Article thumbnail
Location of Repository

Archeologisch onderzoek persleiding Aalst – Zaltbommel (gemeente Zaltbommel): Bureauonderzoek

By J.A.G. van Rooij

Abstract

In opdracht van Waterschap Rivierenland heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar de aanleg van een persleiding tussen Aalst en Zaltbommel. Het plangebied bevindt zich in de Bommelerwaard. Dit gebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van meerdere fossiele rivierlopen. Vanwege de relatief hogere ligging ten opzichte van de omgeving waren deze plekken in het verleden voorkeurslocaties voor vestiging. De oudste meandergordel die binnen nagenoeg het gehele tracé voorkomt, is de Brakelse meandergordel (actief tussen ca. 4565 en 3640 v. Chr.). Archeologisch vooronderzoek heeft aangetoond dat de afzettingen van de Brakelse meandergordel zich op een diepte van gemiddeld 350 cm -mv bevinden. In en op de archeologisch relevante oeverafzettingen kunnen in potentie archeologische resten vanaf het Neolithicum aanwezig zijn. Binnen het onderzoeksgebied zijn deze echter nog niet aangetoond. Gedurende de Bronstijd raakte de afzettingen van de Brakel bedekt met komafzettingen. De komafzettingen zijn archeologisch niet relevant. Van omstreeks 2780 tot 2210 v. Chr. is in de oostelijke helft van het tracé de meandergordel van Zaltbommel – Nederhemert actief. Het zandvoorkomen van dit systeem bevindt zich naar verwachting op een maximale diepte van 4 m -mv, maar diepten van 1 tot 2 m -mv zijn niet uit te sluiten. De op het beddingzand gelegen oeverafzettingen waren in principe bewoonbaar vanaf het Laat-Neolithicum. Ook de afzettingen van de Zaltbommel-Nederhemert meandergordels zijn afgedekt door komafzettingen; naar aanleiding van het archeologisch onderzoek aan het toekomstige sportcomplex Middelsteeg, waar vondsten uit de IJzertijd zijn aangetroffen, zal dit later zijn geweest dan de afdekking van de Brakelse meandergordel. De intactheid en conservering van eventueel aanwezige archeologische resten zal gezien de hoge grondwaterstanden en diep voorkomen van de relevante afzettingen goed zijn. Onderzoek heeft aangetoond dat in en op de afzettingen van de meandergordels van Oensel, Bruchem en Gameren (inclusief crevasse) archeologische resten aanwezig zijn vanaf de Late IJzertijd. Het archeologische niveau kan binnen 1 m van het oorspronkelijke maaiveld voorkomen. De archeologische potentie is gezien het groot aantal vindplaatsen op deze fossiele systemen zeer groot. De conservering wordt, gezien de hoge ligging van het archeologisch niveau in combinatie met de grondwaterstanden, matig goed geacht. De locaties waar geen zandige afzettingen van meandergordels aanwezig zijn, worden gekenmerkt als laaggelegen en van origine natte komgebieden. Deze gebieden waren in het verleden voornamelijk in gebruik als weiland en weinig geschikt voor bewoning. Historisch kaartmateriaal heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor potentiele archeologische waarden uit de Nieuwe tijd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek, wordt voor de delen waar de geplande werkzaamheden de overafzettingen van de Oenselse, de Gamerense (inclusief crevasse) en de Zaltbommel-Nederhemert meandergordels raken geadviseerd om archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek (IVO-O, verkennende fase). Het doel van dit onderzoek is het toetsen van de gespecificeerde verwachting uit het bureauonderzoek en de intactheid van de bodem. De exacte werkzaamheden van het vervolgonderzoek zullen worden verwoord in een op te stellen Plan van Aanpak (PvA). Op de andere delen van het tracé zullen de werkzaamheden niet resulteren in aantasting van eventueel aanwezige archeologische resten. Dit betreffen de delen waar gestuurde boringen verricht zullen worden, waar reeds archeologisch onderzoek is uitgevoerd of waar het potentiele archeologisch niveau in ieder geval dieper dan 2,5 m -mv aanwezig is. Dit laatste is het geval op de locaties waar de Brakelse meandergordel gekarteerd is. De oeverafzettingen van dit systeem bevinden zich op minimaal 300 cm -mv, terwijl de werkzaamheden tot ca. 200 cm -mv reiken; het potentieel archeologisch niveau op deze delen wordt derhalve niet bedreigd. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden op delen waar vrijgave is geadviseerd toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de bevoegde overheid). Reactie gemeente Zaltbommel Het onderhavige rapport is voorgelegd aan het bevoegd gezag (gemeente Zalbommel) ter toetsing. Zij stemmen in met het advies om archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te laten voeren op de locaties waar de geplande werkzaamheden de overafzettingen van de Oenselse, de Gamerense (inclusief crevasse) en de Zaltbommel-Nederhemert meandergordels raken. Het bevoegd gezag stemt echter niet in met het advies om op voorhand gebieden archeologisch gezien vrij te geven. Dit dient te gebeuren nadat het verkennend booronderzoek op de geselecteerde locaties (zoals weergegeven op bijlage 9) heeft plaatsgevonden. Op basis van die gegevens kan namelijk beter vastgesteld worden of de grenzen op de advieskaart accuraat genoeg zijn

Publisher: Data Archiving and Networked Services (DANS)
OAI identifier:
Provided by: NARCIS
Download PDF:
Sorry, we are unable to provide the full text but you may find it at the following location(s):
  • http://datacite.org/schema/ker... (external link)
  • http://easy.dans.knaw.nl/oai (external link)
  • Suggested articles


    To submit an update or takedown request for this paper, please submit an Update/Correction/Removal Request.