Plangebied Legmeerdijk 154 te Amstelveen, gemeente Amstelveen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Abstract

In opdracht van Stanimira Doneva heeft RAAP in maart 2019 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Legmeerdijk 154 te Amstelveen in de gemeente Amstelveen (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Er zijn plannen om de huidige bebouwing te slopen en een nieuw woonhuis te bouwen op het perceel. Het plangebied ligt op en aan de Legmeerdijk, een veenrestdijk waar in de omgeving vanaf de late middeleeuwen bewoning plaatsvond. De bodemopbouw van beneden naar boven is mariene (wad)afzettingen behorend tot het Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk. Voor deze afzettingen geldt een lage archeologische verwachting vanwege het natte milieu waarin deze afzettingen gevormd zijn. Binnen 5 meter onder maaiveld is geen dekzand aangetroffen. De mariene afzettingen zijn overgroeid met veen, waarvan nog een deel aanwezig is binnen het plangebied. In het plangebied is nog ongeroerd, schoon veen aanwezig in boring 1, 2 en 3. Daarbij is in boring 1 tot en met 4 ook nog een pakket rommelig veen aanwezig, met enkele kleibrokjes, zandbijmenging en zo nu en dan een spikkel baksteenpuin. Dit rommelige veen is het bewoonbare oppervlak vanaf de late middeleeuwen. Daar bovenop zijn enkele recente ophoginglagen aanwezig. Op basis van historisch kaartmateriaal bleek dat er geen bebouwing in het plangebied zelf aanwezig is vanaf de 17e eeuw tot eind 20e eeuw. Aangezien de nauwkeurigheid van deze kaarten niet al tijd even groot is, kan de aanwezigheid van resten van bebouwing uit deze periode (en vroeger) niet geheel worden uitgesloten. De aard van het aangetroffen puin (slechts spikkels puin, en geen werkelijke concentraties) doet echter vermoeden dat de archeologische resten agrarisch van aard zijn. Desalniettemin wordt de verwachting voor resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd bijgesteld naar hoog. Het potentiële niveau bevindt zich op een diepte vanaf 1,1 - 1,55 m -mv (3,5 - 4,3 m NAP). Met de geplande werkzaamheden is de kans zeer klein dat er archeologische resten worden verstoord. Ter hoogte van het geplande bouwvlak is dit niveau slechts 5 centimeter dik en aanwezig vanaf 1,55 m -mv (4,3 m -NAP). Met de ontgraving van het nieuwe bouwvlak zal het archeologische niveau naar verwachting niet bereikt worden, of slechts voor een zeer klein deel. Voor de funderingspalen geldt een ander verhaal. Deze palen reiken tot ca 9 m -mv. Dit zal echter slechts lokaal tot een kleine verstoring leiden. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied waarschijnlijk geen tot zeer weinig archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht

Similar works

This paper was published in NARCIS .

Having an issue?

Is data on this page outdated, violates copyrights or anything else? Report the problem now and we will take corresponding actions after reviewing your request.