten te brengen. Vervolgens kunnen we hun verschillende argumenten en motieven voor regime change aan een onderzoek onderwerpen. \ud In de aanloop naar de oorlog in Irak gaven de sleutelfiguren in Washington éénentwintig verschillende redenen voor de oorlog in Irak [zie appendix 1]. Er zijn grofweg vier hoofdredenen aan te wijzen. Allereerst noemde men de combinatie van de veronderstelde aanwezigheid van massavernietigingswapens en banden tussen Al Qaeda en Saddam. Toen van geen van beiden het bestaan overtuigend kon worden aangetoond, werd het brengen van democratie steeds vaker genoemd als reden voor de oorlog. Neoconservatieve artikelen en rapporten drongen aan op het verspreiden van de democratie en het vestigen van een Amerikaanse ‘benevolent hegemony’. ‘Regime change’ in Irak vormde een nieuwe stap in het verwerven van deze hegemonie. Waarom eerst in Irak en niet in Noord Korea, dat toch een grotere bedreiging vormde? Het antwoord ligt in de centrale ligging van Irak in de Perzische golf. Hiermee komen we bij twee argumenten die ontbreken in de lijst van éénentwintig publieke redenen voor de oorlog. In de Perzische golf ligt ongeveer 40% van de wereldwijd overgebleven olie reserves. Met een pro-Amerikaans Irak weten de Verenigde Staten zich voor de komende decennia verzekerd van goedkope olie. Daarnaast vormt een pro-Amerikaans, democratisch Irak, een aanzienlijke verbetering in de strategische positie van Israël, de onvoorwaardelijke bondgenoot van de Verenigde Staten

Topics: Letteren, neoconservatisme, olie, Israel, Irak, PNAC, democratie
Year: 2007
OAI identifier: oai:dspace.library.uu.nl:1874/32340
Download PDF:
Sorry, we are unable to provide the full text but you may find it at the following location(s):
  • http://dspace.library.uu.nl:80... (external link)
  • Suggested articles


    To submit an update or takedown request for this paper, please submit an Update/Correction/Removal Request.