Bureau- en verkennend booronderzoek Commissarislaan 35 1-2 te Zwolle

Abstract

Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting is het plangebied vanaf het Pa-leolithicum mogelijk gunstig geweest voor jagers-verzamelaars en in het Neolithicum, Bronstijd en Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied zijn echter geen aanwijzingen voor bewoning binnen een kilometer af-stand van het plangebied vóór de Late-Middeleeuwen bekend. In de top van het dekzand worden archeologische resten verwacht uit de periode Laat-Paleolithicum - Bronstijd. Hoewel vermoedelijk bewoning mogelijk was in deze perioden, zullen de hoger gelegen delen van het dekzandgebied de voorkeur hebben gehad. De archeologische resten worden op een diepte van ca. 2,0 m –mv ver-wacht. Gedurende de Bronstijd raakte het plangebied vermoedelijk bedekt met veen. Vanaf deze periode, tot aan de ontginning in de Late-Middeleeuwen, was het plangebied vanwege de drassige omstandigheden waarschijnlijk ongeschikt voor bewoning. In de Late-Middeleeuwen is de omgeving van het plangebied ontgonnen. Mogelijk kunnen resten van boerderijplaatsen of perceelinrichting vanaf deze periode voorkomen. Op historische kaarten vanaf de 17e eeuw zijn echter geen aanwijzin-gen voor dergelijke resten aangetroffen. Het plangebied is de laatste eeuwen in gebruik geweest als weiland, tot aan de inrichting van de huidige woonwijk in de jaren 90 van de 20e eeuw. Eventuele resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn naar verwachting deels verstoord als gevolg van de realisatie van de huidige bebouwing en verharding van het terrein. Resultaten inventariserend veldonderzoek De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is opgesteld tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek niet bevestigd. De verwachte dekzandrug is niet aangetroffen. Het dek-zand bevindt zich op ca. 2,5 m –mv (0,5 m –NAP), wat een ligging in een dekzandvlakte of –laagte doet vermoeden. Dergelijke locaties waren in het verleden ongunstig voor bewoning. Er is geen pod-zolprofiel in het dekzand aangetroffen. Boven het dekzand bevindt zich een laag komklei en veen, wat eveneens duidt op een ligging in een drassig gebied dat weinig gunstig voor bewoning zal zijn ge-weest. Vermoedelijk na 900 n. Chr. is een pakket crevasseafzettingen gevormd in het plangebied. Hierna kon mogelijk in het plangebied gewoond worden. Op basis van historische gegevens zijn ech-ter geen aanwijzingen voor historische bebouwing aangetroffen. Bovendien is de bovenste ca. 50 cm van de crevasseafzettingen verstoord (tot 90 à 140 cm –mv). Vandaar dat geen in-situ archeologische resten in deze afzettingen verwacht worden

    Similar works

    Full text

    thumbnail-image
    Last time updated on 3/30/2019

    This paper was published in NARCIS .

    Having an issue?

    Is data on this page outdated, violates copyrights or anything else? Report the problem now and we will take corresponding actions after reviewing your request.