Skip to main content
Article thumbnail
Location of Repository

Individual investor behavior and financial advice

By Marc Michel Kramer

Abstract

Ongeveer de helft van de beleggers in Nederland, groot of klein, maakt gebruik van de adviezen van de bank. In de jaren die Kramer onder de loep nam, hadden ze gemiddeld zo’n 50.000 à 70.000 euro te verspijkeren, met uitschieters naar beneden van een paar duizend euro, en naar boven tot tientallen miljoenen. Beleggingsadviseurs verlagen het risico waar geen kans op extra rendement tegenover staat, blijkt uit de ongeveer 16.000 beleggingsportefeuilles die Kramer bekeek. Ze spreiden de risico’s zorgvuldig. Dat kan volgens Kramer altijd nog iets beter, maar ze doen dat in elk geval veiliger dan de zelfstandige belegger. Spagaat Belangrijker is dat de adviseurs geen hoger rendement halen. Dat lijkt conform het regelmatig uitgevoerde experiment waaruit zou blijken dat beleggingsdeskundigen niet beter scoren dan een gorilla. Maar zo eenvoudig ligt het niet, zegt Kramer: ‘Die vergelijking, die soms in het voordeel van de aap uitvalt, gaat alleen over “stock picking”. Het is de taak van de adviseur om een zorgvuldig mandje samen te stellen van bij de klant passende beleggingen. Dat er verbetering mogelijk is, heeft volgens mij te maken met de spagaat waarin de adviseur zit. De belangen van de bank waar hij in dienst is, komen niet helemaal overeen met die van zijn klanten. Zo krijgt een bank een soort provisie als er met bepaalde beleggingsfondsen zaken wordt gedaan. Vooral actief beheerde fondsen zijn in trek, in plaats van indexfondsen, hoewel die goedkoper zijn. Nu de wetgeving op dat punt strenger wordt, valt die prikkel vanaf 2014 weg en denk ik dat ze het belang van de klant meer kunnen dienen.’ Financiële ongeletterdheid Diegenen die van zichzelf vinden dat ze over veel financiële kennis beschikken, kiezen minder vaak voor advies. Ook stelt Kramer in zijn onderzoek vast dat klanten met hooguit een vmbo-opleiding veel minder snel advies van hun bank vragen. ‘Daarnaast wordt dat advies lang niet altijd opgevolgd, terwijl je zou verwachten dat ze daar meer behoefte aan hebben.’ Hij vermoedt dat dat samenhangt met het gebrek aan zelfinzicht van die categorie. Kramer vindt dat beleggingsadvies daarom vanzelfsprekender moet worden. ‘Het zou deel moeten uitmaken van een waaier aan mogelijkheden om betere financiële beslissingen te stimuleren, zoals financiële educatie, keuze-architectuur en regelgeving. Daarnaast verdient het aanbeveling dat adviseurs meer worden onderwezen in beleggerspsychologie.’ Crisis De periode die Kramer onderzocht beslaat de gouden jaren tussen 2003 en 2007, met rendementen van zo’n 15% per jaar. Maar zijn conclusies blijven ook geldig voor slechte periodes: ‘Ik heb onderzocht hoe goed de adviezen waren als de beurs in die jaren een poos stagneerde. Dan blijkt zich hetzelfde patroon voor te doen.’ About half of the investors in the Netherlands, large or small, make use of the advice of their bank. In the years Kramer investigated, they had on average € 50,000 to € 70,000 to play with, with the extremes from a few thousand to several million. The 16,000 or so investment portfolios that Kramer investigated revealed that investment consultants reduce the risk where there is no chance of extra yield. They carefully spread that risk. In Kramer’s view, they could do even better, but they certainly act more safely than an independent investor. Dilemma What is more important is that the advisors do not achieve higher yields. This appears to correspond with a regular experiment that apparently shows that investment consultants score no higher than a gorilla. But it’s not as simple as that, says Kramer: ‘That comparison, which is sometimes in favour of the ape, is only about “stock picking”. The advisor’s task is to compile a well-thought-out basket of investments that fit the client. The fact that there’s room for improvement is in my opinion related to the dilemma the advisor faces. The interests of the bank that employs him are not always compatible with those of his clients. For example, banks receive a sort of premium if they do business with certain investment funds. Actively managed funds are particularly popular, instead of index funds, although they are cheaper. That incentive will be gone by 2014 as legislation is tightening up on that point, and I think they will be able to serve the clients’ interests better.’ Financial illiteracy Those who think they have a lot of financial knowledge are less likely to ask for advice. Kramer also states in his research that clients with only pre-vocational secondary education (VMBO) are much less likely to ask their bank for advice. ‘In addition, that advice is very often ignored, although you’d expect them to need it more.’ He suspects that this is related to a lack of self-knowledge in that category of people. Kramer thinks that investment advice should thus become much more automatic. ‘It should be part of a range of possibilities to stimulate better financial decisions, including financial education, choice architecture and legislation. Further, I would recommend that advisors be trained in investor psychology.’ Crisis The period investigated by Kramer covers the golden years from 2003 to 2007, with yields of up to 15% per annum. However, his conclusions also apply to the bad periods: ‘I investigated how good the advice was during the times in those years when the markets stagnated. The same pattern was revealed.’

Topics: Proefschriften (vorm), Beleggers; Beleggingen; beleggingsleer
Year: 2012
OAI identifier: oai:ub.rug.nl:dbi/513995514629f
Download PDF:
Sorry, we are unable to provide the full text but you may find it at the following location(s):
  • http://irs.ub.rug.nl/ppn/35548... (external link)
  • Suggested articles


    To submit an update or takedown request for this paper, please submit an Update/Correction/Removal Request.