Electronic Archiving System

    PAN-00043010 - early medieval enamelled disc brooch variant A25

    No full text
    This find is registered at Portable Antiquities of the Netherlands with number PAN-0004301

    PAN-00035960 - early medieval disc brooch enamelled group B

    No full text
    This find is registered at Portable Antiquities of the Netherlands with number PAN-0003596

    PAN-00043496 - open plain arm ring with single knobbed terminals

    No full text
    This find is registered at Portable Antiquities of the Netherlands with number PAN-0004349

    Bureau voor Archeologie Rapport 743

    No full text
    Bureau voor archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd in verband met bouw- en graafwerkzaamheden aan de Meijgraaf 10 te Schijndel. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied.In het plangebied worden vijf twee-onder-één-kap woningen gebouwd met parkeerplaatsen en wordt een straat voor ontsluiting aangelegd. Daarnaast wordt een waterberging gegraven en een speelplaats aangelegd. De diepte van de bodemingrepen is onbekend omdat het plan zich nog in de ontwerpfase bevindt.Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een dekzandrug ligt waarop een hoge zwarte enkeerdgrond is ontstaan. Deze rug is een gunstige bewoningslocatie voor zowel jagers-verzamelaars als landbouwers. Bij laatmiddeleeuwse landbouwactiviteiten, waarbij de enkeerdgrond is ontstaan, is de oorspronkelijke oppervlakte verploegd. Hierbij zijn resten van jagers-verzamelaars en ondiepe grondsporen waarschijnlijk verploegd. Overige resten kunnen goed zijn geconserveerd onder de enkeerdgrond. In de Nieuwe tijd heeft het perceel voornamelijk een agrarische functie gehad. In het noorden van het plangebied heeft mogelijk een schuur gestaan. Het plangebied is onbebouwd en ingericht als tuin. Hierbij is het plangebied waarschijnlijk opgehoogd aan het einde van de 20e eeuw. In het zuidwesten van het plangebied is een vijver gegraven waarbij mogelijk archeologische resten zijn verstoord.In het plangebied zijn acht boringen gezet tot 150 cm -mv. Eén boring is doorgezet tot 190 cm -mv en één tot 200 cm -mv. Hieruit blijkt dat de bodem in een deel van het plangebied tot in de C-horizont is verstoord. In het veld in het noordwesten van het plangebied en ten noorden van de vijver in het westen van het plangebied is een deels intacte B-horizont aangetroffen. In het grasveld ligt onder de A horizont de top van de C-horizont hoog. Ondanks dat hier geen resten van een podzolgrond meer aanwezig zijn, kunnen daar diepe sporen bewaard zijn gebleven.Bureau voor archeologie adviseert om in een deel van het plangebied een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voren (zie voor de betreffende zone de figuur achterin het rapport). Bureau voor Archeologie adviseert de rest van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Meierijstad

    Iterative and complex asymmetric divisions control cell volume differences in Ciona notochord tapering

    No full text
    This dataset contains all items needed and used for the analysis in the publication DOI:https://doi.org/10.1016/j.cub.2019.08.056 starting from segmented confocal images

    Correlates of Hepatitis B Virus Infection among Antenatal Clinic Attendees of Volta Regional Hospital, Ho, Volta Region, Ghana

    No full text
    Ghana is among the high endemic countries in Africa, with HBV prevalence ranging from 4.8% to 12.3% in the general population, 10.8% to 12.7% in blood donors and about 10.6% in antenatal clinic (ANC) attendees. The main objectives of this study were to test how socioeconomic factors, risky behaviors, knowledge and awareness of HBV infection correlate with actual HBV status among antenatal clinic attendees and to determine the predictors of HBV testing among ANC attendees. The study is a cross sectional study. Structured questionnaires were used to determine the knowledge level of the study population. On the knowledge of HBV infection, questions including the transmission of the infection, risk factors, management, prevention and immunization against the infection were asked. Information on the status; presence or absence of hepatitis B surface antigen, and socio-demographic information (Age, Marital status, Residence, Number of children, Religion, Level of education, Occupation), Parity (number of children), history of blood transfusion and sexual history (number of life-time sexual partners) were collected using the structured questionnaire and/or from the antenatal record books of the study subjects. The data was obtained through face-to-face interview and interpretation of the question was either carried in English, Ewe and Twi; and in the participants’ dialect. The population includes pregnant women reporting for routine antenatal check-up between 1st February, 2017 and 27th April, 2017. A systematic random sampling was adopted to give all potential respondents an equal chance of being selected for the study. With an average daily attendance at the booking clinic of about 50, an average of 5 questionnaires was administered/day giving a sampling interval of 10. Using the booking records books at the antenatal clinic the first respondent was selected from the first 10 attendants randomly by balloting. The next respondent was therefore the 10th attendant after the first attendant sampled and then it followed. If an attendant declined to participate, the third attendant after her was selected. Predetermined criteria were the bases for this sampling method. Sample size was determined as expressed in Equation (1): n= ((z^2 ) (p) ( 1-p))/E^2. Where, n = the estimated sample size; E is the desired margin of error (0.05); z is the statistic for the level of confidence (95%) = 1.96; p is the (10.6%) prevalence of HBV infection among pregnant women in the Eastern Region of Ghana in a previous study in 2012. From Equation (1), the minimum sample size is 137. Adding 20% gives a sample size of 164 which catered for unforeseen circumstances such as uncompleted questionnaires. The final study size was 500 participants. Keywords: Binomial Logistic Regression, Hepatitis B Virus Infection, Antenatal Clinic Attendee

    Urban Boundary Layer at Tropical Cities

    No full text
    Surface buoyancy flux Climate of Sao Paulo Friction velocity and obukhov lenght UBL properties field campaigns 201

    PAN-00042512 - Roman lock-pin type A

    No full text
    This find is registered at Portable Antiquities of the Netherlands with number PAN-0004251

    PAN-00045029 - Roman inlaid plate brooch (cheeks-hinge) group 3

    No full text
    This find is registered at Portable Antiquities of the Netherlands with number PAN-0004502

    PAN-00046129 - decorative Roman horse gear fitting group B6

    No full text
    This find is registered at Portable Antiquities of the Netherlands with number PAN-0004612
    Electronic Archiving Systemis based in NL
    Repository Dashboard
    Do you manage Electronic Archiving System? Access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard!