Almere, 5H Tureluurweg: Oosterwold – Initiatiefnemers Wentink Gemeente Almere (FL) Inventariserend Veldonderzoek (IVO; fase 1 en 2)

Abstract

In opdracht van diverse initiatiefnemers, vertegenwoordigd door mevrouw M. Wentink, heeft Transect in november 2017 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op diverse kavels op een akker aan de Tureluurweg in Almere-Hout (gemeente Almere). De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning, die de bouw van woningen op die plaatsen in het gebied mogelijk moet maken. De voorgenomen werkzaamheden gaan gepaard met bodemingrepen, waardoor de oorspronkelijke bodemlagen en hiermee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: • In het plangebied bevindt zich centraal een laagte waar aan weerszijden twee zwakke welvingen aanwezig zijn. Deze bevinden zich in het oostelijk deel en het westelijk deel van het plangebied. Er zijn in de top van het dekzand in het centraal-westelijk deel en het oostelijk deel van het plangebied sporen van bodemvorming aanwezig. Deze bodemvorming bestaat uit podzolering (te herkennen aan de aanwezigheid van A- en B-horizonten). Archeologisch gezien zijn deze plekken intact te beschouwen. Het overige deel, ter plaatse van boringen 4 en 5, is dit niet. Hier heeft onder invloed van een getijdegeul erosie plaatsgevonden, waarbij de top van het dekzand is verdwenen. Ook ontbreken er sporen van bodemvorming. In bijlage 6 zijn de intacte zones en de niet-intacte zones ruimtelijk weergegeven. • Gezien de diepteligging is het dekzand in het plangebied tussen circa 5.300 en 5.000 v. Chr. verdronken. Dit betekent dat in de top van het dekzand archeologische waarden aanwezig kunnen zijn die uit de periode van het Mesolithicum tot en met het begin van het Neolithicum dateren. • Er zijn in het plangebied Oude Getijdenafzettingen aangetroffen, maar deze zijn ongerijpt en vermoedelijk als overstromings- en/of geulafzetting tot stand gekomen. Ook zijn er geen sporen van rijping of bodemvorming in aanwezig. Hiermee is de verwachting dat de afzetting te nat en ongeschikt is voor bewoning. • Binnen de grenzen van het plangebied zijn tijdens het karterend onderzoek geen aanwijzingen gevonden, die op de aanwezigheid van een vindplaats wijzen. Harde archeologische indicatoren (zoals vuursteenafslagen, gebroken kwarts, aardewerk en/of verbrand bot) of andersoortige aanwijzingen zijn in de residuen niet aangetroffen. De vondsten uit de residuen beperken zich tot houtskool en knappersteen

Similar works

Full text

thumbnail-image
Last time updated on 3/30/2019

This paper was published in NARCIS .

Having an issue?

Is data on this page outdated, violates copyrights or anything else? Report the problem now and we will take corresponding actions after reviewing your request.