Riethovenseweg te Steensel, gemeente Eersel; een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek.

Abstract

Inleiding In opdracht van dhr. Maljaars heeft RAAP een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd in plangebied Riethovenseweg te Steensel. Het doel hiervan was het verkrijgen van inzicht in de archeologische resten die in het plangebied verwacht worden en de (te verwachten) fysieke kwaliteit daarvan. Middels het bureau¬onderzoek zijn gegevens verzameld over de landschappelijke en archeologische context van het plangebied, op basis waarvan een archeologische verwachting is opgesteld. Deze gegevens zijn middels een booronderzoek in het veld getoetst. Landschap Op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd wegens op de ligging in de bebouwde kom. Ten oosten van het plangebied bevinden zich laagtes ontstaan door afgraving, gelegen binnen terrasafzettingswelvingen bedekt met dekzand. Ten noorden van het plangebied bevindt zich het beekdal van de Gender. De ondergrond bestaat uit dekzand. Ook op de bodemkaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de bebouwing. De gekarteerde bodems buiten de bebouwde kom betreffen voornamelijk hoge zwarte enkeerdgronden. Op het Actueel Hoogtemodel Nederland is te zien dat het plangebied ca. 75 cm is afgegraven. Archeologie & historie Het plangebied maakt deel uit van de historische kern van Steensel. In het plangebied zelf zijn geen archeologische vindplaatsen bekend, en in de omgeving ervan slechts een klein aantal, daarbij gaat het vooral om resten van bewoning uit de periode Middeleeuwen-Nieuwe tijd. Op het minuutplan uit de periode 1811-1832 is te zien dat er langs de huidige Riethovenseweg een langwerpig gebouw staat. Daarachter bevindt zich een onbebouwd perceel. De percelen hebben ongeveer de vorm van het huidige plangebied. Ten zuiden van genoemde percelen, in een oksel van wegen, bevinden zich nog twee langwerpige gebouwen. In 1954 is de bebouwing verdwenen uit het plangebied. Het plangebied bevindt zich net buiten de gradiëntzone gerelateerd aan de Gender, derhalve is er een lage verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars. In theorie geldt er een hoge verwachting voor vindplaatsen van landbouwers uit de periode Neolithicum-Nieuwe tijd vanwege: (1) de eventuele aanwezigheid van een esdek (of eventueel een vruchtbare moderpodzol); (2) de ligging in de historische kern van Steensel en (3) de voormalige aanwezigheid van een boerderij. Echter, vanwege de afgraving kunnen eventuele dergelijke resten zijn verwijderd. Booronderzoek Op basis van het booronderzoek, worden geen archeologische resten meer verwacht. De voormalige boerderij zal zich ongeveer op het huidige straatniveau hebben bevonden. Gezien de afgraving zullen er geen of nauwelijks nog resten van in de bodem bewaard zijn, uitgezonderd fragmenten van eventuele kelders. Als die al bewaard zouden zijn, is de informatiewaarde van dergelijke subrecente resten gering. Gezien het waarschijnlijk ontbreken van archeologische resten en de waarschjijnlijk beperkte bodemingrepen (geen onderkeldering, etc.), wordt niet verwacht dat de toekomstige inrichting een negatieve zal hebben op archeologische resten. Aanbevelingen Omdat er geen (waardevolle) archeologische resten meer worden verwacht, wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Dit is een advies: uiteindelijk neemt de gemeente een besluit

Similar works

This paper was published in NARCIS .

Having an issue?

Is data on this page outdated, violates copyrights or anything else? Report the problem now and we will take corresponding actions after reviewing your request.